Spelen met de reputatie van eenvoudige middenstanders. Zoiets doe je gewoon niet!

Zanger Peter Koelewijn Foto ANP

Waarom moest A. van der Heijden het ouderlijk huis van Peter Koelewijn in ‘De helleveeg’ neerzetten als plaats delict? Waarom liet hij een aborteuse boven het huis wonen? A.F.Th. van der Heijden maakt misbruik van zijn artistieke vrijheid, schrijft Peter Koelewijn.

“Ik begrijp het niet,” schrijft de zanger vandaag in een opiniestuk in NRC Handelsblad:

“Waarom moest de schrijver A. van der Heijden zo nodig mijn ouderlijk huis in zijn boek De helleveeg neerzetten als de plaats delict? Waarom wordt de naam Koelewijn zo ongelooflijk vaak betrokken bij de criminele, levensbedreigende praktijken in dat boek? Mijn huis, de viswinkel in het Eindhovense stadsdeel Stratum, waar ik zo’n goede jeugd heb gehad. Dat ook het huis was van mijn broers Klaas, Herman, Theo, mijn onlangs overleden zus Josephine, mijn hardwerkende vader en mijn nóg harder werkende lieve en sociale moeder, die altijd voor iedereen klaar stond.”

Koelewijn is, zo benadrukte hij gisteren al tijdens de hoorzitting in Amsterdam, erg ongelukkig met de manier waarop zijn familie in De helleveeg wordt neergezet. Van Van der Heijden had dat moeten beseffen, vindt Koelewijn. Hij ergert zich daarom aan de ‘arrogante’ opmerking ‘Quod scripsi, scripsi’ (‘Wat ik geschreven heb, heb ik geschreven’) die Van der Heijden vorige week in zijn opiniestuk opnam:

“Hij plaatst zich daarmee op het schild van onaantastbaarheid. Alsof hij ermee wil zeggen: „Peter Koelewijn, of ik nu onzinnig, kwetsend, beledigend of lomp schrijf, als ik het heb geschreven, heb jij je er bij neer te leggen.” Ik hoor zelfs het hoofd deemoedig te buigen. Maar, mijnheer Van der Heijden, hoewel een auteur ongelooflijk veel vrijheid in dit land heeft (en dat moet zo blijven), heeft hij daardoor een zeer grote verantwoordelijkheid om naar eer en geweten met die vrijheid om te gaan. Het siert hem als hij, net als iedereen, zich houdt aan de beginselen van fatsoen. Dat hij gebruik maakt van die vrijheid en geen misbruik. Dat doet een zichzelf respecterende en fatsoenlijke scribent. Die speelt niet zonder enige noodzaak met de naam en reputatie van eenvoudige middenstanders in een viswinkel in de wijk Stratum. Mag dit? Nee, je dóet zoiets gewoon niet! Er was geen enkel historisch of literair gewin om in mijn ouderlijk huis dat verschrikkelijke verhaal te laten afspelen. Waarom niet voor een andere naam en/of andere plaats gekozen? Ik weet het niet.”

Van der Heijden maakt in De helleveeg de grens tussen feit en fictie te dun, schrijft Koelewijn verder:

“Ik begrijp het nog steeds niet. Een befaamd schrijver als A. van der Heijden hoort te weten dat, als men fictie en werkelijkheid door elkaar laat lopen, hij van een lezer niet kan verwachten dat die die scheidingslijn ziet. De goedkope truc om mij persoonlijk in het verhaal te slepen (blz. 184: Hij was bevriend met de zoon des huizes, die net een Nederlandse rock-‘n-rollhit had met ‘Kom van dat dak af’), maakt die lijn nóg dunner. ‘Waar rook is, is vuur.’”