Geen gemier

Hoezo, u lust geen niertjes? Een echte eter eet alles, vindt thuiskok Marjoleine de Vos.

H

et eerste hapje ging er wel in, maar zonder veel enthousiasme. Bij het tweede hapje werd het hoofd al nijdig weggedraaid en klonken protestgeluiden. Toen de ouders aandrongen was de maat vol.

Dit was niet te eten!

Het eenjarige meisje weigerde de hap door te slikken en hield het smerige voedsel zo ver voor in de mond als mogelijk. Ze zette het op een ongenadig brullen, liep paarsrood aan, leek zowat te stikken, schudde met het hoofd en wierp zich bijna te pletter uit de kinderstoel op de grond. Een poging tot vergiftiging! Dat je eigen ouders je zoiets durven te geven!

Zo’n zuiver voorbeeld van afkeer van eten zie je niet vaak. Vies! riep heel het kleine lijfje. Smerig! Oneetbaar!

Het leek mij ook niet heel lekker wat ze daar kreeg. Iets uit een potje, pasta met groenten heette het en het zag eruit als gemalen hutskots. Ik begreep best dat de volkoren boterham (‘huisgebakken brood’ om het maar hedendaags uit te drukken) met rinse appelstroop er heel wat beter in ging.

Eerder had ik de kleine met smaak ministukjes haring zien eten, dus een moeilijke eter was ze niet. Ze kreeg gewoon Zeer Onsmakelijke Blubber uit een potje. En ze ging liever dood, zo althans leek ze het wel te bedoelen, dan dát te eten.

Ineens zie je jezelf weer als kind achter een bord bittere slijmlof. Of achter dat bord nasi waar ik per ongeluk te veel ketjap op had gegooid zodat het oneetbaar was geworden, maar oneetbaar bestond niet. De onmacht om zoiets weg te werken. De doodsnood bijkans.

Iets niet lusten, geldt als extreem unsofisticated. Wie door wil gaan voor een echte eter, iemand met culinaire finesse, eet alles. Nu ja, bijna alles. En eigenlijk vind ik dat ook wel horen. Geen gezeur. Tenzij iemand allergisch is natuurlijk, dat is een ander verhaal. Vegetariërs eten geen vlees, logisch, daar ga je ze dan ook niet mee lastigvallen, maar voor het overige geen gemier van ik lust geen niertjes (Geen niertjes! Nu ja!), ik lust geen ansjovis, ik lust geen andijvie.

Nu ik dat kindje zag sterven van afkeer, vond ik dat toch ineens wel een erg hard standpunt. Een gastvrouw laat natuurlijk van zo’n standpunt überhaupt niets merken, die informeert beleefd naar eventuele onverteerbaarheden, maar denkt er stiekem het hare van. Aanstellerij!

Een kind is geen volwassene. Kinderen hoeven sommige dingen nog niet te lusten, die zijn bijvoorbeeld veel gevoeliger voor bitter en dus geëxcuseerd als ze artisjok en andijvie niet zo verrukkelijk vinden als wij. Zoet en vet lust iedereen, ook kleine kinderen, maar dat betekent niet per se heel zoet en heel vet.

Het zout der aarde

Ook aan zout moet je wennen als kind, zoals je het ook weer kunt ontwennen als volwassene. Een beetje zout verhoogt de smaak, een uitdrukking als ‘het zout der aarde’, waarmee altijd iets positiefs wordt bedoeld, bestaat niet voor niets, maar ladingen zout, zoals in veel voorgefabriceerde producten, zijn nergens voor nodig.

Dat je aan smaken kunt wennen, is een argument voor het eten (‘lusten’) van alles wat eetbaar is. Maar dat we nu eenmaal een eigen smaak ontwikkelen is een argument ertegen. Niet iedereen vindt hetzelfde mooi of leuk, gelukkig, en dus hoeft ook niet iedereen hetzelfde smakelijk te vinden.

Zijn er dingen die wél iedereen lust? Bij zoet en vet denk je als vanzelf aan chocola, slagroom, pudding, boterkoek. Houdt iedereen daarvan? Ik ken geen mensen die geen zoet lusten, wel mensen die daar geen speciale hang naar hebben.

Soms doe je met jezelf of anderen wel zo’n soort test: als je moest kiezen tussen nooit meer zoet snoep (koekjes, taart, pudding etc.) of nooit meer hartig snoep (pinda’s, kaaskoekjes, worst) wat koos je dan? Nou dan weet ik het wel.

Bye bye pudding.

Maar onlangs maakte ik een chocoladetaart van Janneke Philippi. Ik maakte hem vooral omdat ze erbij schreef hoe je karamel kunt maken van een blikje gecondenseerde melk. Namelijk door het vier uur te koken. Meer niet. Je maakt daarna het blikje open en erin zit karamel. Het doet denken aan die Noorse kaas die bruin is en zoet, brunost. Die wordt gemaakt door melkwei net zolang zachtjes te koken tot die is veranderd in een zoete bruine massa, doordat de melksuikers gekarameliseerd zijn. Net zoiets gebeurt er in het blikje gecondenseerde melk.

Die chocoladetaart van Janneke Philippi (hij stond ook in de laatste Delicious) is een ongelooflijk machtige taart met karamel en zoutvlokjes en zó goddelijk lekker dat het geef-mij-maar-hartigstandpunt moeilijk vol te houden is. En kleine meisjes zouden er vast een verrukt glimlachje bij trekken. Maar we voeren zulke gevaarlijk vette en zoete taart niet aan kleine kinderen. Die moeten gezond blijven.

We snoepen hem zelf op, en gaan dan weer buiten rennen om het vet van katoen te geven.