Misselijk in de bioscoop

Monique Snoeijen schrijft de soundtrack van haar leven. Deze week: een film over een vechtscheiding.

Dat moest ik zien! Een film over een vechtscheiding waarbij het kind onbeschadigd uit de strijd komt. Als dat geen opsteker is voor al die gescheiden ouders van Nederland.

What Maisie Knew is gebaseerd op de gelijknamige roman uit 1897 van Henry James waarover Bas Heijne in deze krant schreef: „We zijn gewend aan verhalen over beschadigde kinderen, kinderen die door hun onverantwoordelijke ouders geslachtofferd worden en de rest van hun leven met hun demonen worstelen.” Maar in de roman van James zou daar – tegen alle verwachtingen in – geen sprake van zijn: „Er wordt eindeloos op Maisie ingebeukt, maar ze is geen slachtoffer.” In de recensie van de film stond bovendien dat er bijna nergens sprake was van „echt leed”: „De film bijt niet.”

Dat kwam nog eens op een goed moment. Ik ben wel klaar met mijn schuldgevoel over de scheiding. Het is goed zoals het is nu. Dat ik er in de liefde een potje van heb gemaakt, wil nog niet zeggen dat mijn dochters niet kunnen geloven in the one and only. Dus nam ik hen mee naar deze feelgoodmovie, zodat ook zij konden zien dat een kind een soeverein wezen is.

Over hoe ouders patronen en gewoonten doorgeven aan hun kinderen schrijft Marjoleine Oppenheim-Spangenberg in Over zij en ik. Haar moeder werd als twintigjarig meisje naar Auschwitz gedeporteerd. In een interview vertelde Oppenheim dat ze zich haar leven lang nergens had laten registreren als het niet per se nodig was. „Geen Facebook. Geen LinkedIn. Geen Bonuskaart. Ik hoorde altijd mijn moeders stem: zorg dat ze je niet kennen, ze kunnen elk moment weer op de Afsluitdijk staan.” Sinds een week zit ze nu op Twitter.

Niet dat ik gescheiden ouders wil vergelijken met een ouder met een oorlogstrauma, maar haar boek laat je wel nadenken over wat je als ouder doorgeeft aan je kind. Bovendien, je zou de veertigers de kost moeten geven die in therapie zijn omdat ze nog altijd last hebben van wat hun ouders hun als kind hebben aangedaan. „Ik zorg er in ieder geval voor dat ik later wel geld genoeg heb om voor mijn kinderen een scooter te kopen”, zei laatst mijn oudste. „Ik wil dat mijn kinderen wel vrijwilligerswerk in Afrika kunnen doen.” En dat had ik me natuurlijk aangetrokken, want scheiden is een dure hobby.

Met popcorn zaten we klaar voor Maisie. En toen werd ik misselijk. Met plaatsvervangend schuldgevoel zag ik hoe Maisie (een meisje om te kotsen zo schattig) bloemen van haar moeder kreeg (au au au, alleen dat al: je kind bloemen sturen!) en hoe haar vader die in de prullenbak gooide. Tegen de nieuwe vriendin van pa, die het boeket uit het afval viste, vertelde Maisie dat haar vader „allergisch is voor bloemen”. Of dat bijt!

Ik kon wel huilen toen Maisie wakker werd in een vreemd bed. Haar moeder (Julianne Moore als rockzangeres) had haar afgezet voor de deur van het hotel waar haar vriend barman was. Die moest maar voor haar zorgen terwijl zij op tournee was. Maar dat wist die jongen helemaal niet, hij was er ook niet. Dus sliep Maisie die avond bij wildvreemden! Hoezo geen slachtoffer? De kinderbescherming wordt voor minder ingeschakeld.

Na de film trapte ik woest naar huis. Mijn schuldgevoel was als een boemerang teruggekomen. Ik was boos op Bas Heijne en op de recensent die me onder valse voorwendselen naar de bioscoop hadden gelokt. „Mam, pak je rust”, zei mijn oudste die me probeerde bij te houden. „Natuurlijk is Maisie een slachtoffer. Dat ziet een kind. Maar het komt wel goed met haar. Ze is een slim meisje.” Ik minderde vaart. Deze filmanalyse kwam me beter uit. Misschien was het toch een goed idee geweest mijn dochters mee naar de film te slepen.