Niet elke partij wil graag naar Mali

De politiek lijkt zonder discussie te hebben ingestemd met een missie in Afrika. Maar zo makkelijk ging het niet.

Controverses over militaire missies hebben de afgelopen jaren nogal wat politieke carrières gebroken. De onenigheid tussen CDA en PvdA over de verlenging van de vechtmissie in Uruzgan, betekende in 2010 het einde van Jan Peter Balkenende als premier. Jolande Sap hielp het vorige kabinet aan een meerderheid om in Kunduz politieagenten te leren schieten, maar groef daarmee een kuil voor zichzelf. Na alle politieke commotie om de Nederlandse inzet in Afghanistan, lijkt er nu, opeens, zomaar, een forse en gevaarlijke missie in Mali te ontstaan zonder felle discussie.

Binnen de coalitie van VVD en PvdA is echter wel degelijk onenigheid geweest over het sturen van Nederlandse militairen naar Mali. De twee partijen zijn het er wel over eens dat Nederland een krijgsmacht heeft om in te zetten voor de internationale rechtsorde. Ook begrijpen beide partijen dat de Verenigde Staten hun aandacht naar Azië verplaatsen en dat Europese landen de verantwoordelijkheid moeten nemen. Door oorlog of onrust gevoede immigratie uit Afrika of het Midden-Oosten spoelt aan in Europa, niet in Amerika. Dus veiligheid in de omringende landen is in ons eigen belang. Maar daar houdt de overeenstemming wel op.

Minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) ontkende het gisteren, maar vooral zijn partij wil heel graag een bijdrage leveren in Afrika. De VVD loopt minder warm voor dat continent. En is al helemaal geen fan van VN-missies. Liever trekken de liberalen op binnen de NAVO – immers een voornamelijk militaire organisatie – of desnoods de Europese Unie.

De partij heeft het echter aan zichzelf te wijten dat het nu toch tot een VN-missie komt. Door het gekissebis tussen de coalitiepartners lukte het eerder dit jaar niet om mee te doen aan de trainingsmissie voor het Malinese leger die de EU heeft opgezet. Toen bleef de VN over. En een belangrijk argument waar de VVD wel gevoelig voor is: internationale militaire missies zijn goed voor het aanzien van Nederland. Dat kan, zeker na de bescheiden inzet in Kunduz, wel een oppepper gebruiken. De regering aast op een zetel in de VN-Veiligheidsraad.

Nu de coalitiepartners het toch eens zijn geworden, verplaatst het debat zich naar de openbaarheid. Formeel hoeft de Tweede Kamer geen toestemming te verlenen om het leger in te zetten. Maar het is een goed gebruik om militairen niet uit te sturen zonder brede politieke steun. Het gaat immers om de inzet van mensen die dat met hun leven kunnen bekopen.

Oppositiepartijen hebben gisteren terughoudend gereageerd op het besluit van het kabinet. De PVV vindt sowieso dat Nederland niets in Mali te zoeken heeft en ook de SP heeft er geen trek in. GroenLinks, nog niet bekomen van het Kunduz-trauma, wil een missie die overheersend militair is niet steunen. Maar partijen als CDA, D66, ChristenUnie en SGP staan in principe welwillend tegenover het streven van de VN-missie. Zeker nu de coalitie en enkele oppositiepartijen elkaar op andere punten gevonden hebben, lijkt een echte confrontatie onwaarschijnlijk. Mocht dat toch gebeuren, dan nog kan de missie doorgaan. De inzet van militairen hoeft niet besproken te worden in de Eerste Kamer, waar de coalitie een minderheid heeft.