Bij Google is je eigen inbreng heel belangrijk

Softwareontwikkelaar Stef van Grieken (27), initiatiefnemer van Hack de Overheid, wil weg uit Nederland Google lonktJonge mensen worden er serieus genomen”

Stef van Grieken: „De sfeer is hier: ga maar voor een baas werken, dan doe je al gek genoeg. Maar ik wil helemaal geen vaste baan.” Foto Mieke Meessen

Google. De Meest Begeerde Werkgever van het moment. Dat überhippe bedrijf met die spectaculaire campus, die optimistische Californische alles-kan-mentaliteit en de beroemde 20 procent vrije tijd die je krijgt voor hobbyprojecten.

Softwareontwikkelaar en tech-ondernemer Stef van Grieken (27) deed er zijn stage, een onderzoek naar de kwaliteit en snelheid van internet. Hij werd verliefd op het bedrijf. Hij wil terug.

Niet dat hij in Nederland niets te doen heeft. Van Grieken, die binnenkort afstudeert in de technische bedrijfskunde in Groningen, is bestuurslid van opendataclub Open State Foundation, initiatiefnemer van Hack de Overheid. Met bigdata-apps en websites wil hij mensen enthousiasmeren voor politiek en democratie.

Maar hij wil toch weg uit Nederland. Het is hier te klein, te benauwd, en de Bay Area bij San Francisco lonkt. Hij zit al een eind in de sollicitatieprocedure van Google en – „bescheidenheid past, maar ik heb goede hoop” – het ziet er goed voor hem uit.

Van Grieken is niet de enige jonge, getalenteerde softwareontwikkelaar die wil vertrekken uit Nederland. In een Google Hangout praten we over de aantrekkingskracht van de Bay Area en de Nederlandse brain drain.

Wat is er zo leuk aan werken bij Google?

Van Grieken steekt direct van wal. „Je werkt met zúlke slimme mensen. Matt Mathis bijvoorbeeld, die allerlei belangrijke papers in mijn vakgebied schreef, die zat daar gewoon! En het is zo divers. Ik zat tijdens mijn stage in een team met een Italiaan, een Brit, een Amerikaan en een Nieuw-Zeelander.

„Er is natuurlijk die campus waar je gratis kunt sporten en eten. De toegang tot kennis en infrastructuur is geweldig. En de schaal waarop je dingen kunt doen! Je kijkt naar het hele internet, wereldwijd. Dat is fantastisch.

„Bij Google geven ze jonge mensen veel kansen. En je hoeft daar echt niet honderd uur per week voor te werken. De organisatie is veel minder topdown, je eigen inbreng is heel belangrijk. Niet: ‘Dit gaan we doen en jij gaat het uitvoeren’. De nadruk ligt op creatief zijn. Het is wel competitief, maar je hebt veel autonomie.”

Klinkt een beetje als een mythe.

„Ik heb ook stage gelopen bij TNO, dat is wel erg topdown. Je werkt in een cluster, daar blijf je in en je begint onderaan de ladder. Recruiters in Nederland gaan er altijd vanuit dat je wel als trainee zal instromen. En voor je ligt een uitgestippeld carrièrepad. Het is omhoog of eruit. In Nederland heerst nog de Duitse corporate mentaliteit. Heel hiërarchisch. Als ik iemand van de SER een mail stuur, hoor ik echt niks terug.”

Dat kan anders?

„Ja. Jonge mensen worden bij Google serieus genomen. In de Bay Area gaan ze ervan uit dat je wilt doen waar je goed in bent en wat je leuk vindt. Je hoeft dus niet per se door te groeien tot manager. De sfeer is informeel. Slippers, T-shirtje, fietsje. Je wordt goed beloond. Alleen al als stagiair verdiende ik een paar duizend dollar per maand. Je hebt veel keuze en je kunt snel doorgroeien.”

Het beloofde land.

„Nou ja, in San Francisco leven bijvoorbeeld ook veel mensen op straat, dat is echt verschrikkelijk. Er zijn natuurlijk honderden dingen mis met dat land. Maar voor werk in mijn vakgebied is het daar beter. Het kan geen toeval zijn dat Airbnb, SpaceX, Tesla, allemaal in de Bay Area zitten.”

Wat moet er veranderen om je hier te houden?

„Dat is moeilijk. Nederland kent weinig grote productbedrijven. We hebben wel consultants als Capgemini, maar geen Facebook of Amazon of Netflix. Ik ben wel in gesprek met een paar leuke Nederlandse start-ups, als Google niet doorgaat. Die willen ook naar San Francisco.

„Een start-up beginnen in Nederland is lastig, want je mag hier niet falen. Het is een vreselijk gedoe met de Belastingdienst en de faillissementswetgeving is erg streng. In de VS heb je binnen twee dagen een bedrijfje met een optieregeling. Nou ja, bij wijze van spreken. Fiscaal is het er ook veel aantrekkelijker om te investeren in een start-up. En de cultuur hier motiveert ook niet. Ik had een consultancybedrijfje dat niet goed liep. Mijn vrienden hier zeiden: het was ook een stom plan. In de VS zeiden ze: je hebt er vast veel van geleerd. De sfeer is hier: ga maar voor een baas werken, dan doe je al gek genoeg. Maar ik wil helemaal geen vaste baan.”

Vertrekken veel goede IT’ers?

„Van de tien beste IT’ers van mijn studie zitten er zes in het buitenland. Dat is vast niet representatief, maar het zou me niet verbazen als er een stille uittocht van talent gaande is. Ik ken bedrijfjes die hier geld krijgen en als eerste in de Bay Area een kantoor openen. We kijken in Nederland de hele tijd naar grijze mannen. In de Tweede Kamer, bij Pauw & Witteman, bij de werkgeversorganisaties. Het geluid van start-ups klinkt niet door. Verbaas je dan ook niet dat zich hier geen jonge bedrijven vestigen.

„Maar, als ik één ding bij Google heb geleerd: je moet alles staven met data. Iemand moet het uitzoeken. Laten we kijken naar wie op school en tijdens z’n studie de hoogste cijfers haalde, en waar die nu terecht is gekomen.”

In Nederland deed je veel voor de publieke zaak. Je maakt je hard voor open data, je probeert mensen te motiveren voor politiek. En nu ga je naar een groot commercieel bedrijf?

„Ja. Ik ben trots op Hack de Overheid. Als meer data openbaar zijn, wordt de politiek transparanter, komt er beter toezicht en kun je makkelijker economische waarde toevoegen. Maar ik wil ook graag nog veel leren. Dat kan bij Google. In Nederland heb ik niet veel rolmodellen. Tijdens mijn stage kwam er zoveel op me af, daar krijg ik energie van. Ik heb wel gesolliciteerd bij Google.org, de filantropische tak. Die doen veel opensource-dingen, dat vind ik mooi. Zij hebben bijvoorbeeld People Finder gemaakt, waarmee je mensen na een ramp kunt opsporen. Mensen zijn daar heel enthousiast over dit soort technologie, meer dan een gemiddelde rijksambtenaar.”

Waarom niet hier de cultuur veranderen?

„Ik ga er niet op zitten wachten. Ik ben niet van de generatie die op het Malieveld gaat staan. Wij negeren het en doen ons eigen ding. Ik wil niet per se weg, je laat je vrienden achter, je ouders die ouder worden. Maar hier zit ik vast.”