De malligheid regeert

Drie punten verschil tussen de nummer één en de nummer negen: dat is toch leuk? Eigenlijk niet. De liefhebber heeft recht op beter voetbal dan er nu te zien is in de eredivisie, vindt Auke Kok.

Foto ANP

De kalmte van een commentator kan veelzeggend zijn. Zo bleef het laatst opvallend rustig tijdens een aanval van FC Utrecht. In het strafschopgebied van NAC ging de bal woest heen en weer, als in een flipperkast, en uiteindelijk belandde hij via een schot van Yassin Ayoub in het doel van NAC. De commentator van de NOS vroeg zich zonder enige stemverheffing af of er geen hands aan vooraf was gegaan. Die van Fox Sports hield het bij „ja… Ayoub… en Utrecht staat voor”.

Geen opwinding over het gebrek aan balcontrole en overzicht. Geen woord over spelers die over de bal heen maaiden als in een voetbalvariant op Tom en Jerry, of die zich compleet verkeerd opstelden. Zelfs het woord ‘frommelgoal’ viel niet. „Yassin Ayoub tekende na een knappe actie voor de 1-0”, meldde nos.nl in alle nuchterheid. Terwijl het wel degelijk een frommelgoal was, althans, naar vroegere maatstaven. Tegenwoordig winden commentatoren zich op over slidings en elleboogstoten: overtredingen die vroeger hooguit terloops werden genoemd, omdat het er in de eredivisie toen grover aan toeging dan nu. Zo heeft ieder tijdperk zijn veelzeggende kalmte in het commentaar.

Misschien denkt de commentator van nu: als ik dit een frommelgoal noem, kan ik wel aan de gang blijven. Daar heeft hij misschien gelijk in. Het aantal lelijke, uit een warboel voortgekomen doelpunten lijkt jaarlijks te groeien. Gevolg van een dalende vakkundigheid bij de spelers en een gebrekkige samenwerking tussen die spelers. Vooral in de eerste seizoenshelft (augustus-december) is dat het geval. Veel teams zijn tot aan de winterstop bezig het vertrek van hun beste voetballers op te vangen met nieuwe, doorgaans jongere spelers die nog veel moeten leren. Zo bezien is de eredivisie maandenlang under construction: een competitie die best vermakelijk is, met malle uitslagen en malle doelpunten en met commentatoren die zich nergens meer over verbazen.

Voor de neutrale voetballiefhebber wordt onze ‘frommeldivisie’ er niet aantrekkelijker op. De liefhebber wil knappe balcontroles zien, vlotte een-tweetjes, voorzetten die op het hoofd van een medespeler eindigen en niet in de tribunes. Hij wil kijken naar voetballers die weten wat ze kunnen, niet naar aanstellers en ijdeltuiten die er een rommeltje van maken. Het regent frommelgoals die niet meer als zodanig worden herkend. Het gefrommel, de misverstanden, de blunders beginnen de norm te worden, lijkt het wel.

Na zijn goal tegen NAC — de wedstrijd was pas een kwartier bezig — rende Utrecht-speler Ayoub over het veld alsof hij zijn team vlak voor tijd aan de wereldbeker had geholpen. Achter hem juichten de lege stoeltjes onhoorbaar mee. Dat stond niet op zichzelf. De belangstelling voor de eredivisie loopt dit seizoen iets terug. Nog even en alleen de gestaalde fans gaan nog naar die wedstrijden toe. De gestaalde fans die aldus, in een land met lege kerken en treurige vakbondszaaltjes, tenminste nog ergens bijhoren. Bij hun kluppie, waarover ze dagelijks nieuwtjes kunnen lezen. Bij hun kluppie dat moet winnen. Hoe? Dat doet er niet toe, zolang het maar wint. Zolang het maar voor afleiding zorgt en voor iets om naar uit te zien.

De laatste resultaten in de Europese competities illustreren de neergang in kwaliteit: zowel in de Champions League als in de Europa League doen de Nederlandse clubs al jaren niet serieus mee. Het enige voordeel van de chaos is dat de topclubs in de eredivisie steeds meer moeite hebben zich van de rest te onderscheiden. Het verschil tussen de nummer één en nummer negen – het gehele linkerrijtje – bedraagt voor het ingaan van dit speelweekend drie punten. Komende maandag kan de ranglijst er dus compleet anders uitzien en voor de supporters is dat iets om naar uit te kijken. Hoe meer verrassingen, hoe meer spanning en amusement.

Het is natuurlijk leuk voor PEC Zwolle dat die bescheiden club wekenlang lijstaanvoerder was. Maar onmiskenbaar werd de sympathieke ploeg van trainer Ron Jans geholpen door het beleid van clubs die normaliter veel beter zijn. Alsof het gefrommel de bestuurskamers van Ajax, PSV en FC Twente in zijn greep heeft gekregen. Malligheid troef in Amsterdam, waar ze onvolgroeide spelers laten debuteren in de Champions League of het niets is, terwijl de clubkas uitpuilt van de miljoenen waarmee enige vastigheid kon worden aangeschaft. De helft van het team waarmee laatst werd verloren van Celtic speelde vorig seizoen nog in Jong Ajax. Een van de meest gevreesde stadions van Europa, Celtic Park, werd betreden met verdedigers van gemiddeld 21,5 jaar. En zie: twee foutjes van de onervaren centrumverdediger Stefano Denswil lagen ten grondslag aan een kostbare 2-0 nederlaag.

Malligheid ook in Eindhoven. Daar dacht de nieuwe coach Phillip Cocu kampioen te kunnen worden door zo ongeveer héél Jong PSV naar de hoofdmacht over te hevelen. Hoe naïef, of hooghartig, kan een trainer of een club zijn? Ook bij FC Twente worden spelers door elkaar gegooid alsof het dobbelstenen zijn, om van Vitesse maar te zwijgen. Zo neemt het gebrek aan samenhang — niet onbelangrijk bij een teamsport — nog sneller toe dan anders al het geval zou zijn geweest. Als iets de uitzendingen van Studio Sport het afgelopen weekend kenmerkte, dan wel dat: een totaal gebrek aan samenhang. Het leek wel of de spelers door een loterij over de verschillende teams waren verdeeld, zo slecht vonden zij elkaar, en zo weinig vakkundige combinaties lieten zij zien.

Misschien heeft Johan Cruijff gelijk met zijn zoveelste oproep tot verbetering van de jeugdopleidingen in Nederland. Maar zeker is dat er nog een hoop valt te winnen met verstandig management. Directies bij clubs als Ajax en PSV zouden — voor zover ze in staat zijn macht uit te oefenen— voor een duidelijke lijn moeten zorgen en zo hun trainers voor zelfoverschatting moeten behoeden. Jonge voetballers gaan meestal gebukt onder geweldige onzekerheden en dat zie je terug in de wisselvallige prestaties van deze teams. Een beetje normale verdeling van de leeftijden in een elftal: is dat te veel gevraagd? Met zijn ruim honderd miljoen euro omzet moet landskampioen Ajax veel beter — en vooral stabieler — kunnen presteren dan nu. Vrijwel zeker zou Ajax een half jaar geleden niet zijn uitgeschakeld door de modale dravers van Steaua Boekarest als trainer Frank de Boer een rijper elftal had laten aantreden. Leuk dat Ajax op de jeugd mikt, maar nu lijkt het wel of er een ban is uitgesproken over voetballers met ervaring.

PSV ligt met zichzelf overhoop. Feyenoord is ook al de weg kwijt en het door Georgiërs — of toch Russen? — gerunde Vitesse lijkt inmiddels meer op een slapstick dan op een voetbalclub. Op deze manier doet het Nederlandse voetbal zichzelf te kort. Volgens trainer Ron Jans van PEC Zwolle moeten we geduld hebben. „We zitten met zijn allen in een opbouwfase”, zei hij afgelopen zondag. Als dat waar is: laat het niet te lang duren. De rijkere clubs moeten ook na hun saneringen laten zien dat ze beter zijn dan de rest. Door de beschikbare middelen goed aan te wenden moeten ze zorgen voor evenwichtige teams met acceptabel voetbal. De liefhebbers hebben daar recht op. Voor wie niet met een clubsjaaltje om zijn nek naar het stadion wil, begint het langzamerhand ondraaglijk te worden.

Auke Kok is journalist en schrijver, onder meer van het sportboek 1974. Wij waren de besten.