Ik zal de eerste zijn die deze ziekte overwint

Drank en vrouwen gaven hem zijn bekendheid – meer dan zijn successen als voetballer Met zijn net verschenen biografie Vechtlust wil Fernando Ricksen dat leven afsluiten Deze week kreeg hij te horen dat hij de spierziekte ALS heeft

Ricksen beschouwt zijn dopingschorsing als het dieptepunt. Foto Chris Keulen

Redacteur voetbal

„Ik ben een vechter. Aan opgeven denk ik niet. Daarom heb ik mijn problemen overwonnen”, zegt Fernando Ricksen in het spelershome van Fortuna Sittard. Het is een dag voordat bij hem de dodelijke spierziekte ALS wordt vastgesteld. Toen had hij nog de hoop dat het zou meevallen. Nu weet hij dat hij opnieuw een gevecht aan moet.

De 37-jarige Limburger was net aan een nieuw leven begonnen. Als voetballer beleefde hij turbulente jaren. Met de net verschenen biografie Vechtlust wilde hij die periode afsluiten.

Ricksen geniet van zijn bestaan in Maaseik, waar hij met vrouw Veronika en dochter Isabella van anderhalf woont. „Nu ben ik echt gelukkig. Vroeger dácht ik dat ik dat was”, zegt hij. „Ik heb zin in mijn leven.”

Jarenlang schitterde Ricksen voor volle tribunes, maar daarbuiten balanceerde hij op de rand van de afgrond. „Ik had een uitlaadklep nodig. Ik heb veel domme dingen gedaan”, zegt hij. „Drank was de grootste boosdoener. Op een gegeven moment was ik totaal de weg kwijt. Het had niet veel gescheeld of ik had hier nu niet gezeten. Zonder mijn huidige vrouw zou ik misschien wel gesprongen zijn. Of ik zou met een fles wodka in het park hebben gelegen.”

Ricksen praat in dit gesprek al met een trillende stem. De eerste symptomen van de spierziekte kwamen afgelopen zomer aan het licht toen hij een sigaret wilde opsteken. Hij miste de kracht om zijn aansteker te gebruiken. Hij weet het aanvankelijk aan de rugproblemen die een einde maakten aan zijn voetballoopbaan. Dat hij mogelijk een spierziekte had, wilde hij niet weten. „Ik heb een fantastische dochter, een mooie vrouw en werk met plezier als jeugdtrainer van Fortuna. Dat vergooi ik voor niets en niemand meer.”

Vanaf zijn debuut in Fortuna in 1993 ging hij steeds meer in zijn eigen grootsheid geloven, vertelt Ricksen. Hij leidde in Schotland en Rusland een leven vol drank, drugs en vrouwen. „Ik was als voetballer heel egoïstisch ingesteld, misplaatst arrogant. Het komt ook door de wereld waarin ik leefde. Als voetballer ben je de gevierde man, zeker in het buitenland. Niemand corrigeert je. Daar ga je zelf in geloven.”

Ricksen beleefde als aanvoerder van Glasgow Rangers zijn hoogtepunt. Het geeft hem nog steeds voldoening. „Daar heb ik keihard voor moeten werken. En dat deed ik ook. Het was heel dubbel. Op het veld presteren, om daarna helemaal los te gaan. Zeker nadat mijn huwelijk op de klippen was gelopen. Als je een ton per week verdient, maakt het niet uit om op een avond een paar duizend euro uit te geven.”

De oud-international riep in 2006 voor het eerst professionele hulp in, toen hij na misdragingen in een vliegtuig uit de selectie van Rangers was gezet. Hij meldde zich aan bij de afkickkliniek Sporting Chance in Hampshire. „Ik heb veel geleerd, maar ik was er met de verkeerde reden. Ik wilde destijds mijn loopbaan redden, niet mijn leven op de rails zetten. Toen ik er weg was, kon ik de verleidingen weer niet weerstaan.”

Dick Advocaat was de belangrijkste trainer in zijn loopbaan, eerst bij Jong Oranje, later bij Rangers en Zenit Sint-Petersburg. „Ik heb veel aan hem te danken”, zegt Ricksen. „Het klikte echt goed tussen ons. Maar buiten het veld hadden we weinig contact. Voetbal en privé hou je toch apart. Ik denk dat hij ook niet precies wist van mijn problemen.”

Ricksen kan nu om de meeste van zijn fratsen glimlachen. Zo deelde hij het bed met het Engelse model Katie Price, gooide de voorzitter van Rangers in het water en haalde in Sint-Petersburg vier paaldanseressen in huis. „Ik ben een ander mens, maar destijds heb ik wel veel gelachen. Ik kan er nuchter naar kijken. Vooral in Sint-Petersburg was er van alles te doen, de bars zijn er dag en nacht open. Als we in de problemen kwamen, dan konden we een hoge commissaris bellen. Dan gaf je wat geld en was alles zo geregeld.”

Ricksen heeft maar van één ding echt spijt: cocaïne. „Dat ik me op het eind bij Zenit heb laten verleiden drugs te gebruiken is stom geweest. Ik speelde niet meer, voelde me alleen. Ik had het vaak afgeslagen en ben er uiteindelijk een keer in meegegaan. Dieper kon ik niet zinken.”

Ricksen testte in augustus 2009 positief op de drug bij de dopingcontrole na een kwalificatieduel voor de Europa League. Hij werd door de UEFA een jaar geschorst. Het nieuws werd niet naar buiten gebracht. Ricksen veinsde een blessure. „Het voelde alsof het voetballen me was afgenomen. Ik raakte in een depressie. Mijn vrouw heeft me naar een kliniek gebracht. Dat was mijn redding.”

Nu, enkele dagen na dit interview, is zijn toekomst in één klap verdwenen. Ricksen maakte in De Wereld Draait Door emotioneel bekend dat hij ALS heeft. Hij kreeg van alle kanten steunbetuigingen en was sterk genoeg om bij de presentatie van zijn biografie te zijn. De rest van de week bracht hij in het ziekenhuis door.

Ricksen heeft vermoedelijk hooguit nog een paar jaar te leven. Hij is terneergeslagen, maar aan de dood denkt hij niet. Via zijn biograaf laat hij weten: „Ik zal de eerste zijn die deze ziekte overwint.”

Vincent de Vries: Vechtlust. Voetbal International, 500 blz. € 19,95