Toeteren en tegentoeteren

Illustratie Irene Goede

Poeoeoeoet. Poeoeoeoet. Je kent het geluid toch wel van de stoomboot van Sinterklaas? Er is een vis die precies dat geluid maakt. Heel raar, je hoort een scheepstoeter en wat zie je: een lelijke, wrattige vis met een grote bek. Hij heet de ‘oester-kikvorsvis’. Dat is omdat hij een beetje op een pad lijkt, en omdat hij vaak in de gaatjes en kiertjes van oesterbanken woont. Hij leeft in Noord-Amerika.

Maar die lelijkerd maakt dus wel een prachtig geluid – heel bijzonder voor een vis. Én hij is dol op kinderen. In de holletjes waar de mannetjes wonen, komen vrouwtjes alleen om hun eieren te leggen. Het mannetje past in zijn eentje op de eieren en op de kleine visjes. Hij wappert zelfs het holletje schoon met zijn vinnen.

Voordat de oester-kikvorsvis papa kan worden, moet hij wel eerst een vrouwtje naar zijn hol lokken. Daarom maakt een verliefde vis dat toetergeluid. Dat vinden de dames aantrekkelijk. Alleen – het zal ook weer eens niet – de mannetjes proberen elkaar daarbij dwars te zitten. Dat hebben biologen pas ontdekt.

Als één kikvorsvis begint te toeteren, gromt een ander er steeds doorheen. Precies tijdens de poeoeoet, doet een jaloers mannetje in de buurt een pôht. Dat geluid is iets korter, iets lager, maar wel lekker hard. Biologen denken dat de jaloerse vis expres zo kort gromt. De verliefde vis is toch al afgeleid door zijn eigen getoeter. Als zijn jaloerse soortgenoot het kort houdt, hoort de verliefde vis vast niet dat hij wordt dwarsgezeten. Flauw!

Hester van Santen

Journal of Experimental Biology, 10 oktober online