Het gezin gaat door een tranendal De snob wil jakleren bergschoenen en een privélift

Kinderen willen geen Frans klasje, snobs willen niet tussen het plebs, en zo heeft iedere wintersporter zijn wensen. Tips van vier ervaringsdeskundigen.

Vooral op Franse pistes zie je ze. Groepen piepkleine kinderen die aan alle kanten voorbijschieten in felgekleurde skipakjes. In één beweging skiën ze vanuit de lift pistes af waar volwassenen zichzelf langdurig moed staan in te praten.

Vroeg beginnen is natuurlijk het geheim van de Fransen. Maar de meeste kinderen zijn pas echt aan skiën toe als ze vijf of zes zijn. Dan hebben ze voldoende kracht en doorzettingsvermogen om ook na de tiende valpartij nog op te staan.

Sommige ouders weten dat niet, of negeren die informatie bewust omdat ze maar aan één ding kunnen denken: sneeuw aan de horizon.

Een optie met jonge kinderen is om naar Sauerland in Duitsland te rijden. Plaatsen als Willingen en Winterberg zijn dichtbij, zo’n vier uur rijden van Utrecht, en je hebt er heuvels in plaats van bergen. Als ze het niet leuk vinden, ben je ook zo weer thuis.

Maar sneeuw ligt er niet altijd. Of het regent een paar dagen voor vertrek weg. Sneeuwzekerder zijn Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk.

Via booking.com lukt het soms last minute nog een betaalbaar appartement te vinden in een serieus skigebied. Wij vonden vorig jaar midden in de kerstvakantie voor 450 euro een appartement in een best charmant Frans skidorp. Ja, het lag een uurtje boven Nice en was dus ver, maar soms ben je voorbij het punt waarop je je door pietluttigheden laat ontmoedigen. Dus boekten we, kochten voor het hele gezin een lange thermo-onderbroek en vertrokken.

Dan is het zaak de sfeer in de auto goed te houden. Ook als na twaalf uur rijden de laatste bergpas dicht blijkt te zijn (wegens te veel sneeuw, hoera!) en je daardoor drie uur moet omrijden. En als dan het lampje gaat branden dat aangeeft dat de olie moet worden bijgevuld – en de hendel stuk blijkt waarmee de voorklep zou moeten opengaan. En nee, dat is vreemd genoeg helemaal niet makkelijk te verhelpen.

Daar stonden we, de dag voor oudjaar op een parkeerplaats – het was inmiddels donker – met twee steeds bleker wordende kinderen en een berg tassen met wintersportspullen, terwijl de auto werd weggesleept.

Maar eenmaal in het skioord (per taxi) kwam pas het echte leed. Jonge kinderen vinden skiles vaak helemaal niet leuk. Zeker niet als die in het Frans gegeven wordt en zij de enige niet-Franse kinderen zijn. Je huilende kind achterlaten om te kunnen skiën is bovendien iets heel anders dan ze in de steek laten als je naar je werk gaat (om geld te verdienen voor de wintersport).

Verstopt achter een scootmobiel, sta je te kijken hoe je dochter van vier zich met schokkende schoudertjes van het huilen een miniheuveltje af laat glijden. Tig keer. Het beeld van een tot de helft met tranen volgelopen skibril heeft zich in mijn geheugen vastgeklonken. Het beeld van mijn oudste die na drie dagen in de skilift de piste op mocht, gelukkig óók.

Het volgende jaar zijn de kinderen weer wat groter en heb je een beetje geleerd van je fouten. Dan boek je een hotel in Oostenrijk, via een Nederlands reisbureau, inclusief Nederlandstalige lessen voor de kinderen. Lessen waarin ze niet alleen duizend keer hetzelfde heuveltje moeten afskiën, maar ook eens tikkertje spelen.

En later zijn ze je natuurlijk dankbaar, voor die peperdure onhandige hobby die je ze aan de hand hebt gedaan.

Merel Thie