Frauderende bankier wordt met fluwelen handschoenen aangepakt

Dat fraudeurs en hun eindverantwoordelijken in veel gevallen nauwelijks worden aangepakt, helpt niet bij het herstellen van vertrouwen. Kweku Adoboli, effectenhandelaar voor het Zwitserse UBS, is vorig jaar tot zeven jaar cel veroordeeld voor fraude die de bank een schadepost van 2,3 miljard dollar opleverde. Jérôme Kerviel, die in 2008 zijn werkgever Société Générale opzadelde met een verlies van 4,9 miljard dollar door wilde speculaties op de financiële markten, werd veroordeeld tot drie jaar cel, waarvan twee jaar voorwaardelijk.

Maar de meeste bankiers komen weg zonder veroordeling. Tegen de dertig bankiers die betrokken waren bij de Rabobank-fraude zijn alleen „disciplinaire maatregelen” getroffen. Ze moeten hun bonus inleveren, of zijn ontslagen of gedegradeerd. Slechts twee van hen worden, voor zover bekend, mogelijk strafrechtelijk vervolgd in de VS. Het Nederlandse OM wil niet zeggen of zij dit ook van plan is. Veertien van de dertig betrokkenen mogen gewoon bij de bank blijven werken.

Ook de eindverantwoordelijke voor de afdeling waar de fraude plaatshad, bestuurslid Sipko Schat, van Rabobank International, blijft zitten. Alleen topman Piet Moerland stapte op, maar hij zou volgend jaar al met pensioen gaan. Volgens de toezichthouders was Schat niet betrokken bij de praktijken, en wist hij er ook niet van. Maar de vraag is natuurlijk of hij ervan had móéten weten. De Nederlandsche Bank gedoogt hem voorlopig, in het belang van de continuïteit.

Waarom wordt de zaak vrijwel altijd afgedaan met een schikking? Allereerst omdat banken niet in de gevangenis terecht kunnen komen. Verder is het maatschappelijk nut van een veroordeling vanuit het perspectief van het OM niet zo groot. Het gaat om een kleine groep bankiers, in een klein hoekje van het bedrijf. Een veroordeling kan een afschrikwekkend effect hebben, maar dat kan een hoge boete ook.