‘Ik wilde zo graag iets met z’n tweeën doen’

Twee ex-partners vertellen over hun voorbije liefde. Charlotte van Velten en Jacques Craenen, waren achttien jaar samen en kregen drie kinderen.

Charlotte en Jacques op het studentengala in 1991, waarop het ‘aan’ raakte.

„Jacques was een spontane vent met twinkeloogjes en daar viel ik op. We ontmoetten elkaar in 1991, op wintersport met de studentenvereniging. Hij vroeg me al na een half jaar ten huwelijk, maar ik zei nee. Ik ben vrij nuchter, ik denk altijd: wie zegt dat het straks ook nog goed gaat?

„We gingen samenwonen en uiteindelijk, toen we een huis kochten, durfde ik een huwelijk aan. Drie jaar later werd ons eerste kind geboren, Thijs. Tijdens de bevalling kreeg Thijs een hersenbloeding en twee weken later overleed hij. Dat was en is een diep, diep verdriet. Volgens Jacques is ons huwelijk daarop stukgelopen, maar ik denk dat er een andere reden is. Die spontaniteit van Jacques, waar ik zo op viel, is mij opgebroken. Jacques had een enorm sociaal leven, hij wilde altijd honderdduizend dingen doen. Maar hij had zelden tijd voor mij. Ik wilde zo graag iets met zijn tweeën doen, al was het maar eens in de maand samen uit eten.

„In 2004 trok ik het niet meer. Ik wilde een man voor mij en onze twee andere kinderen, niet iemand die zo vaak weg was. We zijn toen in relatietherapie gegaan, maar er veranderde niets. Ik probeerde me daar bij neer te leggen, maar de liefde die ik voor hem voelde, brokkelde langzaam af. We gingen weer in therapie, maar Jacques zei: ik ga niet veranderen. Toen besloot ik dat ik niet de rest van mijn leven in een frustrerend huwelijk wilde zitten.

„Jacques had nooit verwacht dat ik zou gaan, hij vond het heel erg. Toch zijn we zonder ruzie gescheiden. Dat kon omdat we alle woede en frustraties er tijdens de therapie uit hadden gegooid.

„Jacques en ik hebben nog vrijwel dagelijks contact. We gunnen elkaar alle geluk. Het kan nog wel eens knallen, over de opvoeding van de kinderen bijvoorbeeld, maar het fijne is dat we dan ieder naar ons eigen huis kunnen. Ik ben blij dat ik hem ken, hij is me heel dierbaar. We hebben achttien jaar lief en leed gedeeld, ik had het nooit willen missen.”