Oud zeer

Er is geen eredivisieclub die de aanhang zo genadeloos negeert als PSV. En niet per ongeluk, per cultuur. In Eindhoven leeft iedereen tegen zijn zin. Zie de lijkbiddersgezichten van de directeuren Tiny Sanders en Marcel Brands en je krijgt het niet meer warm in dit leven.

Hautain, nors, onverschillig, liefdeloos.

Uit klompen gesneden.

Hoor ze spreken en je vraagt je verbijsterd af of ze ooit weleens een kinderliedje hebben gezongen. Of gefloten. Er zit geen noot muziek in hun stem, geen flard poëzie. Zo vreugdeloos als de directie van PSV tevoorschijn treedt, kom je het in het Kremlin niet tegen. Wat blijft, is af en toe een portie kippendrift. Want aan hoogmoed geen gebrek.

Oud zeer.

De bestuurskamer van PSV is sinds jaar en dag echokamer van intrige en chagrijn. De raad van commissarissen al even onbetrouwbaar als de directie. In een recent verleden ging vooral Jan Timmer tekeer als een opgeblazen kikker. Altijd ruzie en gedoe. Altijd in de contramine met bestuur en technische staf.

Guus Hiddink kon het niet meer aanzien.

Ook het geweten van PSV, Harry van Raaij, beëindigde zijn presidium in bitterheid. Deels ook geknakt door de zware kritiek op zijn financieel (wan)beleid. De boekhouder in hem bloedt aan zevenentwintig wonden. De zeldzame keren dat de ex-preses spreekt, schieten alleen nog banbliksems door Eindhoven en Brabant. Vergeefse moeite.

Harry blaast alleen zichzelf op.

Het vernietigende rapport over de clubcultuur bij PSV wordt zowel door Sanders als Brands niet echt serieus genomen. Althans, ze zijn meer gefrustreerd door het lekken van de analyse dan door de spijkerharde inhoud. Significant voor hun zelfkennis.

Voor hun schijnwereld.

Jarenlang had PSV een stempel van gemoedelijkheid: cake, erwtensoep, glühwein. Iedere dag familiefeest. Een voetballeven met strik. Het was de institutionele leugen van zuidelijke koketterie. Veel verder dan ballotage en vriendendiensten komt gemoedelijkheid niet, in Brabant. Het hart is er niet bij. En de nostalgie naar een standenmaatschappij blijft schemeren. De leiding van PSV is abject elitair in gedachten en gedrag. Ze kijkt neer op een stadion gevuld met klootjesvolk dat verder geacht wordt de nodige pleinvrees te beoefenen. In grondeloos zwijgen.

Daarin geholpen door een charmezanger.

De nationale klaagzang van de laatste tijd is dat het de Nederlandse voetbalclubs ontbreekt aan persoonlijkheden. Ajax, Feyenoord, Twente, PSV… waar is de leider? Het vacuüm is misschien nog het meest schrijnend bij PSV. Verdacht ook. Katholieke jarenvijftigzweem: houd ze dom!

Stijn Schaars is geen Lerby of Van Bommel. Na de kolossus Van Breukelen kwam een opportunistische intrigant in het doel. Depay, Maher en Bakkali zijn verzot op eigen glorie, maar gezag hebben ze niet. Aan de serene volwassenheid van de nieuwe held, slagman Xander Bogaerts, zijn ze lang niet toe.

Pubers.

Hoe zou het zijn met de persoonlijkheid van Phillip Cocu? Lichtjes gevoileerd, toch wel. Ze spettert niet, ze slaapwandelt. De PSV-coach dreigt ten onder te gaan aan interieure ballingschap. Allicht mede doordat bestuur en directie hem laten zwemmen in hun botte hooghartigheid.

Ook Phillip Cocu heeft steeds minder zin in het leven, dat zie je.

De saamhorigheid is zoek. In zijn tijd verplichtte Luc Nilis de selectie iedere maandag mee af te zakken naar een disco in het Belgische Hasselt. Het genachtbraak loonde: er stond een ploeg op het veld.

Vandaag niet meer.

Trainingscomplex De Herdgang is de mooiste plek om begraven te worden. Zo’n groene, ruisende ruimte waar je jezelf uitnodigend tegenkomt: hoofd rechtop, hart open.

Jammer: Sanders heeft geen hart, Brands geen hoofd.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.