De gastronomische les van een paleontoloog

Idee voor een nieuwe tv-serie: een kruising tussen ziekenhuisserie Grey's Anatomy en kookprogrammahit MasterChef. De naam? Grey's Gastronomy. De opzet? Deelnemers bereiden een anatomisch interessante maaltijd. Niet de sudderlapjes en tilapiafilets staan centraal, maar de etensresten. Kippenbotjes, garnalenschillen, vissengraten – en daar geeft Jelle Reumer dan als tv-presentator toelichting bij.

Want smakelijk over anatomie en evolutie vertellen, dat kan Reumer. Hij is paleontoloog, directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam en auteur van een hele zwik populair-wetenschappelijke boeken. In het pas verschenen De vis die aan land kroop staat de evolutie van gewervelde dieren centraal – de evolutie van mensen dus, maar ook van kabeljauwen, kippen, konijnen, kikkers en andere ruggengraatbezitters.

Niet alleen die ruggengraat hebben we gemeen met andere soorten, benadrukt Reumer. We lijken op vissen (u slaat deze krantenpagina straks om met een vroegere borstvin) en op hagedissen (uw gehoor dankt u aan een vernuftige combinatie van reptielenkaakjes en vissengraatjes). Wij mensen zijn, kortom, een doorgeëvolueerde vis die aan land kroop. Onze ontwikkeling is nauw verbonden met die van andere gewervelden – en dat is terug te zien in de lichaamsbouw.

Reumer schotelt ons een evolutie van de anatomie voor. Een taai onderwerp, maar regelmatig komt hij met een gastronomische les ter verduidelijking. Zo vertelt hij over de samengestelde onderkaken van vissen, amfibieën, reptielen en vogels:

U kunt dit verschijnsel (...) fraai zelf waarnemen door een keer een lekkere visbouillon te maken van een paar kabeljauwkoppen (uiteraard met uien en kruiden)(...). Als het soepje getrokken is, zeeft u de koppen eruit en dan kunt u zien dat de onderkaken in meerdere delen uiteenvallen.

Reumer schrijft zo beeldend,dat het niet moeilijk is om hem voor te stellen met een koksmuts op en een schort voor, roerend in een pot vissenkoppen. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk, hij maakt de lezer deelgenoot van zijn eigen verwondering en de verhalen zitten vol vrolijke terzijdes – wist u dat de Atlascopcosaurus vernoemd is naar het merk luchtcompressor dat is gebruikt toen de desbetreffende dino werd opgegraven? En heeft u er weleens bij stilgestaan dat in veel huishoudens dinosaurus op het menu staat, ‘meestal in de vorm van een kip’? Reumer vraagt de lezer om in gedachten het reusachtige dijbeen van Tyrannosaurus rex te verkleinen tot 10 centimeter: „Leg het naast een kippenkluifje op de rand van je bord en het verschil is nauwelijks te zien.”

Toch kan Reumers prettige stijl niet voorkomen dat sommige passages stroef lopen (zinnen over ‘neuro- en splanchnocraniale elementen’ lezen gewoon niet lekker, hoe goed alles ook wordt toegelicht). Door de grote hoeveelheid informatie krijgt het boek iets weg van een collegedictaat. Misschien niet zo gek: De vis die aan land kroop is gebaseerd op een collegereeks binnen het Studium Generale van de Universiteit Utrecht. In 2011 is daarvan bij NRC Academie een hoorcollegeserie verschenen (ook een aanrader, Reumer heeft een prettige vertelstem).

De vis die aan land kroop is zeker het lezen waard, al is het maar voor een lesje nederigheid. Reumer benadrukt keer op keer dat mensen niet de kroon op de schepping vormen, dat we slechts een van de vierduizend zoogdiersoorten zijn. „Vanaf de maan gezien (...) zijn we even onbenullig als de slaapmuis of het schaap.” Gemma Venhuizen