Hoe deskundigheid een verdachte eigenschap werd

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen?

Deze week: Wilders en Roemer in de verdrukking.

Ofwel: waarom de eenmanspartij helaas de toekomst heeft.

Tekst Tom-Jan Meeus Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Geen geweldige week voor het Hollands populisme. De PVV die weer een Kamerlid kwijtspeelt. De SP die oncomfortabele feitjes over de eigen subsidieaanvragen moet toelichten. En het onthoofde 50Plus dat, na aanhoudende zelfverwonding (50Pus), moet kiezen of bewezen brokkenmakers als Jan Nagel en Dirk Scheringa de partij kunnen redden. „Ik wil niet terugblikken”, zei Nagel (74) vrijdag in De Telegraaf. Nee, dat zal wel niet.

Voor aanhangers van redelijke politiek leek er deze week dus reden voor opluchting. De politici van de grote mond en de simpele oplossingen hadden even genoeg aan zichzelf. Geluk ermee, mensen.

Tegelijk is de spanning ineens van het Binnenhof verdwenen. Het bondgenootschap van kabinet met D66, CU en SGP heeft een stevig fundament. Begrotingen worden ordentelijk in de Kamer behandeld; de regering regeert.

Maar je blijft zitten met ongemakkelijke effecten van de populistische opstand die niet ineens verdwenen zijn. Zo heb je de trend dat politieke beleidsdebatten amper nog aandacht van beleidsdeskundigen krijgen, en politici minder naar beleidsdeskundigen luisteren. Niet een kloof tussen burger en politiek, neen: een kloof tussen kenners en Kamerleden.

Ik zag het woensdag met eigen ogen. En ik wist niet wat ik zag.

Toen de Kamer aan het einde van die middag de begroting Volksgezondheid behandelde, liep een paar honderd meter van het Binnenhof, bij de Raad voor het Openbaar Bestuur (Rob), een zaal vol voor een toespraak van Louise Gunning. Zij leidt de Universiteit van Amsterdam en was daar tot vorig jaar universiteitshoogleraar Gezondheid en Maatschappij.

Gunning vertelde wat er mankeert aan het politieke debat over de zorg. Retoriek die de werkelijkheid verdringt: een redelijk goed stelsel dat de meeste patiënten op niveau helpt - en overigens voor 90 procent politiek onomstreden is.

Maar ook een stelsel dat diezelfde politici kapot praten – door incidenten als maat der dingen te presenteren. Elke specialist een graaier. Patiënten slachtofferschap aanpraten, zodat zij onredelijker worden en steeds duurdere zorg opeisen. Kamerleden die doen alsof zij de kosten beheersen, terwijl die kosten ver van het Binnenhof, in spreekkamers, worden bepaald. Fact free politics – dat was, zei Gunning, de echte bedreiging van het stelsel. „Fictie is werkelijkheid geworden”, zei ze.

Het interessante was: terwijl ik een half uurtje na deze bijeenkomst zag dat het begrotingsdebat in de Kamer nog steeds voor vrijwel lege publieke tribunes voortging, was op Gunning een batterij beleidsdenkers afgekomen.

In de discussie na haar rede turfde ik deskundigen van de Gezondheidsraad, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Raad voor de Volksgezondheid, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne, etcetera. Met Gunning betrad een journaliste van de Volkskrant het podium, Malou van Hintum, die ook allemaal slimme dingen zei. Tussendoor was er Jacques Wallage, de oud-PvdA-politicus, nu voorzitter van de Rob, die nog altijd heel graag naar Jacques Wallage bleek te luisteren.

Maar goed – wat me vooral frappeerde was dat al die beleidsdenkers een toespraak van een kenner verkozen boven het belangrijkste beleiddebat dat de Kamer dit jaar op hun vakgebied voert. Zij isoleerden zich dus van de politiek - terwijl je zou denken dat het omgekeerde hun doel is.

Ik vroeg ze er na afloop naar. Ze gaven globaal twee soorten antwoorden. In zo’n Kamer wordt nog zelden een standpunt ingenomen dat ze niet kennen. En Kamerleden moeten vooral hun contacten met burgers benadrukken, zeiden ze, dan ben je als kenner al gauw stoorzender. Openstaan voor de samenleving heeft dus een prijs: het kost deskundigheid en produceert slechter beleid.

Het zou dus ook een misverstand zijn de populistische nederlagen van deze week als trendbreuk te presenteren. Sterker, in werkelijkheid kwamen twee van de drie belaagde partijen, vooral dankzij hun publicitaire opereren, beter weg dan de feiten rechtvaardigden.

Bij de SP was gebleken dat die voor tonnen partijdrukwerk – krantjes die huis-aan-huis worden verspreid – wilde betalen uit subsidie bedoeld voor ondersteuning van Kamerleden. Altijd bereid ‘graaiers’ te ontmaskeren – en zelf proberen de regels op te rekken voor een paar ton extra.

Nee, zei de partij, dat wilden wij niet, wij wilden hierover slechts „discussie”. Alsof een kind dat meer zakgeld wil zou zeggen: ‘Mam, zullen we een discussie over mijn zakgeld voeren?’

Dat die discussie erin eindigde dat vijf van de zeven meebeslissende Kamerfracties de partij de subsidie voor de krantjes grotendeels ontzegde – woorden als „niet rechtmatig” en „onacceptabel” vielen -, bleef buiten de aandacht van de meeste media. Het scheelde de partij vijf ton.

Roemer is een schappelijk type, je gelooft hem. Hij zei: dat van die vijf ton is niet relevant, want wij maken lang niet alle subsidie van de Kamer op, en het restant betalen we keurig terug. Miljoenen waren dit. Geniale vondst. Een automobilist wordt beboet voor hardrijden en onderstreept zijn nobelheid: kijk eens hoeveel wegenbelasting ik betaal.

„Bent u dan zo zuinig?”, zei de NOS-verslaggever. „Ja”, zei Roemer. „Wij zijn heel zuinig.” Schitterend.

Bij de PVV zag je iets soortgelijks: ook die partij wist de schok van het vertrek van oud-penningmeester Louis Bontes in de media klein te houden. Bontes is de eerste echte vertrouweling van Wilders die weg is. Vorig jaar was hij nog campagneleider. Tegelijk is de interne atmosfeer in de partij erbarmelijk, groeit de weerzin tegen Wilders en moet niemand verbaasd zijn als komend jaar nog minimaal één Kamerlid uit de fractie verdwijnt.

Meer nog dan de SP heeft Wilders als eenmanspartij een mechanisme om een mediastorm te bestrijden. Hij blaast een dag lang terug, fractiegenoten vallen hem bij, hij hoeft zich niet te verantwoorden, er volgt geen onderzoek of partijcongres – dus de volgende dag is een PVV-rel altijd dood: de media kunnen nergens een follow up halen.

Vergeleken daarmee heeft Nagel bij 50Plus een hopeloos bestaan. Daar doen ze wel aan ledendemocratie, en je ziet nu alweer aankomen dat dit afloopt zoals zo vaak bij projecten van Nagel: geweldig begin, aan gekuip ten onder.

Op dit moment is het voordeel voor de middenpartijen dat ook Roemer en Wilders verzwakt zijn. Bij Roemer blijft de vraag of hij de klap van de campagne van 2012 te boven komt. Wilders, die over een paar weken wil pronken met Frans bezoek (Marine Le Pen, Front National ), heeft zichzelf vorig jaar buiten de macht geplaatst. En het vertrek van Bontes illustreert opnieuw dat hij eigenlijk met niemand kan samenwerken.

Maar wie denkt dat de kansen van het Hollandse populisme nu verkeken zijn, maakt het zich erg gemakkelijk. Want Wilders heeft iets onheilspellends aangetoond: dat de eenmanspartij een hoogst effectief mechanisme tegen inmenging van moderne burgers en media is.

Dus mocht na Wilders een even verbaal begaafde leider opstaan die wél de sociale intelligentie heeft om medewerkers en collega’s aan zich te binden, dan is dit de voornaamste erfenis van de PVV-leider: de eenmanspartij als concept om, hoe omineus, de democratie te veroveren.

Niet dat middenpartijen dit lijdzaam hoeven ondergaan. Zij kunnen, om te beginnen, de kloof met deskundigen proberen te overbruggen. En dus soms tegen de burger zeggen: sorry, maar de specialist die u een graaier vindt, of de professor die u zo bekakt vindt praten, heeft er meer verstand dan u. „Die heeft gelijk. U niet.”

Politici die burgers vaardig naar de mond praten en daarna niets presteren - daar hebben we er wel genoeg van gehad. Politici die deskundigheid omarmen en burgers overtuigend tegen durven te spraken – die kunnen misschien iets teweegbrengen. Het zou hele oude politiek zijn: zo oud dat je haar makkelijk als nieuw kunt verkopen.