‘Militaire missie nooit risicoloos’

Nederlandse militairen zullen in Mali vooral inlichtingen verzamelen over vijandelijke groeperingen. Die zijn nodig voor militaire operaties en politieke onderhandelingen.

Bert Koenders Foto AFP

De VN-missie in Mali, waar het kabinet bijna vierhonderd militairen naartoe wil sturen, staat onder leiding van een oude bekende: Bert Koenders. Aan de telefoon vanuit de hoofdstad Bamako zegt de PvdA-politicus in VN-dienst „heel blij” te zijn met de toezegging van gisteren. „De inlichtingen die de militairen gaan verzamelen zijn een belangrijke bijdrage aan de missie die nog in opbouw is”, zegt Koenders. Ook hoopt hij dat de bijdrage zorgt voor een domino-effect op andere landen die deelname overwegen.

De Nederlandse militairen zullen opereren vanuit Gao, een stad in het oosten van Mali. De missie van de VN is deze zomer begonnen en nog maar voor de helft gevuld. Verschillende landen hebben tot nu toe 5.200 militairen toegezegd, terwijl er 12.000 nodig zijn. Nodig „om de bevolking in het noorden van Mali te beschermen en te voorkomen dat extremistische groepen terugkeren in de steden”, vat Koenders de opdracht samen.

Grote delen van het noorden, waaronder Gao, werden begin vorig jaar ingenomen door voor onafhankelijkheid strijdende Toearegs. Zij werden geholpen door verschillende jihadistische groeperingen uit de regio, strijders die ervaring hadden opgedaan in onder meer Libië. Vervolgens pleegde het Malinese leger een staatsgreep en viel het Franse leger binnen om de orde te herstellen. Het is nu aan de VN om het land, zoals dat heet, te stabiliseren. Met geweld en het bijbehorende gevaar. „Militaire missies zijn er omdat er risico’s zijn”, zegt Koenders.

„In Nederland is er altijd de vraag of iets een vechtmissie of een vredesmissie is. Ik heb begrepen dat het niet de primaire taak van de Nederlandse troepen is om de extremistische groepen af te schrikken”, zegt hij. Volgens de plannen van het kabinet is het inderdaad niet de bedoeling dat de Nederlandse militairen zelf de strijd aangaan. Al stuurt Defensie militairen en materieel dat daar bij uitstek voor is toegerust: commando’s en Apache-gevechtshelikopters. Die dienen ter ondersteuning van de officiële hoofdtaak: het vergaren van informatie over de vijandige groeperingen die zich tussen de nomaden hebben genesteld en het gebied gebruiken als terroristisch opleidingskamp.

Koenders weet niet tot in detail wat Nederland militair gaat doen, zegt hij, omdat hij daar niet over gaat. „Wij geven hier wel aan waar we behoefte aan hebben, maar de puzzel wordt bij de VN in New York in elkaar gezet.” Begin volgend jaar moet die puzzel van de missie compleet zijn, zegt hij.

De inlichtingen die Nederland verzamelt „geven ons ogen en oren”. Die zijn niet alleen nodig voor militaire operaties in het noorden, maar ook voor de politieke onderhandelingen die Koenders zelf leidt. Hij hoopt als speciaal representant van de Verenigde Naties een vredesakkoord te sluiten tussen het centrale gezag en de noorderlingen. Ook daarvoor heeft hij inlichtingen nodig.

Koenders reisde één keer naar Nederland om het kabinet en Tweede Kamerleden te overtuigen mee te doen, maar relativeert zijn rol. „Ik ben zelf in de Tweede Kamer woordvoerder vredesoperaties geweest en heb het als zeer onplezierig ervaren als mensen zich daar van een afstand mee bemoeien.” Aan de discussie hoe belangrijk deze missie is voor het internationale aanzien van Nederland heeft hij „niks bij te dragen”.

Kan hij wel iets zeggen over de gewenste duur van de missie? Het kabinet gaat uit van twee jaar, tot het einde van 2015. In de loop van dat jaar wordt bekeken of een verlenging wenselijk is. Koenders: „We moeten hier lang genoeg blijven om te zorgen dat extremisten zich niet opnieuw kunnen nestelen en er een basis is voor de Malinezen om zelf een rechtsstaat op te bouwen. Maar het moet geen eindeloos verhaal worden, dat neemt ook het gevoel voor eigen verantwoordelijkheid weg. Het is nu te vroeg om te zeggen wat hier het ideale moment is om te vertrekken.”