Schrijver van 200 SAS-avonturen

Gérard de Villiers (1929-2013)

Franse schrijver van de populaire SAS-spionagereeks.

Literair kreeg hij nooit erkenning, maar de Franse misdaadschrijver Gérard de Villiers verkocht wereldwijd zo’n honderd miljoen boeken. Ook in Nederland was hij een bestsellerauteur. Van zijn spionagereeks SAS verschenen sinds 1965 tweehonderd delen. Donderdag overleed hij op 83-jarige leeftijd in Parijs.

De hoofdpersoon van de fascinerende pulpreeks SAS is de mysterieuze prins Marko Linge, de CIA-agent met de gouden ogen. Hij is Son Altesse Sérénissime (SAS), Zijn Doorluchtigheid. Zijn doortastendheid en vindingrijkheid zijn even groot als zijn vermogen vrouwen in een oogwenk te verleiden. De erotische lading van de boeken is direct af te zien aan de vormgeving van de omslagen: in de uitgespaarde drie letters SAS is altijd een geheel of deels ontklede vrouw te zien, het liefst met wapen in de hand.

Maar de hitsige passages waren bij Villiers slechts een ondergeschikt, lekker makend onderdeel van een opwindend arsenaal aan jongensboekavonturen: achtervolgingen, complotten en gedetailleerde beschrijvingen van exotische locaties. Titels als Terreur in Turkije, Zwendel in Brunei en Intriges in Nepal geven aan dat De Villiers met zijn vier à vijf boeken per jaar elke plek op de aardbol bestreek.

In zijn werk toont Villiers, die in de jaren vijftig als journalist werkte, zich buitengewoon goed geïnformeerd, vanwege zijn uitstekende contacten met spionnen en diplomaten, en zijn research. Van hem kon je leren hoe Italiaans het oude Somalië nog was of hoe Zanzibar eruit zag.

Franse ministers van Buitenlandse Zaken lazen hem en nodigden hem uit voor de lunch, omdat hij zoveel wist en dezelfde bronnen had als de Franse inlichtingendienst. Voor de couleur locale reisde hij in elk land twee weken rond voor hij in zes weken een boek in elkaar timmerde.

Vorig jaar verschenen er onder meer nog boeken die waren gesitueerd in Benghazi en Damascus en die van bijna profetische gaven blijk gaven. Zes maanden voor de dood van de Amerikaanse ambassadeur in Benghazi schreef hij over de dreiging van islamistische groeperingen en over het toen nog geheime commandocentrum van de CIA in die stad. In het boek over de Syrische burgeroorlog staan veel details over het regime van Assad, maar er komt ook een aanslag in voor op een commandocentrum bij het presidentiële paleis, een maand voor een vergelijkbare aanval.

Dat hij niet serieus werd genomen als literair auteur, deerde hem niet, zei hij eerder dit jaar in een interview in NRC Handelsblad. „Ik ben een verteller. Ik schrijf sprookjes voor volwassenen. En ik probeer daar wat inhoud in te stoppen.”