Het grote vermaak

1728

Wat we de afgelopen weken allemaal hebben meegemaakt! Eerst het grote internationale afluisterschandaal. Het was al in ruime mate bekend, maar dat bondskanselier Angela Merkels telefoon door de Amerikanen is gekraakt doet de deur dicht. Toen kwam een mevrouw van de Verenigde Naties met het voorstel ons Sinterklaasfeest af te schaffen omdat het wegens de aanwezigheid van Zwarte Piet racistisch is. Ons volk ontstak in woede. En daarna brak begin deze week de storm los. Al het nieuws op de televisie vol beelden van stations met stilstaande treinen en gestrande reizigers, grote golven, door de lucht vliegende voorwerpen en vooral omgewaaide bomen. Nee, we hebben ons niet verveeld.

Door een gelukkig toeval ben ik tientallen jaren de overbuurman van een prachtige boom geweest, een woudreus, hoog en dik, met vervaarlijke takken. Aan de ene kant een klein parkje, aan de andere een driesprong van drukke stadswegen, en precies eronder een stalen bankje. Het was een indrukwekkend exemplaar waardoor je soms over het wezen van de boom ging nadenken. Ooit is iemand op het idee gekomen kabouters in bomen te laten wonen, holle exemplaren, maar toch. Die moeten dik en dus oud zijn geweest. In sommige godsdiensten worden oude bomen vereerd. Geen wonder, ze hebben meer gezien dan generaties mensen. Ze hebben jaarringen in hun stam waarin hun ervaring ligt opgezameld. Zijn er bomen die kunnen praten? Er zal wel een sprookje zijn waarin zo’n exemplaar een rol speelt. Hoe dan ook, een oude boom is een eerbiedwaardig wezen.

Op 28 oktober om kwart over twaalf is de boom bij mijn huis door één rukwind geveld. Er zijn bepaalde ervaringen die je niet onmiddellijk goed kunt beseffen. Dit was er zo een. Ik stond voor het raam, plotseling met een volstrekt nieuw uitzicht, een ruimte van onbeschaamde afmetingen. En op de grond lag mijn boom, wortels in de lucht, takken gebroken op het asfalt en het bankje verpletterd onder de dikke stam. Al gauw kwamen er mensen van de gemeente om met cirkelzagen de ruïne te fatsoeneren. Zoveel mogelijk takken werden afgezaagd. Dat maakte mijn nieuwe uitzicht nog ruimer. Het leek alsof ik plotseling verhuisd was. Tenslotte lag daar de stam, onttakeld, deerniswekkend.

De volgende dag. Daar kwamen een paar meisjes van een jaar of zestien aangefietst. Ze stapten af en liepen naar de wortelstronk, en toen haalde er een een toestelletje tevoorschijn en begon kiekjes te maken. De anderen gingen op de stam zitten. Meer foto’s. Het werd een vrolijke boel. Er naderde een dame van middelbare leeftijd, ze zag de boom, stond even zichtbaar paf, greep toen in haar tas. Jawel, een toestelletje. Ze ging ook kiekjes maken. Twee mannen op de fiets. Toestelletjes, kiekjes. De digitale techniek heeft in de loop van deze eeuw van alles en nog wat ontwikkeld waarmee je foto’s kunt maken. In mijn vier jaar oude laptop zit een cameraatje. Ik heb het nooit gebruikt maar het is ontzettend handig!

De 21ste eeuw is voorlopig de eeuw geworden waarin je er rekening mee moet houden dat iedereen alles fotografeert of filmt. Toen het stormde raakte ergens in Nederland een jongeman bijna onder een omvallende boom. Hij bleef ongeschonden. Door een toevallige passant werd het gefilmd en de volgende avond konden we het hele drama op de televisie zien. ‘Het beeld vastleggen’, stilstaand en bewegend, is zonder dat we er bewust van waren tot de nieuwe wereldgewoonte geworden. Had Joseph Niépce dat geweten toen hij in 1826 de eerste foto uit de geschiedenis maakte. In 1948 kregen we de eerste polaroidcamera. Foto’s kant-en-klaar uit het toestel trekken. Toen een revolutie, nu reddeloos verouderd.

Ik denk dat er een eigenaardige samenhang is ontstaan. Hoe sneller en gemakkelijker een foto of een filmpje wordt gemaakt, des te hoger de kans op amusementswaarde en des te geringer de kans op een gevoelsmatige betrokkenheid van de maker bij zijn object. Mijn vader had een ingewikkelde Kodak die vooral in de vakanties werd gebruikt. Ik bewaar de fotoalbums. Maar voor de echte familieportretten gingen we naar een beroepsfotograaf, en dan was het een flink gedoe voor de familie erop stond. Die portretten werden beschouwd als documenten en dat zijn ze nog.

De laatste jaren zijn er een paar mannen nationaal bekend geworden wegens hun nauwe betrokkenheid bij kinderporno. Hun getekende portret verschijnt op de televisie als het zo uitkomt. Datgene waarvoor ze terecht staan omvat een kwantiteit aan beelden die onvoorstelbaar is. Toch is dit voor de schuldigen de beste vorm van amusement. Hartelozer kun je je het niet voorstellen, maar het is ook een uiterste vorm van onze eigentijdse beeldcultuur.

In 1998 is van de Amerikaan Neal Gabler het boek Life: the Movie verschenen. Hij beschrijft hoe we in deze tijd geneigd zijn, alles tot show te verwerken. Dat is vijftien jaar geleden. We zijn een stuk verder gevorderd.