‘Met mijn afscheidsbrief ben ik nog niet klaar’

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

(Foto boven) „De laatste foto die we hebben van Karin, Eelco en Zita samen, gemaakt bij hun verlof in 1993.” (Foto onder) „Mijn man en ik hebben heel veel gefietst samen. Erop uit, de aarde ruiken – dat is zó heerlijk.”

In de zomer 1993 heb ik Karin, Eelco en Zita voor het laatst gezien. Ze waren met verlof in Nederland. Ik zie haar nog komen aanlopen met een enorme bos zonnebloemen: ‘We halen de zomer in huis’, zei ze. Ik kan nu geen zonnebloem meer zien – de herinnering is te pijnlijk.

„Eelco was in februari 1994 nog in Nederland, voor een sollicitatie. Drie jaar hadden ze in een ziekenhuis in het oosten van Sierra Leone gewerkt: hij als arts, zij deed er administratief werk. Ze zouden terug- komen naar Holland.

„Op een zaterdagavond in maart ’94 ging de telefoon. Iemand van Buitenlandse Zaken of zo. Dan krijg je opeens zo’n bericht doorgebeld: uw schoonzoon is doodgeschoten en uw dochter en kleindochter zijn ontvoerd. De volgend dag hoorden we dat ze alledrie vermoord waren.

„Verdriet. Hoe vind je de woorden om verschrikkelijk verdriet te benoemen? Jarenlang heb ik geschreven aan een afscheidsbrief voor Karin.”

(Ze opent een map en leest voor:) „Deze brief groeit al jaren in mijn hoofd. Ik noteer flarden warrige nachtgedachten op kladjes papier, die ik de volgende ochtend nauwelijks kan ontcijferen. Het is moeilijk mijn gedachten te ordenen. Beelden die zijn blijven hangen uit de veelheid van herinneringen. Ik loop in een labyrint, op zoek naar de rode draad van jouw leven die samengaat met de zwarte draad van jouw dood. Blijf ik dwalen in de chaos van het doolhof dat het leven is? Is er een uitgang, een uitweg, of lopen alle wegen dood?

„Deze brief, lieve Kaatje, haalt even de tijd terug. Laat me even in de illusie dat je er nog bent. In mijn herinnering roep ik je leven terug. Het verlangen naar vroeger, zonnig, zorgeloos, witte bloesem in mei. Misschien wil ik de werkelijkheid ontkennen. Jij bevindt je buiten de tijd. Wij zitten nog gevangen in ons lijf, in de tijd. (...) Ik voel me als een klok die constant achter loopt.

(Ze slaat de map dicht en zegt:) „Nog steeds is de brief niet af. Mijn herinneringen heb ik opgeschreven. Mijn gevoelens heb ik verwoord, zo goed en zo kwaad als ik kon. Maar ik ben vastgelopen in de beschrijving van de reacties van andere mensen. Ik heb altijd fantastische mensen om me heen gehad en nog steeds: mijn man, onze twee andere dochters, schoon- en kleinkinderen, goeie vrienden. Maar ik ben ook eenzaam geweest in mijn verdriet. L’homme est seul. Ik heb mensen toen letterlijk zien wegduiken als ze me in de verte zagen aankomen. Ik heb het moeilijk gevonden de oppervlakkigheid van vakantieverhalen te verdragen.

„Ik weet eigenlijk niet precies waarom ik nu over Karin, Eelco en Zita wil vertellen. Aan de ene kant lijkt het al zo lang geleden – komend voorjaar twintig jaar. Aan de andere kant zijn ze nog zo dichtbij. Ik kan en wil niet over hen zwijgen. En er gebeurt voortdurend iets waardoor ik denk aan hun zo gruwelijk afgebroken levens.

„Deze zomer weer, bij alle aandacht voor de viering van honderd jaar Vredespaleis. In het najaar van 1994 heb ik daar gestaan, ik heb er een dankwoord uitgesproken, toen de Carnegie Wateler Vredesprijs postuum aan Eelco, Karin en Zita werd toegekend. Het was een enorme eer, deze prijs, voor mensen die zich hebben ingezet om hun medemens een beter lot te bezorgen. Het geldbedrag bij de prijs is naar een kinderziekenhuis in Gdansk gegaan.

„In mijn toespraakje heb ik mijn moeder geciteerd, die altijd zei: ‘Wie goed doet, goed ontmoet.’ Zij zijn vermoord door rebellen van wie Eelco eerder de schotwonden heeft behandeld! Niet te bevatten.

„Tegelijk hebben we vrijwel onmiddellijk beseft: wij mogen niet oordelen, wij kunnen niet voortleven in haat en wrok, want dat is geen menswaardig bestaan. Een week na hun dood, terwijl hun lichamen nog lang niet in Nederland waren, hebben we een dienst gehouden in de Grote Kerk in Wassenaar. Toen hebben we welbewust het ‘gebed om vrede’ van Franciscus van Assisi in de liturgie opgenomen: ‘Heer, maak mij een instrument van uw vrede. Laat mij liefde brengen waar haat is. Laat mij vergeving brengen waar schuld is.’

„Het verdriet zit diep bij mij van binnen en zal er altijd blijven. Het staat naast zoveel andere dingen die ons een prachtig leven hebben bezorgd. Muziek heeft een belangrijke plaats in ons leven. Mijn man speelde piano, ik speel dwarsfluit. Wij hebben heel veel samen gemusiceerd. Mijn man had een absoluut gehoor; na zijn pensionering als Shell-ingenieur is hij een tweede carrière begonnen als pianostemmer.

„Op een doek van Johannes Vermeer staat een prachtige tekst, geschilderd op de deksel van een virginaal: ‘De muziek: metgezel van de vreugde, medicijn voor de smart’. Dat zou je ons motto kunnen noemen. We zijn vijftig jaar Vriend van het Concertgebouw geweest, we hebben er zoveel prachtige muziek gehoord.

„Twee jaar geleden is mijn man overleden. Het leven zonder hem valt me zwaar. Je kunt niet meer delen en je wordt niet meer gecorrigeerd. Ik kan mijn verhaal niet meer kwijt als ik thuis kom. Ik kan niet meer zeggen: ‘Zal ik even zus voor jou, of kun jij even zo voor mij?’

„Ik ben nogal chaotisch van aard: wil altijd tegelijk het huis opruimen, een boek uitlezen en een vriendin bellen. Enno gaf structuur aan dingen die ik deed. Nu moet ik alle initiatieven en besluiten alleen nemen.

„En ik mis zijn prachtige gevoel voor humor. Dat is zo belangrijk: kunnen relativeren, en vooral jezelf kunnen relativeren; kijken naar wat je wél hebt, niet blijven hangen in wat je niet of niet meer hebt.

„De dood van Karin, haar man en hun kind heeft een immens gat geslagen in ons leven. Maar je moet voort: voor elkaar, voor je andere kinderen, voor alle schoonheid die je omringt – in de natuur, in de muziek, in de fotografie, een van mijn passies. Het is de kunst ook daarvoor oor en oog te houden.”

Gijsbert van Es

Reacties via nrc.nl/hetnabestaan Twitter: #nrc #hetnabestaan