Stop met zeuren, doe iets!

De eerder dit jaar afgetreden premier van de Palestijnse Autoriteit wist precies hoe hij de Palestijnse staat vorm wilde geven. Maar hij werd tegengewerkt, door Israël én Palestijnse opponenten.

Salam Fayyad als premier in zijn oude werkkamer, met aan de muur Fatah-leider en president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas en diens voorganger Yasser Arafat. Fayyad lag slecht bij de Fatah-partij. Foto Hollandse Hoogte

Nee, zei Salam Fayyad tegen de Amerikaanse president, toen Barack Obama hem in maart onder vier ogen vroeg om aan te blijven als premier van de Palestijnse Autoriteit. Geen sprake van, zei Fayyad.

Het kostte hem geen enkele moeite smeekbeden of druk van de machtigste man ter wereld te weerstaan, vertelt Fayyad (61) ruim een half jaar na zijn vertrek, in een zeldzaam interview. „Ik was er volledig van overtuigd dat ik moest gaan.”

Fayyad vertrok niet omdat hij na zes jaar uitgeput was van het besturen van een bezet gebied waar Israël feitelijk de dienst uitmaakt en dat afhankelijk is van hulpgeld van buitenlandse donoren die hun beloften niet nakomen. Ook niet omdat hij vond dat zijn zelfgestelde taak – het opbouwen van een Palestijnse staat, onder en ondanks de bezetting – was volbracht. Of omdat hij dacht dat een ander het beter kon. Nee, zegt Fayyad, „ik kon niet aanblijven”.

Anders gezegd: hij is weggepest.

Bitter is Fayyad niet. Sterker: de kleine man stuitert enthousiast op de vering van zijn fauteuil als hij vertelt over de ontwikkelingshulporganisatie die hij net heeft opgezet, in een splinternieuw kantoor in Ramallah. Fayyad, die volgende week Nederland bezoekt, heeft zijn premierschap achter zich gelaten, zegt hij. Liever zou hij er niet over praten. Omdat alles wat hij zegt tegen hem gebruikt zal worden. Hij blijft een publieke figuur. En de Palestijnse arena is een slangenkuil.

Daarom wil Fayyad niet hardop zeggen welke krachten hem dwongen te vertrekken. Maar iedereen in Palestina weet: de premier lag slecht bij de Fatah-partij, die domineert op de bezette Westelijke Jordaanoever (het grootste deel van de Palestijnse gebieden). Fayyad pakte het cliëntelisme en de corruptie aan. Fayyad maakte een einde aan Fatah’s privileges. Fatah organiseerde protesten tegen Fayyad. Fatah zette de vakbonden aan tot staken.

„Mijn eigen oordeel destijds”, zegt Fayyad nu, met smart in zijn stem, „was dat er te veel negatieve energie rond mijn persoon hing. Als onze scholieren 35 lesdagen missen, is er iets goed mis. En nee, dat heb ik niet veroorzaakt, maar door te blijven draag ik eraan bij. En dus moet ik gaan. Het land gaat voor, de mensen eerst! Al had ik niet het idee dat het volk me weg wilde hebben; er was geen tijd om mijn gelijk te halen. Als ik zie dat onze kinderen niet naar school gaan, moet ik weg. Dat was een morele ingeving.”

Fayyads betrokkenheid gaat ver: in september vorig jaar brak hij tijdens een vergadering zijn rechterhand, zo hard sloeg hij op tafel bij een discussie over de Palestijnse aanvraag voor lidmaatschap van de Verenigde Naties. Fayyad vond de financiële consequenties (waarmee de Verenigde Staten en Israël dreigden) onverantwoord. Er werd niet naar hem geluisterd.

BAM.

Pas toen hij op straat geen handen meer kon schudden, drie dagen later, bezocht Fayyad een dokter. Hij moet daar nu om lachen. Maar het doet nog steeds pijn. Hij kreeg achteraf gelijk over de gevolgen van de gang naar de VN én hij werd daarop afgerekend. Israël keerde ingehouden belastingen niet uit, het Amerikaanse Congres blokkeerde hulpgeld en de Palestijnse Autoriteit raakte aan de rand van de financiële afgrond. Ambtenaren kregen hun salarissen niet en demonstreerden – tegen Fayyad.

Fayyad lijkt in niets op de stereotype Palestijn. Hij jammert niet over zijn lot. Hij doet of hij autonoom is, al leeft ook hij onder bezetting en ondermijnde Israël met zijn nederzettingen en schendingen van mensenrechten voortdurend zijn positie. Hij is optimistisch en pragmatisch.

Fatah-leider en president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud Abbas benoemde de onafhankelijke econoom Fayyad tot premier in de zomer van 2007, nadat de eenheidsregering van de twee grote Palestijnse partijen Fatah en Hamas was ontaard in een korte en hevige burgeroorlog. Daarop greep Hamas de macht in de Gazastrook en Fatah die op de Westelijke Jordaanoever. Sindsdien is Palestina verdeeld en heeft de Palestijnse Autoriteit in Gaza weinig meer te zeggen. De laatste verkiezingen waren in 2006.

De benoeming van Fayyad was niet democratisch, en dat zint hem niet. „U zult niemand vinden in Palestina die verkiezingen belangrijker vind dan ik. Maar in 2006 moesten we eerst puin ruimen en de orde herstellen, beetje bij beetje.” Met een crescendo: „Je zet hier een voet neer, je plant daar een baksteen, je vult hier een gat, bouwt daar wat. Maar je gaat niet zitten wachten tot de perfecte stand van de sterren, want die komt er niet!” Dan grinnikt hij om zijn eigen opwinding. „Sorry.”

Op de salontafel in zijn werkkamer staat een doos fijne Arabische lekkernijen. Maar Fayyad grijpt van de kast een zak met een grote chocoladekoeken op zijn Amerikaans bereid. Dit beeld, van een man die met zijn hand in de zak van het Westen zit en afhankelijk is van gulheid en grillen, probeerden zijn politieke tegenstanders op hem te plakken. Een marionet van Israëls bondgenoten. Onderaannemer van de bezetter.

Het is waar dat Fayyad de Palestijnse veiligheidsdiensten zo professionaliseerde dat Israëlische legerwoordvoerders tegenwoordig toegeven dat die een grotere barrière vormen voor Palestijnen die aanslagen willen plegen dan de honderden kilometers lange Muur. En Fayyad onderhoudt zeer goede betrekkingen met het Westen. Europese diplomaten zijn zelfverklaard fan van de man. Hij studeerde in Washington, werkte 15 jaar bij het Internationaal Monetair Fonds en spreekt hun taal.

Bovenal oogstte hij bewondering vanwege de basis die hij legde voor een soevereine staat: onder zijn leiding kreeg Palestina alle benodigde publieke instellingen. Hij bracht de begroting op orde, stuurde tienduizenden ambtenaren naar huis en hervormde het belastingstelsel. De Wereldbank en het IMF oordeelden in 2011 dat Palestina ‘klaar’ was voor onafhankelijkheid.

Fayyads opvolger, Rami Hamdallah, lijkt het pad van Fayyad te volgen. Maar hij lijkt ook in alles zijn mindere. Hij mist het charisma, de economische achtergrond en het strategische inzicht van Fayyad. Fatah zal echter opgelucht zijn dat Abbas’ grootste rivaal terzijde is geschoven. Ook Hamas is tevreden, omdat Fayyad alles vertegenwoordigt wat die partij veracht; hij is seculier, gematigd, anti-ideologisch.

De Amerikaanse columnist Thomas Friedman muntte de term ‘fayyadisme’, wat hij omschreef als ‘fatsoenlijk, transparant en verantwoordelijk bestuur’. Hoe zou u fayyadisme definiëren?

„Het aanpakken van problemen.

„Handen uit de mouwen. We willen een staat, dus we moeten hem bouwen. Daarmee bezig zijn is op zichzelf al een versterking van onze positie en een inspiratie. We moeten kijken naar de mogelijkheden. Anderen zien vaak alleen maar problemen, en ja, er zijn veel hindernissen en er is veel om over te klagen als je Palestijn bent. Maar stop met zeuren, doe iets! Het is aan ons, Palestijnen. Als we echt die staat willen, moeten wij hem realiseren, ondanks de bezetting. Ik begrijp dat soevereiniteit niet zo tot stand kan komen. Maar niemand kan ons weerhouden van het bouwen van een staat. En niemand zou ons daarvan moeten willen weerhouden. Want de staat die we bouwen is tolerant, progressief en non-discriminatoir.”

Met uw kieslijst ‘De Derde Weg’, oftewel het alternatief voor Fatah en Hamas, won u in 2006 slechts twee van de 132 parlementszetels.

„Ja. Maar toch veroorzaakten wij hier en in het buitenland een enorme ommezwaai in het denken. Weet u, er komt op een gegeven moment een vredesovereenkomst. En dan is er zonder twijfel veel controverse, aan beide kanten. Denkt u niet dat het veel makkelijker is voor een Israëlische premier om dat akkoord aan zijn bevolking te verkopen als hij straks kan zeggen: waar discussiëren we in godsnaam over, die Palestijnse staat bestaat al!” Nu begint Fayyad te schreeuwen. „Hij bestaat al!”

Sommige Palestijnen bespotten u omdat u het succes van de Palestijnse staat zou afmeten aan het aantal verkeersdrempels. Anderen menen dat de Palestijnse Autoriteit beter ontbonden kan worden. Dat zal even pijn doen, er zal chaos ontstaan, maar de gedachte is dat Israël dan voor de kosten van de bezetting zal moeten opdraaien en eerder geneigd zal zijn tot een vredescompromis. Nu betalen buitenlandse donoren de last van de bezetting en profiteert Israël economisch.

„Ik deel die mening niet. Voor iemand die gelooft dat we ons lot in eigen hand moeten nemen is de Palestijnse Autoriteit de kern, de eerste fase van onze staat. En wat de Israëlische prijs betreft, dat moeten Israëlische leiders aan hun eigen volk voorleggen: hoe veel langer kun je doorgaan met het beheersen van het lot en het dagelijks leven van een ander volk? Met onderdrukken? Dat is onhoudbaar.”

U zei eens: eerst water voor de bedoeïenen, dan pas een definitief vredesakkoord. Wat bedoelt u?

„Natuurlijk zou ik het liefste hebben dat Israël vandaag vertrekt en dat wij het zelf kunnen regelen. Maar die optie hebben we niet. Dus probeer ik onder die bezetting toch het best mogelijke te bereiken, door kleine overwinningen te boeken, zoals drinkwater voor de bedoeïenen. Hutten komen voor wolkenkrabbers, heb ik eens tegen Obama gezegd. Het is goed om te dromen van de wolkenkrabber, maar ik heb nu een hutje nodig dat Israël niet vernietigt. En dat is ook in het belang van Israël. Want water voor de bedoeïenen is geen politiek recht. Dat is het recht op leven. En het behoeft onmiddellijke aandacht. De nood is reusachtig.”

Wat verwacht u van de vredesbesprekingen die in juli zijn hervat?

„Ik weet het niet. Ik word niet op de hoogte gehouden.” En dan, bedachtzaam: „Maar het is zeer ambitieus om in negen maanden over alle kwesties overeenstemming te willen bereiken. Ik houd er niet van om sceptisch te zijn, dus ik zeg: het is hoogst ambitieus. En ik sluit niet uit dat het proces iets positiefs teweegbrengt. Maar dat is onwaarschijnlijk, gezien de lange geschiedenis van mislukte onderhandelingen.”

Is het niet eerst zaak dat Fatah en Hamas zich met elkaar verzoenen?

„Zeker. Ik geloof niet dat wij een soevereine staat kunnen hebben zonder de Gazastrook. Wat in de weg staat tussen Hamas en Fatah, is het uitschrijven van verkiezingen. En ik ben groot voorstander van verkiezingen. Maar we moeten het land weer bij elkaar krijgen, dus we moeten er een weg omheen vinden. Dat is helaas de keuze in Palestina: slecht of erger. Erger dan het niet hebben van verkiezingen, is het niet hebben van verkiezingen én verdeeld zijn. Dus laten we tenminste een van de twee problemen oplossen en de partijen bij elkaar krijgen.”

Wat stelt u voor?

„Zoek punten waarop ze overeenstemming kunnen vinden. We moeten afspreken dat we geweld afzweren. Dat is de facto al aan beide zijden geaccepteerd. Dan moet de Palestijnse Autoriteit met Egypte afspreken dat de grenspost bij Rafah weer opengaat, onder toezicht van de Autoriteit. Dat is niet alleen praktisch van groot belang voor de Gazanen, maar ook symbolisch van zeer grote betekenis: dan is de Palestijnse Autoriteit voor het eerst sinds 2007 op de grond in Gaza. Zo wil ik de realiteit van eenwording creëren, stapje voor stapje. Zo houden mensen hoop. En er moet een eenheidsregering worden gevormd en een datum worden gekozen voor verkiezingen – alleen dat. Want dat betekent meer dan alleen die datum. Het is een verantwoordingsplicht tegenover de mensen! Als er dan geen verkiezingen plaatsvinden hebben de mensen alle recht om kwaad te worden. Zo zet je een democratisch proces in beweging!”

Veel Palestijnen hebben het al opgegeven. Wat maakt dat u altijd maar doorgaat, en vrolijk blijft?

„U zegt het. Blijven doorgaan. Je moet continu proberen iets goeds te doen, dat is het verhaal van mijn leven, ook in afschuwelijke situaties. Je moet je altijd afvragen: heb ik mijn uiterste best gedaan? Dat is alles, meer kun je niet van jezelf verwachten. Mijn laatste publieke optreden als premier was de opening van een waterproject in een klein dorp. Daar merkte ik dat niet iedereen blij was. Er waren spandoeken waarop stond: waarom heeft mijn buurman wel water en ik niet? Blijkbaar waren niet alle percelen aangesloten. En toen zei ik: dat is één manier om ernaar te kijken, als slachtoffer. U bent bitter, dat begrijp ik. Maar ik heb een suggestie voor u. Er is een andere zienswijze, namelijk: nu mijn buurman water heeft, zal ik ook water krijgen. En ik beloof u dat u ook water zult krijgen! En toen was iedereen blij. Ik heb dat heel intens beleefd. Ik ben gepassioneerd bij alles wat ik doe. Ik kan niets half doen. Nu ben ik met mijn hulporganisatie bezig dat waterproject af te maken. Mijn pet is anders, maar mijn hoofd is nog hetzelfde.”

Het gerucht gaat dat u opstapte om u voor te bereiden op het presidentschap.

„Ik heb u verteld waarom ik opstapte. Ik ben nu niet bezig met politiek. Ik sluit niet helemaal uit dat ik in de toekomst deelneem aan verkiezingen. Maar ik zit niet op het puntje van mijn stoel te wachten op de volgende stap. Deze organisatie is nu mijn leven.”

Verwacht u in uw leven een onafhankelijk Palestina te zien?

„Ik weet niet hoe lang mijn leven duurt.” Stilte. „Maar als we eruitzien als een staat en ons gedragen als een staat, bij God, dan zijn we een staat! Het zal gebeuren. Het is onvermijdelijk. Maar het is aan ons.”

Salam Fayyad geeft op donderdag 7 november een masterclass in Tilburg, op uitnodiging van het Nexus Instituut. Inl. nexus-instituut.nl