Waar het echt om draait

Michel Krielaars

grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft zijn eerste indruk.

Een ding is duidelijk: Lev Tolstoi zou de grote Malevitsj-tentoonstelling in het Amsterdamse Stedelijk Museum hebben gemeden als de pest. Dat kun je opmaken uit zijn essay Wat is kunst? [1] uit 1897, dat nu voor het eerst in een Nederlandse vertaling is verschenen, voorzien van een voorwoord van Arnon Grunberg.

Van abstracte ‘elitekunst’ moest de grote schrijver niets hebben. Ook was hij tegen het verschaffen van rijkssubsidies, omdat die moesten worden opgebracht door het volk dat er zijn koeien voor moest verkopen. De kunst was in Tolstois ogen gedegradeerd en werd door de critici geregeerd.

Vooral Wagners Ring des Nibelungen krijgt er in het essay van langs, vaak op een hilarische manier: ‘Wanneer iemand in staat is zulke onechte, pijnlijk anti-esthetische scènes te componeren als mij hier waren voorgezet, heeft hij geen benul van wat kunst is.’

Liever luistert Tolstoi naar een kerkkoortje, en als schilderij geeft hij de voorkeur aan het beroemde portret van het zigeunerinnetje. Het is een wat bekrompen visie, maar toch laat hij je door zijn getier anders tegen gevestigde kunstopvattingen aankijken.

Tolstoi komt helaas niet voor in Hier ligt Hemelrijk. Schrijvers, schilders en anderen begraven in Bergen [2] van Bob Polak. Het boek is een soort wandelgids langs de graven en woonhuizen van tal van beroemde Nederlanders in kunstenaarsdorp Bergen NH. Ze zijn per (graf)laantje, straat of begraafplaats gerubriceerd. Het resultaat is een soort Who is who van de Nederlandse intelligentsia en kunstenaarswereld van vroeger. Naast Adriaan Roland Holst (‘Ik ben dronken geboren’), E. du Perron, Lucebert, Charley Toorop, verzetstrijder Jan Hemelrijk en de schilders van de Bergense School, duiken ook mindere goden als omroepster Lous Haasdijk en Telegraaf-hoofdredacteur Johan Olde Kalter op. Daarnaast bevat het boek lezenswaardige interviews met levende kunstenaars en beheerders van de begraafplaatsen. Ondanks de alom aanwezige dood, krijg je zo een vermakelijk beeld van een klein dorp dat onder de loep van de geschiedenis ineens groots wordt.

In de stroom WOI-boeken, die met het naderend herdenkingsjaar in zicht langzaamaan op gang begint te komen, is Oorlogsdagboeken. Een vrouw vertelt over haar Eerste Wereldoorlog. [3] een klassieker. Het is geschreven door Virginie Loveling (1863-1923), die met haar zuster een beroemd schrijversduo vormde. Virginie was 78 toen in 1914 de oorlog uitbrak. Ze zei de literatuur tijdelijk vaarwel en trok in het door de Duitsers bezette Gent de straat op als oorlogsverslaggever. Ze beschrijft – in ouderwets Nederlandsch – de vluchtelingenstromen, de kapot geschoten huizen, de plunderingen door de vijandelijke troepen, de executies van notabelen. Als er een Duits familielid op bezoek komt, laat ze in één zinnetje de idiotie van een oorlog zien: ‘Hij is de vijand, en toch ontvang ik hem: als kind heb ik hem in ’t vaderhuis (188) op den schoot gehad en vertelseltjes verteld.’ Ineens ligt Syrië om de hoek.

Voor wie nog niet wist dat de oorlog in Nederland een andere gedaante heeft aangenomen, maar nog altijd woedt, hoeft maar naar tv-serie De prooi te kijken. Bankiers leveren elkaar daar de ene streek na de andere in het kader van het credo: ‘Welke corpsbal heeft de langste pik’.

In zijn op de werkelijkheid gebaseerde verhalenbundel Belangrijke mannen [4] geeft Lode Leenaerts die wereld extra kleur. Leenaerts kan het weten, want hij is een ingewijde in de wereld van het grote geld. Zijn satirische beschrijvingen van aandelenhandelaren, zakenbankier, topadvocaten en consultants op de Zuidas maken dat het je al gauw droef te moede wordt. Weerwolven zijn het, geldbeluste, seksistische mannen, die hun onkunde, angsten en agressie verhullen achter interessant klinkende terminologie, waarmee moet worden verhuld dat al dat gejaag op succes als het erop aankomt grote onzin is.

Nee, dan de literatuur, de beste weerspiegeling van waar het in het leven wel om draait. De kleine Groningse uitgeverij Ta Grammata komt met de roman Kolonel Ljapkin [5] van de Griekse schrijver M. Karagatsis (1908-1960). Het boek verhaalt in een sensuele, prachtige stijl over een Russische officier, die na de revolutie van 1917 naar Griekenland vlucht en daar een nieuw leven probeert op te bouwen, als stalbaas van een landbouwhogeschool. Ljapkin verliest zijn hart aan een oude, lelijke hoer en wordt door iedereen uitgelachen. Met veel humor vertelt Karagatsis over een buitenlander die maar niet los van zijn verleden kan komen. En het einde is prachtig. Een ware ontdekking!