‘De klassen in het basisonderwijs zijn groter geworden’

◯ Waar ◯ Grotendeels waar ◯ Half waar ◯ Grotendeels  onwaar ◯ Onwaar

illustratie martien ter veen

De aanleiding

Het is een van de eerste dingen die je doet als je voor het eerst de nieuwe klas van je kind ziet: tellen. Hoeveel kinderen zitten er? Onderwijskwaliteit kun je niet bij binnenkomst zien. Maar de grootte van een groep wel. Dus is het voor ouders verleidelijk om te denken: een kleinere klas = meer aandacht voor mijn kind = een goede school.

Groepsgrootte is, omdat het zo concreet is, ook een onderwerp dat gemakkelijk tot politiek debat leidt. Om aandacht voor het onderwerp te krijgen verzamelt Leraren in Actie (de naam zegt het al: een actiegroep van leraren) nu handtekeningen. 40.000 handtekeningen zijn genoeg om een onderwerp op de agenda van de Tweede Kamer te krijgen door middel van een ‘burgerinitiatief’. Leraren in Actie wil een maximumaantal leerlingen per klas: 24.

Op dit moment zijn er geen regels voor de grootte van groepen. En volgens Leraren in Actie zijn de klassen in het basisonderwijs de afgelopen jaren door bezuinigingen steeds groter geworden. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Leraren in Actie verwijst naar een onderzoek dat de Algemene Onderwijsbond (AOb), de grootste onderwijsvakbond, vorige maand publiceerde. Het gaat om een enquête onder leden en niet-leden. Vorig jaar hield de AOb voor het eerst zo’n enquête. Cijfers over een langere periode heeft de onderwijsbond dus niet.

En, klopt het?

De AOb-enquête van vorig jaar leidde al tot vragen aan staatssecretaris Dekker (VVD, Onderwijs): hoe zit het eigenlijk met de grootte van groepen in het basisonderwijs? Tot 2006 hield de Inspectie van het Onderwijs daar cijfers van bij. Daaruit blijkt dat de groepsgrootte daalde van gemiddeld 24,3 leerlingen in 1994 naar 22,2 in 2003, waarna het getal een beetje begon te schommelen en uitkwam op 22,4 in 2006. Daarna stopte de Inspectie met het publiceren van deze cijfers, de politiek vond het niet meer zo interessant. Dat veranderde door de bezuinigingen van de afgelopen jaren.

Naar aanleiding van de AOb-enquête van vorig jaar besloot staatssecretaris Dekker zelf een onderzoek te doen. Daaruit bleek dat de gemiddelde groepsgrootte in 2011 22,6 was, en in 2012 22,8. Iets meer dus dan bij de laatste meting in 2006, maar door het grote gat in de tijd kun je daar moeilijk conclusies aan verbinden.

Deelnemers aan de AOb-enquêtes rapporteerden een kleine stijging: van gemiddeld 25,6 kinderen per groep in het schooljaar 2012/2013, naar 25,7 in 2013/2014. Dat is „statistisch niet significant”, zegt Robert Sikkes, coördinator communicatie van de AOb direct. Maar hij is er, net als de leraren, wel van overtuigd dat er iets aan de hand is. Want wat ook uit de AOb-enquête blijkt: op grotere scholen (200 leerlingen of meer) zijn klassen van meer dan 28 leerlingen „normaal”. Tenminste 40 procent van de klassen zou meer dan 28 leerlingen tellen.

Ook staatssecretaris Dekker heeft onderscheid laten maken tussen grote en kleine scholen. Zijn onderzoek levert minder spectaculaire cijfers op. Dat heeft waarschijnlijk te maken met de samenstelling van de steekproef. Beide onderzoeken – van ministerie en van vakbond – zijn serieus. Maar de AOb ondervroeg 1.194 leerkrachten, het ministerie van OCW bekeek de gegevens van leerlingen op 400 scholen. Van de groepen op scholen met meer dan 200 leerlingen had vorig jaar – volgens het ministerie – ongeveer 15 procent meer dan 28 leerlingen. Veel minder dus dan bij de vakbond. Maar wat wel uit beide onderzoeken blijkt: grote klassen vind je eerder op grote scholen.

En waar vind je vooral grote scholen? In de steden, waar de bevolking groeit, en waar sommige scholen populairder zijn dan andere. Die scholen, nou ja álle scholen, krijgen tegenwoordig één grote zak geld. Iedere extra leerling levert in de onderbouw 4.000 euro per jaar op, in de bovenbouw 3.000. En dus is het goed voor te stellen, zeggen mensen die bekend zijn met de problematiek, dat de schooldirecteur van een populaire school denkt: als ik de klassen nou ietsje groter maak, dan hoef ik die remedial teacher niet te ontslaan.

Conclusie

De klassen worden steeds groter, zeggen actievoerende leraren. Nick Vogels van Leraren in Actie vertelt dat hij in drie dagen al 5.000 handtekeningen heeft verzameld voor een burgerinitiatief. Het is heel goed mogelijk dat dit probleem op bepaalde scholen, in bepaalde gebieden speelt. Maar er zijn geen cijfers over een langere periode. We beoordelen de stelling daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering langs zien komen die je graag gecheckt zou willen zien? Mail je suggestie naar de redactie via nextcheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nextcheckt