Offers brengen

Als de Amerikanen Angela Merkels telefoontjes goed hebben afgeluisterd, hebben ze vooral veel over Europa gehoord. Zoals bekend zijn Europeanen meer met zichzelf bezig dan met de rest van de wereld. De globalisering tast Europese verzorgingsstaten tot op het bot aan. Veranderen – dat is de echte boodschap van de financiële, economische en schuldencrisissen die het continent al vijf jaar in hun greep houden.

Maar hoe? Angela Merkel is in al die crises tientallen keren van mening veranderd – géén reddingsoperaties werd wél reddingsoperaties, hoge rentes voor Griekenland daalden en banken moesten plots toch meebetalen aan hun eigen redding. Berlijn was, net als andere hoofdsteden, mentaal onvoorbereid op zo’n klap. In Merkels entourage zitten veel juristen en historici die weinig van financiële markten afweten. Dit heeft velen gefrustreerd en geld gekost. Maar over wat er meer algemeen met Europa aan de hand is, en waar Europa heen moet, heeft Merkel duidelijke ideeën. Die zijn wel constant gebleven.

Ze zegt het vaak: Europeanen spenderen meer aan hun verzorgingstaten dan wie ook. Zolang onze economieën superieur waren, was dit betaalbaar. Maar onze hegemonie erodeert. Jarenlang hebben we geprobeerd dat op te vangen door onszelf in de schulden te steken. Staten, burgers en bedrijven deden dat. Volgens Merkel is de crisis onze straf daarvoor. Dit is een calvinistische gedachte. Zij gelooft dat er maar één remedie is: boete doen, ofwel zuinig zijn.

Zij kijkt onsentimenteel naar Griekenland of Ierland. Die landen doen wat Duitsland vijftien jaar geleden deed, zegt zij. Privatiseren? Lonen matigen? In Berlijn vinden ze zichzelf experts. Als je tegenwerpt dat Griekenland Duitsland niet is en dat Duitse banken en bedrijven Zuid-Europa hielpen oververhitten, heeft ze nóg een voorbeeld: oud-Comecon-landen. Die kwamen er toch ook bovenop? Griekenland moet doen wat Estland deed, vindt ze. Moeilijk. Maar het moet.

Terwijl andere eurolanden hopen op Europese solidariteit, gebruikt Merkel het oude Oostblok als referentiepunt. Alsof dit kille nationaal-economische logica is, alsof het Verdrag van Rome nooit getekend is. Sommigen noemen haar daarom on-Europees. Dat is ze niet. Ze ís Europees. Maar ze wil alleen landen die diep door het stof willen gaan helpen bij de club te blijven. Kleinere eurolanden bloeden zwaar voor deze opvattingen, maar hebben gemerkt dat verzet geen zin heeft.

De Fransen hebben een van de meest actieve veiligheidsdiensten van Europa. Maar ook zonder afluisteren weten zij dat Merkel de Comecon-theorie – red uzelve door offers te brengen – vooral ontwikkeld heeft voor Franse consumptie. Zij is ervan overtuigd dat Frankrijk alleen Europese vangnetten bepleit om er straks zelf van te profiteren. Parijs probeert te bezuinigen en hervormen. Maar het volk mort en rent naar het Front National. Dan verhoogt de minister de belastingen maar weer, tot ook dat spaak loopt. Hij weet dat Duitsland makkelijker een perifeer landje als Griekenland kan dumpen dan Frankrijk. Vandaar dat beleggers Frankrijk nu met rust laten. Frankrijk is voorlopig gedekt door Duitsland, daar valt niet tegenop te gokken. Maar hoe lang nog?

Europa draait om twee hoofdrolspelers: Frankrijk en Duitsland. Zij begonnen het Europese project, omdat ze het nooit eens waren en vaak oorlog voerden. Dit is hun grootste beproeving tot nu toe. De crisis in de periferie luwt. Maar de confrontatie tussen die twee begint pas.

Caroline de Gruyter schrijft op deze plek elke zaterdag over Europa en politiek.