Groeten uit Volvo-reservaat Haren

De laatste echte Volvo, de V70, is nu ook nog aangevreten door flashy hightech. Bas van Putten is bij voorbaat tegen.

Als Volvo-rijder oude stijl behoor ik met de BMW- en de Mercedes-clans tot de meest gestigmatiseerde automobilisten. Het vreemde is dat ons stempel niet aan zichtbaar wangedrag te wijten is. De typische Volvist wordt juist gekielhaald om een deugd, zijn onverteerbare keurigheid. In zijn correctheid schuilt een afgrijselijk gebrek aan souplesse dat hem terecht wordt nagedragen.

Zeker, hij is de ruimhartigheid en tolerantie zelve. Hoog opgeleid, cultureel geïnteresseerd, moreel solide. Hij spreekt met twee woorden, is leuk met de kinderen, onder werktijd de professional die duurzaam bouwt, degelijk recht spreekt, euthanaseert volgens de spelregels. Hij heeft één mankement: hij is radicaal gekant tegen de degeneratie van zijn merk tot trending brand. Hij krijgt uitslag van Volvo-commercials waarin SUV-achtigen met Volvo-grille worden bestuurd door jongelui uit modebladen. Hij mokt: het is mijn zuil niet meer. Hij wil een ouderwetse baksteen met de beste stoelen van de wereld en een vijfcilinder. Op dat ene punt is de modelburger een fundamentalist.

Aan die seniorenkwaal lijd ik ook. Woest was ik op de heerlijk rijdende V40, dat designkunstwerk voor vlotte jongeren. Ze hebben er één groot RTL4 van gemaakt, mokte ik, straks gaan de winnaars van de Soundmixshow er nog in rijden. „Die bestaat niet meer pap”, zei mijn dochter. Kan me niet verdommen, hield ik vol, het moet ophouden.

Gelukkig heb ik als Volvo-rijder om de hoek mijn eigen Staphorst en dat is de gemeente Haren, het vorig jaar door Facebook-tuig vertrapte reservaat voor merkgetrouwen uit de oude doos. Bezoek nodig ik graag uit voor een historische Volvo-vlootschouw in de koffiekamer van patisserie Huize Rodenburg aan de Rijksstraatweg, waar sinds honderd jaar vóór Christus wordt gebakken in de stijl van het lokale wagenpark. „Hoewel we veel inspiratie en nieuwe ideeën hebben, zullen de producten hier niet snel veranderen. Er komt hooguit een nieuwe klassieker bij.” Onder het genot van een kop koffie en een smakelijk stuk gebak concluderen mijn gasten dat voor de Zweedse knarren in het dorp precies hetzelfde geldt. Tot hun verbijstering zien zij achter het raam een defilé van Volvo-stations uit de goeie tijd voorbij glijden, 850’s en V70’s met vijf cylinders, hbs-mannen in geklede vrijetijdstruien achter het stuur.

Waar zijn de XC90’s, de V60’s, de V40’s?, vragen mijn vrienden. Dan zeg ik vol trots: daar doen wij niet aan, die zijn voor de proleten en de bijtellers. De Harense Volvo-economie is zelfvoorzienend. Rond Haren ligt een cordon sanitaire van Volvo-specialisten, beschaafde garages met een uitgelezen assortiment klassieke estates. De cross-overs gaan na aankoop in met Rodenburg-deeg dichtgekitte trucks op transport naar het sodom van Bussum of Amsterdam-Zuid. Alsjeblieft trendsetters, veel plezier met die kermisbakken, groeten uit Haren.

Dagrijverlichting

Zorgelijk nieuws: de V70, de laatste Volvo die wij een echte noemen, is vernieuwd. Het goede nieuws is dat hij mag blijven, het slechte dat hij weer een stukje meer is aangevreten door de flashy hightech van de mode-Volvo’s. Hij heeft een nieuwe designgrille, dagrijverlichting en nieuwe motoren, allemaal viercilinders. Het digitale dashboard komt uit de V40, een Xbox voor de junior accountmanager. Het multimediasysteem biedt internet. Uiteraard ben ik overal bij voorbaat tegen. Niet op mijn erf, jongens.

Uit protest haal ik bij de importeur een van de laatste vijfcilinder-Mohikanen op, de D3 met de relatief recente tweeliterdiesel die nog net zo klinkt als ons soort youngtimers in Haren, een stukje van mezelf. De rare, in een driehoek uitlopende achterlichten zitten me na zes jaar nog steeds niet lekker, maar vooruit, ze zijn inmiddels ook traditie. Arrogant negeer ik alle symptomen van vooruitgang. Tevreden merk ik op dat alles wat het rijden met de auto tot dat tijdloze genoegen maakt, historisch erfgoed is. De onverbeterlijke stoelen, die romige besturing, dat zachte kernachtige geruis in het vooronder. Met de zenrijstijl die de D3 je oplegt, haal je 1 op 18. Perfecte reiswagen.

Ik doe de Haren-proef op de Rijksstraatweg. Niemand kijkt op of om. Dan is het goed, dit is een echte. Daar hebben we onze patissier. Zullen we dan maar?, vraag ik mijn bijrijdster, het is koffietijd. Burgers van Haren, wij kunnen weer twintig jaar vooruit.