E-mail? Twitter? Dat heb ik niet nodig

In Nederland heeft 95 procent van de huishoudens internet – de hoogste score in Europa. Maar niet iedereen is overtuigd van het nut van e-mail en Facebook. „Ik zou dat niet willen. zo onrustig.”

Nieuwe klanten komen er heus wel. Sterker, haar bedrijf loopt heel goed. „Ik ben het levende bewijs dat het gewoon kan.” Agnes Kuipers (31) heeft een eigen kapsalon in Zwartsluis. Op internet is een summiere website te vinden, verder is Kuipers alleen mobiel bereikbaar. Ze heeft als ondernemer geen e-mail, geen smartphone, geen Twitter of Facebook. Ze weet hoe ze internet moet gebruiken, maar doet het bijna nooit. Ze heeft gewoon geen interesse. „Ik vraag nu meestal mijn vriend of hij hij iets online wil regelen als dat nodig is.” Bijvoorbeeld het via internet betalen van leveranciers. „Hij heeft het wel eens voorgedaan. Nou, dat is zo simpel, dat lukt me wel. Alleen doe ik het liever niet als het niet hoeft.”

Ook de 68-jarige André à Campo denkt er zo over. Hij heeft nooit een computer gehad. Of ja, één keer. „Die heb ik al snel weggegeven aan een vriend. Ik kon er niets mee. Dan raakte ik wat aan, was het scherm weer zwart.”

Agnes Kuipers en André à Campo zijn uitzonderingen. In Nederland heeft 95 procent van alle huishoudens internet – de hoogste score in Europa. Nederlanders zitten gemiddeld 4,4 uur per dag achter de computer. Ook het smartphonegebruik neemt toe: gebruikte twee jaar geleden nog 31 procent van alle Nederlanders een smartphone, nu is dat 53 procent. En had in 2011 nog maar 20 procent een tablet, nu is dat gestegen naar 42 procent. Dat blijkt uit nog niet gepubliceerde data van onderzoeker Alexander van Deursen van de Universiteit Twente.

70 Procent van de werknemers moet internet gebruiken op hun werk, blijkt ook uit het onderzoek van Van Deursen: „Daarom vinden werknemers dat ze internetvaardigheden nodig hebben. Alleen communicatievaardigheden en vakinhoudelijke kennis vinden ze belangrijker.” Internetvaardigheden zijn bijvoorbeeld kunnen skypen, chatten, berichten plaatsen op internet, gebruik maken van sociale media of e-mails met bijlages versturen.

Het wordt steeds moeilijker om zónder internet je werk te doen, zegt communicatiewetenschapper Linda Duits. „Het is vanzelfsprekend dat we alles online achter de computer regelen. Roosters, werkmails, vergaderingen. Maar een groot deel van de mensen mist een deel van de kennis die daarvoor nodig is.”

Uit een recent onderzoek van CBS en TNO, ICT Kennis en Economie 2013, bleek dat bijna de helft van de internetgebruikers (45 procent) weinig internetvaardigheden heeft. Mannen blijken net wat beter te kunnen internetten dan vrouwen, hoogopgeleiden weten beter de weg dan laagopgeleiden.

Hoogopgeleiden gebruiken internet ook vaker voor hun carrière. Bijvoorbeeld door het lezen van weblogs, of het gebruik van LinkedIn. Laagopgeleiden zitten in hun vrije tijd langer op internet, maar gebruiken de virtuele wereld vaker voor amusement en chatten.

Angsten en zorgen

Onderzoeker Van Deursen: „We denken dat we heel goed met internet kunnen omgaan. Maar we overschatten onszelf voortdurend.” Dat levert soms problemen op. „Sommige werknemers halen niet het maximale uit internet en ict-gebruik omdat ze niet vaardig genoeg zijn. En bedrijven hebben dat vaak niet voldoende in de gaten. De internetkennis van werknemers wordt zelden getest. Er wordt gewoon aangenomen dat je het kunt, of gaandeweg bijleert.” Van Deursen noemt als voorbeeld het opzoeken van relevante informatie via zoekmachines, of oplossen van simpele ict-problemen, zoals het updaten van een softwareprogramma.

In het onderzoek van Van Deursen gaf 22 procent van de mensen aan dat ze in de afgelopen drie jaar via hun werk een ict-cursus hadden gevolgd. Van Deursen: „Mensen willen vaak niet meedoen met een cursus omdat ze denken dat ze dat niet nodig hebben. Maar telkens blijkt weer dat ze na het volgen van zo’n cursus twee keer zoveel tijdwinst hebben dan ze van tevoren hadden gedacht.”

André à Campo werkt nog een paar nachten per week als nachtwaker in een opvanghuis. „Eigenlijk zou ik de uren en bijzonderheden van de cliënten in de computer moeten zetten.” Hij lost het op door alles op een briefje te schrijven. „De dame die mij aflost, zet het daarna in de computer.” De informatie voor de werkbriefjes die hij bij Uitzendbureau 65plus eigenlijk online moet invullen, schrijft hij op papier en verstuurt die met de post. „Postzegel erop en weg ermee. Gaat goed hoor.”

Ja, het gaat, beaamt Nieske Kwarten, werkzaam bij de computerhelpdesk van Uitzendbureau 65plus. „Maar ik probeer mensen die via ons werken te verleiden tóch e-mail te nemen. Dat werkt zoveel makkelijker. Voor de meesten is het echt een openbaring.”

Ze doet dit werk al jaren, en heeft alle angsten en zorgen die de oudere werknemers soms hebben al eens voorbij zien komen. Wat als de computer zomaar uitvalt? Wat als ze bedreigd worden via Twitter. En wat moeten ze doen als de NSA meekijkt? Kwarten: „Ze horen en zien de negatieve dingen in de media.”

Ze loodst haar cliënten er doorheen. „Als ze me bellen voor hulp dan begeleid ik ze bijvoorbeeld bij het aanzetten van de computer. Hoe ze cookies moeten accepteren, inlogcodes moeten invullen. Het gaat prima, als je maar geduldig blijft.”

Volgens het onderzoek van CBS had in 2012 43 procent van de Nederlandse 75-plussers wel eens een computer gebruikt. Zo’n 20 procent van de ouderen tussen de 65 en 75 maakt gebruik van sociale netwerken.

Bewust geen smartphone

Je zou denken dat jongeren vanzelfsprekend heel goed zijn met computers en smartphones – ze zijn er immers mee opgegroeid: de digital natives – en veelvuldig gebruik maken van alle mogelijkheden die ze bieden. Maar er is ook onder jongeren een groep die het niet leuk vindt, en zich er niet in wil bekwamen”, weet communicatiewetenschapper Linda Duits.

Neem muziekjournalist Jan Nieuwenhuis (25), hij heeft bewust geen smartphone. „Het kostte me moeite een normale telefoon te vinden.” Natuurlijk, soms zou een smartphone best handig zijn, geeft hij toe. Zeker als journalist. „Maar dit dwingt me ook gewoon goed voorbereid te zijn als ik iemand moet interviewen. Ik heb niet de optie om onderweg nog wat te checken.”

Ook kapper Agnes Kuiper heeft alleen een Nokia-mobieltje. Als ze aan het werk is heeft ze wel eens iemand in de kapperstoel die alleen maar berichtjes aan het sturen is. „Ik zou dat niet willen, zo onrustig.” Of ze ooit alsnog internet zal gebruiken, weet ze nog niet. „Nu heb ik nog voldoende klanten. Maar misschien als mijn zaak niet meer zo goed loopt, dat ik dan Facebook wel eens kan proberen.”

André à Campo heeft een buurvrouw die heel graag wil dat hij ook internet neemt. „Volgens haar mis ik van alles. Ze wil dat ik op Facebook ga om oude vrienden op te zoeken. Maar ik heb iedereen die ik wil kennen om me heen.”