‘Tennet wil graag de zee erbij’

Mel Kroon, baas van de landelijke netbeheerder Tennet, denkt groot. Eerst waagde hij zich op de Duitse markt. Nu lonkt de Noordzee. „Zonder Europese markt wordt de stroom in Nederland alleen maar duurder”.

Tennet-bestuursvoorzitter Mel Kroon: Als er veel wind en zon is zijn de Duitse energieprijzen soms zelfs negatief.” Foto Merlijn Doomernik

Buiten valt de schemering in, binnen floept het licht aan. Het is minder vanzelfsprekend dan het lijkt. Stroomvoorziening is buitengewoon complex. De komst van steeds meer groene energie maakt de stroomwereld er niet simpeler op.

Toch wil Mel Kroon dat zijn bedrijf daarin een bepalende rol blijft spelen. Hij is de baas van Tennet, de Nederlandse netbeheerder die ervoor moet zorgen dat er altijd precies voldoende stroom door het net stroomt. Niet te veel en niet te weinig – anders slaan computers op tilt en vallen stoplichten uit. In het ergste geval komt het hele land in het donker te zitten. Dat is sinds mensenheugenis niet voorgekomen; de leveringszekerheid, zoals dat in jargon heet, is in Nederland meer dan 99,9 procent.

Tennet is zelfstandig, maar heeft slechts één aandeelhouder: de staat. Onlangs bepaalde minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA) dat daar geen verandering in komt. Tennet is van strategisch belang en mag in Nederland niet de boer op om privaat kapitaal aan te trekken voor noodzakelijke investeringen. Dat kan het bedrijf in Duitsland wel doen omdat daar andere regels gelden. Daar verscheen Tennet in 2009 als onafhankelijke partij op de markt en nam voor een kleine 900 miljoen euro de netverbindingen in Noordwest-Duitsland over. Critici noemden dat roekeloos, het zou het Nederlandse bedrijf kwetsbaar maken. Maar dat is niet gebeurd, betoogt Kroon. Nu Nederland op het punt staat de overstap naar duurzaam te maken met onder andere veel meer wind op zee, wil hij zijn bedrijf liefst uitbreiden. Tennet beheert inmiddels 20.000 kilometer aan hoogspanningslijnen en heeft 36 miljoen afnemers in Nederland en Duitsland. Het is een van de grootste netbeheerders op de Europese markt.

We spreken Mel Kroon op het hoofdkantoor van Tennet in Arnhem. Vanachter zijn bureau ziet hij uit op een glooiend herfstbos, tussen het vallend blad is de Rijn zichtbaar.

Eerst terug naar de Duitse overname. Daar zat een duidelijke filosofie achter, vertelt Kroon. „De prijs van elektriciteit in Nederland was structureel hoger dan in de landen om ons heen. Dat kwam doordat het relatief dure aardgas hier bepalend was voor de prijs. Door markten en netwerken te koppelen, wilden we het verschil omlaag brengen. En dat gebeurde ook.”

Er komt een staatje op tafel dat aangeeft hoe de prijzen van de Nederlandse en de Duitse stroom na de Duitse overname door Tennet, naar elkaar toe kropen. „In 2011 dachten we, hè hè, we zijn er”, zegt Kroon, warm pleitbezorger van een gemeenschappelijke Europese markt. Het prijsverschil was maandenlang minimaal. Maar toen kwam de Duitse ‘Energiewende’ op stoom. Duitsland nam afscheid van kernenergie en begon massaal zwaar gesubsidieerde stroom uit wind en zon te produceren. De prijsverschillen sprongen weer omhoog en de prille Europese energiemarkt raakte in de war. „Op momenten dat er veel wind en zon is zijn de Duitse prijzen extreem laag, en soms zelfs negatief. Dan is er zo veel, dat het niet eens weg kan.”

Daar zou Nederland toch juist van kunnen profiteren. Gratis stroom!

„Wij zijn een van de best verbonden landen in Europa. Theoretisch zou je op bepaalde momenten hier alle centrales uit kunnen zetten en massaal Duitse stroom binnenhalen. Maar dat kunnen de verbindingen niet altijd aan. De verstoorde markt is het gevolg van het Duitse subsidiesysteem. Dit jaar is er 20 miljard euro uitgegeven aan subsidie voor zonne- en windenergie. Volgend jaar zal het 23 miljard zijn. Met die zwaar gesubsidieerde stroom exporteren ze als het ware hun eigen energiebeleid.”

Blijft dat zo? Ook onder een nieuwe regering-Merkel?

„Duitsland heeft begrepen dat het niet alleen veel kost maar ook consequenties heeft voor het buitenland. In Nederland komt de Duitse stroom op sommige dagen bijna gratis binnen. Er is een nieuw Duits kabinet in de maak. De vraag hoe verder te gaan met de Energiewende staat bovenaan de agenda.”

Ook Nederland staat op het punt om met het Energieakkoord een nieuw, duurzaam avontuur te beginnen. Op zee komen duizenden windmolens te staan. Wat is de les uit de Duitse Energiewende?

„Er zijn in Duitsland veel aanloopproblemen geweest, omdat alles overhaast moest. Bedrijven als Siemens en ABB moesten converter-stations, stopcontacten, op zee bouwen. Ze hebben forse verliezen geleden. De Duitse windparken liggen vele tientallen kilometers ver uit de kust. Normaal neemt zo’n station enkele voetbalvelden in beslag. Op zee moest dat in een bak van 50 bij 50 meter worden gepropt en ook nog op pijlers gezet. Het was tempo, tempo, tempo en Duitsland had geen enkele ervaring zo ver op zee. Iedere keer als er een plan lag, moesten wij als netbeheerder meteen beginnen met de aanleg van een hoogspanningsverbinding. Achteraf realiseert iedereen zich dat je beter een samenhangende infrastructuur kunt aanleggen waarop parken kunnen aansluiten. Niet andersom. Het heeft er allemaal toe geleid dat we sneller en meer moesten investeren dan we aanvankelijk dachten.”

Dat leverde natuurlijk financiële problemen op?

„In Duitsland hebben we gedaan wat we in Nederland niet kunnen doen. We hebben een medefinancier gezocht en minderheidsaandelen verkocht aan Mitsubishi Corporation. Daarmee is voldoende eigen vermogen beschikbaar gekomen om de komende tien jaar in totaal 8 miljard te kunnen investeren.”

Daar stroomt dus geen Nederlands geld heen?

„Nee, we hebben de boedel financieel gescheiden. De financiële behoefte aan de Duitse kant hebben we opgelost met vreemd vermogen en met kapitaal van Mitsubishi dat graag meedeelt in het rendement van ruim 9 procent dat we in Duitsland maken. Ook Nederland profiteert mee. De Nederlandse staat krijgt al drie jaar dividend uit onze Duitse exercitie. Voor de Duitse overname was dat 20 miljoen euro per jaar. Sinds 2011 is dat 60 miljoen per jaar.”

En nu wil Tennet zijn Duitse ervaring inzetten in Nederland?

„Na het SER-akkoord over duurzamere energieopwekking is Tennet gevraagd hoe je de infrastructuur op zee zo handig mogelijk kunt inrichten. Nu legt ieder windpark zijn eigen verbinding naar de kust en door de duinen tot aan onze hoogspanningsaansluiting. Wij vragen ons af of dat efficiënt is. Misschien is het logischer om ook de infrastructuur op zee, en het onderhoud daarvan, onder één noemer te brengen. Dat zouden wij kunnen zijn. Wij zijn de landelijke netbeheerder, de verbindingen moeten op onze stations worden aangesloten en wij hebben kennis en kunde opgebouwd in Duitsland.”

En waar moet het geld vandaan komen?

„Dat is vraag twee. Nu krijgt iemand die een windpark aanlegt subsidie uit de pot voor duurzame energie (SDE). Daarvan moet alles worden betaald: het park, de route en het verbindingsplatform. Dat geld zou voor een deel naar ons kunnen gaan. Maar wij zouden het ook kunnen terugverdienen met hogere transporttarieven. Dat zou de toezichthouder dan moeten bepalen.”

Maar die toezichthouder, de Autoriteit Consument en Markt (ACM), heeft juist besloten dat de transporttarieven omlaag moeten.

„Ja, dat gaat om de tarieven voor volgend jaar. De ACM zegt dat geld lenen – en wij lenen ongeveer driekwart van onze investeringen – goedkoop is doordat de rente zo laag staat. Ze vinden dat de tarieven daarom omlaag kunnen. Maar wij vinden dat een verkeerde prikkel. Nog los van toekomstige activiteiten op zee zullen wij de komende tien jaar in Nederland ook 5 miljard euro moeten investeren om het net betrouwbaar te houden. In Duitsland beloont de toezichthouder nieuwe investeringen juist extra met hogere transporttarieven. In Nederland worden ze verlaagd.”

Gaat u in beroep tegen het besluit van de ACM?

„Daar kijken we naar. We moeten er ook over praten met de aandeelhouder, de staat. Want het dividend komt zo wel onder druk te staan.”

Dat klinkt als een dreigement.

„Het is gewoon de consequentie.”

Is het niet tijd voor een gezamenlijke Europese visie op het energiebeleid, met gelijke regelingen, subsidies en toezichthouders?

„Dat is mijn warme pleidooi. En dan niet meteen de markt overboord gooien als er iets niet werkt, maar goed kijken naar imperfecties en maatregelen nemen. Zonder een echte Europese markt wordt de stroom in Nederland alleen maar duurder.”