Hállo, een xtc-pil is al sociaal geaccepteerd!

Jongeren gebruiken drugs. De overheid moet dat niet negeren, vindt Charlotte Bouwman.

Feest bij dj Afrojack. De mensen op de foto komen niet in dit artikel voor. Foto ANP

‘Liever raven met Gerard dan Gerard Reve’ is een gevleugelde uitspraak onder de Amsterdamse student. Ze legt twee essentiële punten bloot: Gerard Reve wordt niet meer gelezen, en ‘raven’ (feesten op dance- of housemuziek, vaak onder invloed van drugs) wint aan populariteit.

Dat eerste is schokkend genoeg, dat tweede verdient een nadere uiteenzetting. Afgelopen maand, tijdens Amsterdam Dance Event waar posters op de toiletten hingen die waarschuwden voor een gevaarlijke xtc-pil, drong het tot me door. Iedereen gebruikt drugs.

Waarom pakken studenten tegenwoordig liever een festival dan De Avonden? Sinds wanneer is sms’en met je dealer normaler dan ingeschreven staan bij de openbare bibliotheek? En hoe komt het dat iedereen van boven de dertig geen weet heeft van deze nieuwe uitgaanswerkelijkheid?

Dat het duidelijk moge zijn: iedereen gebruikt dus drugs. Oké, niet iedereen, maar het gebruik van xtc is onder Randstedelijke jongeren even normaal als het drinken van, zeg, vijf glazen wodka. Maar hoe is een ‘pilletje’ ineens sociaal geaccepteerd geworden? En vooral: waarom is dit taboe nog steeds niet doorbroken?

Een rondgang langs de klassieke media maakt het beeld er niet helderder op. Eind juni kopte NRC op de voorpagina: ‘Lachgas en sterke xtc-pil in opmars’. You don’t say. In dit artikel merkt Tom Nabben, hoogleraar criminologie aan de UvA, bovendien op: „De rechtenstudent wil ook wel eens naar een technofeestje en daar hoort vaak xtc bij.”

Voor de doelgroep van de krant is dat, misschien, inderdaad nieuws; voor iedere Randstedeling van rond de 25 is het niets meer dan stating the obvious. De berichten in andere kranten zijn niet minder zorgwekkend. Het afgelopen jaar waren er zes incidenten met een dodelijke afloop waarin xtc een rol speelde. Tegelijkertijd kunnen laboratoria de vraag naar het testen van xtc-pillen en coke of speed niet meer aan, en zien maar weinig mensen iets in het plan van D66 om drugs ook op festivals te gaan testen. „Als je aan de deur communiceert ‘geen drugs binnen’, moet je het binnen ook niet laten testen”, aldus de organisator van het festival ‘Buitenverblijf’

En dat is precies waar het misgaat. Dat het drugsbeleid in Nederland ontzettend schijnheilig is, wisten we al. Maar waar dat bizarre gedoogbeleid nog relatief onschuldig is, vallen er door het hypocriete harddrugsbeleid daadwerkelijk slachtoffers. Mensen weten niet wat ze precies innemen, wat het met ze doet en hoe ze met bepaalde reacties moeten omgaan. Door dit hypocriete harddrugsbeleid zijn er in ieder geval al zes doden gevallen dit jaar – als het er niet meer zijn.

Dit is een pleidooi voor noch tegen drugs. Het is niet aan mij om te bepalen wat mensen in hun mond stoppen. Maar het is wel hopeloos wanhopig om vast te houden aan het idee dat alleen losgeslagen gekken geestverruimende middelen gebruiken. Dat is simpelweg verleden tijd. En dus is drugsgebruik bij uitstek een onderwerp dat aandacht verdient, dat niet weggeschoven (of weggesnoven) moet worden. Dingen verdwijnen niet als je ze negeert, helaas.

Het wordt tijd dat ook de politiek inziet dat zij wel hun ogen kan sluiten, maar dat de monden en neuzen van studenten daardoor niet gesloten blijven. En het wordt tijd dat diezelfde studenten gaan nadenken over wat ze in hun mond of neus stoppen. En, oh ja, Amsterdam Dance Event haalt het niet bij De Avonden!