De langlaufer glijdt van A naar B

Langlaufen is niet flitsend. Langlaufen is slow. Je hoeft niet het mooiste pakje aan. Van après-ski is nauwelijks sprake – ben je ’s avonds veel te moe voor. Het uitgaansleven blijft meestal beperkt tot de gelagkamer van hut of hotel.

Langlaufen gaat niet snel, want je moet zelf het werk doen, niet de zwaartekracht. Van oorsprong is het geen sport, maar een manier voor bergbewoners om van A naar B te komen. Skiën – dat was een sport; aanvankelijk iets voor de happy few. Wie minder geld had, en minder soepel was, die kon gaan langlaufen. Dat was toen langlaufen bekendstond als een tijdverdrijf voor amechtige ouden van dagen. Nog steeds van punt A naar punt B. Punt A was Gasthof Bergfriedl, punt B Franzi’s Bürgerstübchen, een paar kilometer verderop in het dal. Heen en weer ging het, op en neer over een soort achtbaans loipe (zo heten de voorgespoorde gleuven in de sneeuw waardoor langlaufers zich voortbewegen). Tot de schemer viel en het tijd werd voor Stadtbummel of Tiroler Abend.

Maar dat stadium is het langlaufen al lang ontgroeid. Overal in winters Europa kun je nu prachtige langlauftrektochten maken. Met de klassieke, eenvoudige langlauftechniek of met de woeste ‘schaatspas’ die je bij langlaufkampioenschappen ziet. Braaf in de loipes of cross-country door de diepe sneeuw.

Langlaufen is de gezondste sport die er is. Niet voor niets staan sportscholen vol cross-trainingsapparaten die de langlaufbeweging simuleren. Het is veel inspannender dan skiën, maar door het vaste ritme gaat die inspanning haast vanzelf. Dat je als een gek calorieën verbrandt, merk je voornamelijk door de ongehoorde bergen voedsel die je verzwelgt.

Op mijn eerste langlauftrek had ik een terugkerende droom. Op de terugweg naar Amsterdam was ik zo dik geworden dat ik de stad in moest worden gerold, zoals mestkevers een bolletje mest naar hun hol duwen. Ik was het bolletje. In werkelijkheid bleek ik bij terugkeer een paar kilo afgevallen. Ik merkte het onderweg al aan mijn broek, die steeds verder begon af te zakken, wat in het sneeuwparadijs een merkwaardig gangsta-effect opleverde.

Maar langlaufen is ook ontspannend. Of zelfs meditatief. Er is geen ander geluid dan het kraken van je ski’s en het tikken van je stokken. Langlaufen gaat over de elementen, het is elementair. In je ritme blijven, niet te koud, te warm of te nat worden, op tijd aankomen, eten, slapen. Nergens anders denk je aan en na verloop van tijd denk je helemaal nergens meer aan.

Dat overkwam me dit voorjaar op een langlauftrek in Karelië, langs de Fins-Russische grens. Het landschap veranderde van bos naar bevroren meer, van heuvel naar taiga, en weer terug. Als we een dak zagen opdoemen, wisten we dat de etappe erop zat. Andere huizen waren er niet en terrasjes met Glühwein en Sachertorte waren in de verste verte niet te bekennen.

Wie minder basaal te werk wil gaan, moet niet in Scandinavië zijn. Mijn dierbaarste trek was de Grande Traversée du Jura, een week lang over lichtglooiende loipes langs de Zwitsers-Franse grens, met overal zonnige terrassen en leuke hotelletjes. En mijn eerstvolgende plan is een tocht door de zuidelijke dalen van de Dolomieten, een langlaufparadijs dat behalve om zijn uitgebreide en stille loipennetwerk bekendstaat om zijn culinaire specialiteiten. Een ideale combinatie, want schransen mag, ja moet!

Herman Vuijsje