Nieuwe tijden, nieuwe wetenschap

We weten het wel, en toch komt het best hard aan, zoals nu beschreven in Marcel aan de Brughs verhaal over ‘dolgedraaide wetenschap’. Het wetenschappelijk bedrijf is niets menselijks vreemd. Machtstrijd, egomanie, systeemfouten, vriendjespolitiek, het is er allemaal. De Franse antropoloog Bruno Latour schrijft er al decennia over.

En zoals Latour regelmatig benadrukt: het wonderlijke is dat dit sociale systeem toch de best mogelijke kennis oplevert. Want er is niet één machtcentrum in de wetenschap dat definitieve kennis vaststelt. De strijd kan altijd worden heropend, met een nieuw experiment, een nieuw apparaat of een nieuwe voorstelling van zaken. Iedere algemeen aanvaarde nieuwe kennis roept snel weer nieuwe vragen op. Uiteindelijk produceert de wetenschap vooral twijfel.

Dat nu door wetenschappers nog eens goed wordt ingewreven wat de bezwaren zijn tegen het perverse systeem van citatie-indexen, de valse mythe van de wetenschap, de verwaarlozing van negatieve uitkomsten enzovoorts, is goed. Het is tijd voor discussie en nieuwe ideeën, tijd voor nieuwe structuren en nieuwe afwegingen. Alleen al om demografische redenen breekt een nieuwe tijd aan: de generatie van de babyboomers zal het komend decennium het veld ruimen. Science in transition, go!

Maar de lezer van Bruno Latour weet ook dat aan machtstrijd in wetenschap nooit een einde zal komen. Hooguit zullen de wapens veranderen. Zuivere wetenschap bestaat alleen in theorie. Als de citatie-index wordt vervangen door zoiets als ‘maatschappelijke instemming’ zullen de vriendennetwerken van onderlinge citeerders zich veranderen in netwerken die zich gaan laven aan de nieuwe bron van gezag – hoe dat er in de praktijk ook verder uit zal zien. Veel oude structuren en ideeën zullen blijven doorleven omdat er een vernieuwingsstempel op kan worden gezet. Zo gaat dat. Daarom is het ook goed dat de ‘actievoerders’ het hoogstaande beeld van die altijd maar zuivere wetenschap willen rechtzetten.

Het is al winst als het nieuwe initiatief zal bereiken dat het maatschappelijk belang van wetenschap in de politiek breder zal worden opgevat dan het nu zo modieuze direct economische belang, de ‘valorisatie’. Dat maatschappelijk belang is ook het voeden van de nieuwsgierigheid van de bevolking naar de wereld waarin zij leeft. Dat is ook een functie van wetenschap. Want al een paar honderd jaar is het ooit zo vertrouwde systeem van geopenbaarde en van zuiver traditionele kennis in diskrediet geraakt, we zullen het nu met de wetenschap moeten doen.