Monk, Tachtigers, Prix de Rome

Joyce Roodnat

De man is rond de zestig. Grijs pak. Hij danst. Log. Prachtig. De jongen is een jongetje. Een jaar of 25, maar hij oogt of hij nog even op mag blijven. Hij drumt. Bliksemend. Geweldig.

De dansende man is de Vlaamse acteur Josse De Pauw. De drummende jongen is Lander Gyselinck. De voorstelling heet An Old Monk.

De man en de jongen negeren elkaar. Maar in de jazzy man zie je nog het virtuoze kind zitten en omgekeerd zie je hem al groeien in de jongen. Samen definiëren ze de onherroepelijke neergang van de viriliteit.

Er zijn nóg twee musici, stoere vlinders op piano en gitaar. Maar ik vergeet op ze te letten, omdat ik zie hoezeer De Pauw wordt ontroerd door het briljante drummertje, terwijl de jongen zijn aandacht juist níet bij De Pauw kan houden. Die roept met onbeschaamde teksten op hoe dat is, oud worden en beseffen dat hartstocht samen begint te vallen met fantoompijn.

Zo hoort dat. Oud adoreert jong. Andersom grijp je mis. Dat gebeurt, helaas, in Absinthe, de nieuwe voorstelling van De Hollanders. Die groep jonge acteurs vroeg niemand minder dan succesauteur Arthur Japin (57) om een toneelstuk.

Japin zei ja en Absinthe is het resultaat. In dat stuk associeert hij De Hollanders met de Tachtigers, dichters als Kloos, Verweij en Gorter die zich in ’t diepst van hun gedachten goden waanden en hun ziel weerspiegeld zagen in de eindeloze deining van de zee (ja, ik vernachel hier Willem Kloos, daar kan hij best tegen). Dat had Japin goed gezien. De Hollanders staan even driest pal voor hun kunst. Maar zijn stuk doet niets voor hen, integendeel. Hij ontroerde zichzelf, schreef een stuk over vijf dichters en één meisje – en veroordeelde de actrices, de meerderheid van De Hollanders, tot de verkleedkist, in mannenrollen waar ze weinig mee aan kunnen. Hij had zijn fantasie ook los kunnen laten op een toneelstuk over de jonge vrouwen rond de Tachtigers. Wat deden ze, wat dachten ze? Wat bezielde Dora Jaspers, die karbonades bakte voor Kloos? (Ik verzin Dora niet, ik trof haar in een literatuurgeschiedenis.)

Interessante vrouwen zat hoor, in die tijd en zeker in die kringen. Neem Maria Peers, de getrouwde meid met wie Herman Heijermans in zonde leefde. Ik loop door de Amsterdamse buurt De Pijp, met in mijn oren de nieuwste geluidswandeling van Soundtrackcity: Stemmengeschuifel. Over Heijermans, de toneelschrijver van de Tachtigers. En over Maria Peers. Chansonnière in tingeltangeltheaters. En voorzien van een apart gevoel voor taal, dat hoor ik in de brief die ze Heijermans schreef om hem na een ruzie weer te paaien. (Het lukte.)

De gesproken stadswandelingen van Soundtrackcity (te downloaden op soundtrackcity.nl, maar ze verhuren ook iPods) zijn gemaakt door kunstenaars. Altijd goed, maar deze over Heijermans en De Pijp spant de kroon. Het is meer dan een wandeling die je meeneemt in een verhaal. Luister en loop en je bent deel van een voorstelling in het „quartier latin van Amsterdam”, waar rond 1880 de artistieke armoedzaaiers als Heijermans woonden. In het Sarphatipark schopt de stem van Gijs Scholten van Aschat een brok in mijn keel, zo aangrijpend leest hij een van Heijermans’ Falklandjes voor, over een dakloze vrouw en haar kleindochter die noodgedwongen in juist dat parkje de nacht doorbrengen. Op de Amstelbrug hoor ik Kitty ‘Kniertje’ Courbois naar theater Carré wijzen, waar duizenden mensen Heijermans’ wereldberoemde Op Hoop van Zegen zagen. Hij stierf niettemin in armoe. Maar met behoud van de overmoed van de jonge rebel. En niemand die hem snapte.

Over de vier jonge kunstenaars die zijn genomineerd voor de ouwe trouwe Prix de Rome klinkt die klacht ook. De kunstwerken waarmee ze zich in De Appel presenteren zouden onbegrijpelijk zijn. Ik ga maar eens kijken. Durf ik te beweren dat ik hun werk begrijp? Nee hoor. Maar het lukt me uitstekend om onder te duiken in hun installaties. Eentje trekt me haar wereldje in van meubels en breisels en videobeelden. Een ander sluit me 70 minuten op in een donker geluidskunstwerk, met slechts vijf andere bezoekers, wat de intimiteit tot vreemde hoogten opstuwt. Ik voel mee of ik voel tegen, maar geen van de vier laat me onberoerd. Herman Heijermans beschreef wat ik hier bespeur: „Omdat we allemaal dromers zijn, die als gierigaards ons eigen droomleven bewaken.” Zulk droomleven is de basis voor een Prix de Rome.