‘Ik zie mijn werk niet als werk, het is een deel van mijn leven’

Daan de Leeuw

is kunstenaar en meubelmaker. Werknemers heeft hij niet, dan zou hij zijn vrijheid kwijt zijn. Maar breed heeft De Leeuw het niet. „Na dertig jaar ondernemerschap ben ik nog steeds geen commercieel denker.”

Daan de Leeuw: „De vele uren die ik steek in het intensieve ambachtelijke werk worden niet altijd betaald.”

‘Ik wilde met mijn handen werken’

Daan de Leeuw: „Van jongs af aan ben ik gefascineerd door hout. Bomen en natuurlijke vormen vind ik prachtig. In bomen en takken kun je die organische vormen heel goed ontdekken. Al op mijn zesde ging ik met een rugzakje met limonade en brood de natuur in. Dan zocht ik mooie takken en stenen en oude verroeste voorwerpen. Daar richtte ik thuis dan een museumpje mee in. Bij die stenen verzon ik dat het speerpunten waren. Nog steeds kan ik heel mooie presentaties maken als ik bijvoorbeeld op een beurs sta. Nee, niet in een kraam, dat vind ik oubollig.”

„Omdat ik met mijn handen wilde werken, ging ik naar de toenmalige technische school. Daarna wilde ik me specialiseren in antiekrestauratie, maar mijn ouders vonden me op mijn zestiende te jong om in mijn eentje van Lichtenvoorde, in de Achterhoek, naar Rotterdam te verhuizen, dus ik heb eerst nog een praktijkjaar gedaan. Tijdens de opleiding heb ik geweldige stages kunnen doen, onder meer bij een bedrijf dat meubels voor het koninklijk huis restaureerde en bij een restaurateur van klokkasten. Ik ben gek op klokken. Ritme en tijd vind ik fascinerend. Ze geven me overzicht en houvast, de orde die ik nodig heb.”

‘Mijn vader ging failliet in oorlog’

„Op mijn 21ste ben ik mijn eigen bedrijf begonnen in Lichtenvoorde, dat was begin jaren tachtig. Ik had het enorm druk, antiek was toen erg ‘in’. Het werk paste perfect bij mij: ik heb een gruwelijke hekel aan lopendebandwerk, bij antiekrestauratie is elke klus anders.

„Mijn vader hamerde erop dat ik schulden altijd zo snel mogelijk moest aflossen. Dat heb ik ook altijd gedaan. Ik krijg het spaans benauwd van schulden. Mijn vader wist waarover hij het had: hij had een koffer- en tassenfabriek, maar is in de oorlog failliet gegaan. Hij hield me altijd voor: geen risico’s nemen, geen personeel aannemen. Ook dat heb ik nooit gedaan, met werknemers zou ik mijn vrijheid kwijt zijn.

„Ik zie mijn werk niet als werk. Het is een deel van mijn leven, ik zou niet zonder kunnen. Ik zorg dat ik altijd een bron van inkomsten heb. Toen antiek uit de mode raakte, ben ik bijvoorbeeld veel meer les gaan geven. Ik ben niet zo bang dat ik zonder werk kom te zitten. Ik vind het wel zonde dat ambachtelijk werk niet beter wordt gestimuleerd, bijvoorbeeld door verlaging van het btw-tarief. Mensen leren niet meer om creatief bezig te zijn, alles draait om knopjes.”

‘Ambacht tot leven wekken’

„Drie jaar geleden heb ik een hectare bos gekocht, vlakbij Winterswijk. Daar heb ik ‘The Green Circle’ opgezet, een educatief centrum voor ambacht en kunst. Ik geef er ’s zomers workshops in vershoutbewerking en smeden. Ik wil een plek creëren waar het ambacht weer tot leven wordt gewekt.

„We maken er houten zitmeubels, zonder stroom, met trapdraaibanken die worden aangedreven door de veerkracht van takken. Een Achterhoekse kok kookt op een vuurtje de maaltijden voor de cursisten. Het is de ultieme ervaringsplek, mijn manier om het ambacht weer onder de aandacht te brengen. Er komen veel mensen uit de Randstad op af, die op zoek zijn naar rust, ruimte en natuur. Ik hoef er niet rijk van te worden, maar als ik er tien weken per jaar kan werken en er een boterham mee verdien, is het mooi.

„Ik krijg wel eens stress van het feit dat iets snel klaar moet zijn. Maar de meeste klanten begrijpen wel dat je een ambachtsman de ruimte moet geven. Maar als het echt moet, schuif ik met mijn werkzaamheden. Als ik een doodskist moet maken bijvoorbeeld.”

‘Financiële plaatje is een gevecht’

„Het zou handig zijn als ik wat meer verdiende. Mijn bestelbus moet eigenlijk worden vervangen, maar ik heb geen 20.000 euro. Het financiële plaatje is echt een gevecht. Elke week komen er rekeningen. Ik móet voldoen aan die eisen, maar dat botst weleens met mijn idealen.

„De vele uren die ik steek in het intensieve ambachtelijke werk worden niet altijd betaald. Voor een paar honderd euro haal je een tafel bij Ikea, bij mij heb je dan alleen nog maar het materiaal. Maar ik wil niet dat de kwaliteit van mijn werk lijdt onder die eisen van tijd en geld. Die druk komt ook doordat ik na dertig jaar ondernemerschap nog steeds geen commercieel denker ben. Een prijs bepalen vind ik lastig. Omdat ik mijn werk niet als werk beschouw.

„Om van die financiële druk af te zijn, neem ik weleens vakantie. Al ben ik in mijn vrije tijd ook vaak bezig met een houtsnijwerkje. Ik zal niet snel een zonvakantie boeken. Drie of vier keer per jaar ga ik naar mijn zoon, die net als mijn ex in Engeland woont. Daar heb ik ooit negen jaar gewoond. Twee keer per jaar komt hij naar mij toe.

„Ik vind de balans tussen mijn werk en mijn privéleven prima. Ik werk niet altijd, hoor, ik heb ook een vriendin en ik teken en squash. Ik doe ook regelmatig iets met vrienden. Praten over persoonlijke en maatschappelijke zaken, muziek maken, stappen. Ik wil nog heel lang zo doorgaan, mijn hart volgen. ”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl