Limburgse ruzie tussen rechtbank en parket gaat over veel meer

Moddergevecht in Maastricht, vorige week. De zittende en staande magistratuur in Limburg hebben het hélemaal met elkaar gehad. In een vonnis over een grote witwas- en fraudezaak liet de rechtbank weten ‘verbijsterd’ te zijn over het Openbaar Ministerie. En het OM repliceerde in een geërgerd persbericht juist ‘consequent en integer’ te hebben gehandeld. De rechtbank

Moddergevecht in Maastricht, vorige week. De zittende en staande magistratuur in Limburg hebben het hélemaal met elkaar gehad. In een vonnis over een grote witwas- en fraudezaak liet de rechtbank weten ‘verbijsterd’ te zijn over het Openbaar Ministerie. En het OM repliceerde in een geërgerd persbericht juist ‘consequent en integer’ te hebben gehandeld.

De rechtbank vond het handelen van de officier echter ‘onacceptabel’ en ‘een professional onwaardig’. Meerdere malen is de rechtbank misleid door de Staat, werd geconstateerd. Het OM zou de verdediging opzettelijk hebben benadeeld, met als gevolg een oneerlijk proces. En dus een schending van een grondrecht.

De zaak tegen een grootschalige huisjesmelker dateert uit 2009 en is mede gebouwd op een geheimgehouden verklaring van een kroongetuige aan wie toezeggingen waren gedaan. Gaande het proces kreeg de rechtbank echter in de gaten dat daarbij van alles werd verzwegen of verdraaid. Het OM zou niet alleen feiten over het verhoor hebben achtergehouden, maar ook actief hebben gelogen. Dat brengt de rechters tot deze conclusie: „Dat de rechtbank (en anderen) in deze strafzaak niet kon vertrouwen op mededelingen van het Openbaar Ministerie dan wel andere bij de opsporing betrokken personen, is een zeer ernstige zaak. Dit raakt de basis van ons strafrechtsysteem”.

Het OM op zijn beurt „werpt de kritiek verre van zich” en zegt dat de „summiere overwegingen van de rechtbank nergens de conclusies rechtvaardigen die zij hieraan verbindt”. Een beleefde manier om te zeggen dat de rechtbank uit zijn nek kletst.

Hoger beroep moet nu uitkomst bieden. Volgens mij gaat het dan om meer dan alleen het gelijk in deze zaak. De rechtbank trekt feitelijk de integriteit van het OM in twijfel. En de Staat de competentie van de rechtbank. Iedere vorm van magistratelijkheid lijkt mij hier zoek. De burger staat er met klapperende oren bij, en ik ook. Wie heeft hier nu het gezag? Als de rechtbank een andere overheid zo kapittelde, dan waren er Kamervragen of debatten geweest, een onderzoek door de Rijksrecherche en een haastig aangestelde interim leiding. Zijn de zittende en de staande magistraten in Limburg nog on speaking terms? Dit lijkt sterk op bedorven verhoudingen en dus een locale vertrouwenscrisis.

In ieder geval is het OM manifest niet van plan het eventuele laakbare van zijn handelen in te zien. In strafzaken is dat grappig genoeg een strafverhogende omstandigheid. Mocht in hoger beroep het gerechtshof dezelfde ijskoude conclusies trekken, dan heeft het OM dus een probleem dat deze zaak overstijgt. Dit soort assertieve persberichten komen immers hiërarchisch tot stand. Tot nu toe ging het over een fraudezaak; hierna gaat het ook over het OM zelf. De kans om na zo’n scherp vonnis met een tactische verklaring ruimte voor de terugtocht te creëren, heeft het OM dus laten liggen. Men gaat juist in het offensief. Met de frase ‘consequent en integer’ is de reputatie van het hele (plaatselijke) OM aan de zaak verbonden. Nu is het rechtspolitiek geworden, waarbij de ‘basis van ons strafrechtssysteem’ ter discussie staat. Wordt er in Den Haag ook opgelet?

Kern van het probleem lijkt de geheimgehouden getuigeverklaring van een sleutelfiguur. Waarmee we terug zijn in vertrouwd grijs gebied. Dat van de informant, bedreigde getuige, spijtoptant of infiltrant. Meestal een dader of medepleger die ermee op wil houden en bescherming zoekt bij Justitie. Overigens is dat een bekende bron van bederf van het strafproces. Zijn gekochte verklaringen wel betrouwbaar? Mag de overheid misdrijven mee (laten) plegen en aldus criminaliteit belonen? Wie met pek omgaat wordt ermee besmeurd, nietwaar. Dergelijke bezwaren leven overigens in de politiek steeds minder.

Vorige week werd in een Kameroverleg duidelijk dat een meerderheid het kabinetsplan van deze zomer steunt om de criminele burgerinfiltrant opnieuw in te voeren. Alle lessen uit de IRT-enquête uit de jaren ‘90 en de politieke conclusies destijds (niet doen) ten spijt. Alleen D66, SP en Groen Links zijn nog tegen. PvdA, VVD en PVV zijn voor, zolang het kabinet zich aan de belofte van ‘uiterste redmiddel’, ‘bij hoge uitzondering’ en ‘zeer zware criminaliteit’ houdt.

Opstelten heeft het nu over een ‘dealgetuige’ die financieel schadeloos wordt gesteld en meer dan een halvering van de strafeis tegemoet kan zien. Hij belooft de Kamer dat er geen sprake meer zal zijn van het ‘runnen’ voor een langere periode van deze gekochte getuige. Het zou voortaan om ‘de korte klap’ moeten gaan. Een mooie marketingterm uit het Handboek Opstelten, waarvan nog niemand weet wat het echt betekent.

Overigens stuurde de minister ter rechtvaardiging een brief over de zware georganiseerde misdaad in Nederland waar je het koud van krijgt. Die blijkt al jaren in handen van dezelfde, totaal afgeschermde en daardoor onaantastbare personen. Die groepen zijn ook niet meer af te luisteren. Nee, zij luisteren de politie af en observeren de opsporingsdiensten. Intimidatie, bedreiging, omkoping, stromannen, gedrag- en communicatiecodes: The Godfather is niet ver. Tegen de afschermingstactieken van de zwaarste groepen zijn de huidige kroongetuigeregelingen ontoereikend. Infiltreren kan daar niet omdat die groepen homogeen zijn en geen buitenstaanders toelaten. Alleen door sommige daders in het geheim los te kopen en ze daarna delicten mee te laten plegen, kan Justitie zo’n groep openbreken. Daar zijn ze dus, de Italiaanse pentiti, maar dan in de polder. Moet justitie daar selectief aan mee gaan doen? U vindt het vast laf, maar ik wil er eerst nog even over nadenken.