Rectoren in het complot

Onze nijvere AIVD, nog net niet gekort, heeft een spectaculaire vondst gedaan: de rectoren van zes Nederlandse universiteiten hebben een samenzwering beraamd om de regering Rutte omver te werpen. Zij zijn daarvoor tot gevangenisstraffen oplopend tot 23 jaar veroordeeld. Dat wilt u niet geloven? Flauwe grap? Vervang Nederlandse rectoren door Turkse rectoren en Rutte door Erdogan en dan is het plotseling geen grap meer, maar barre werkelijkheid. Die rectoren zijn veroordeeld tezamen met een aantal hoge militairen in het Turkse Ergenekon-proces dit jaar. Dat die militairen lang de bak in moeten heeft de krant gehaald, maar die zes rectoren zijn buiten beeld gebleven.

Nederlandse universiteitsrectoren beramen geen anti-Rutte putsch. Daar durf ik mijn hand voor in het vuur te steken. Ik ken dat volk. Turkije is echter geen Nederland en wat Turkse universiteitsrectoren uitspoken, weet ik niet. Dat is nu echter uitgezocht door de mensenrechtencommissies van de Amerikaanse en Duitse academiën voor Wetenschap. Het conceptrapport van 77 pagina’s over ‘Scientists, Engineers and Medical Doctors in Turkey’ (www.nationalacademies.org/humanrights) verscheen in augustus en de conclusie is duidelijk: de aanklachten tegen de rectoren slaan nergens op. In geen enkel geval is er enig bewijs dat de oud-rectoren de misdaden hebben begaan waarvan ze zijn beschuldigd.

Hoe kan dat? Hoe kan een land als Turkije, dat dingt naar opname in de EU, intellectuelen in de bak stoppen op basis van idiote aanklachten? Ook die vraag poogt het mensenrechtenrapport te beantwoorden. De Turken zitten opgescheept met problemen uit het verleden die de staat destabiliseren: een gelovige islamitische bevolking in een staat die formeel streng seculier is; de één-land-één-volk-ideologie, waarin substantiële minderheden (Koerden, Armeniërs) niet aan hun trekken komen; de dominante rol van het leger.

Nadat de islamgebaseerde partij van premier Erdogan aan de macht was gekomen, is er een islamgedreven backlash ontstaan tegen de seculiere elite en haar militaire hulpjes en tegen alle pogingen van etnische minderheden om enige autonomie binnen Turkije te bemachtigen. Dat zijn de thema’s die terugkomen in de beschuldigingen tegen de rectoren in het Ergenekon-proces: hulp aan Koerden, acties tegen islamuitingen zoals hoofddoekjes, de voorbereiding van militaire putsches. Daar gaan de processen over.

Erg inventief zijn de Turkse aanklagers niet als ze aanklachten tegen academici indienen. Een cd met namenlijsten van samenzweerders uit 2002 bleek gemaakt met een computerprogramma dat pas in 2007 was uitgekomen. De aanklagers waren kennelijk te incompetent om hun vervalste bewijsmateriaal op een deugdelijke manier te produceren. Voor de rechters maakte het weinig uit, want terrorismezaken worden behandeld door speciale rechtbanken met zorgvuldig uitgezochte rechters, die zorgen dat de huidige regering oude rekeningen probleemloos kan vereffenen. Het is een treurigstemmend verhaal, die corrumperende macht van een comfortabele meerderheid, die ook de rechterlijke macht naar zijn hand kan zetten.

Wij hebben natuurlijk makkelijk praten. Wij hebben sinds mensenheugenis geen militaire putsch gehad in Nederland. In Turkije zijn er drie echte putsches geweest sinds 1960 en in 1997 bovendien nog de ‘postmoderne’ putsch, waarin een pro-islamregering binnenskamers tot aftreden werd gedwongen. De Turken zitten met een aanzienlijke hap Koerden – naar schatting 20 procent van de bevolking – die actief en gewapend jagen op (meer)autonomie. Wij hebben alleen Friezen, die geen bomaanslagen plegen, als ze hun taal maar mogen spreken.

Onze rectoren zeuren niet over hoofddoekjes, terwijl de vigerende (door militairen opgestelde) constitutie in Turkije iedere uiting van religieus beleven in de universiteit verbiedt. De Turkse rectoren moesten dus wel onthoofddoeken. Dat Erdogan daar verandering in wil brengen, nu hij met zijn islamitische partij een absolute meerderheid heeft bemachtigd, is voorstelbaar.

Premier Erdogan raakt daarbij in een lastige spagaat, want hij wil ook in de EU en internationaal au sérieux genomen worden. Zoals het mensenrechtenrapport vermeldt, heeft de Turkse regering een serie internationale overeenkomsten getekend die vrijheid van meningsuiting en een faire procesgang garanderen. Het Turkse parlement neemt trouwens geregeld wetten aan die een betere bescherming van aangeklaagden moeten bewerkstelligen. Van implementatie komt alleen weinig terecht, zoals de zes rectoren aan den lijve ondervinden.

Zolang Turkije de schijn op wil houden van een fatsoenlijke staat met respect voor rechtsregels en vrije meningsuiting, blijft het land gevoelig voor externe druk. Turkije is geen primitieve politiestaat. Het is ook opvallend dat de leden van de mensenrechtencommissie de gelegenheid kregen om de opgesloten ex-rectoren in hun gevangenis langdurig te spreken. „Blijf vasthouden aan jullie Westerse waarden”, was de boodschap. „Geen compromissen met dit Turkije.”

Dat is een boodschap om niet te vergeten, nu Brussel opnieuw wil onderhandelen over toetreding van Turkije tot de EU. Geen compromissen!