Commerciële omroep van nu nadert zijn einde

Weer staat het bestaansrecht van de publieke omroep ter discussie. Maar ondertussen wordt vooral de commerciële omroep zoals we die nu kennen met uitsterven bedreigd, schrijft Jan de Jong.

De protestacties van de publieke omroep tegen extra bezuinigingen maakten eens te meer heftige polemieken los. Is een brede publieke omroep nog wel van deze tijd? Wij gaan die discussie niet uit de weg. Onze publieke financiering en onze plaats middenin de samenleving legt ons de plicht op om voortdurend het debat over onze rol en functie te voeren en daarover verantwoording af te leggen. Ruimte voor verbetering is er bovendien altijd.

Een wederom veel gehoorde kreet in deze discussie was dat de publieke en de commerciële omroep teveel op elkaar zouden lijken. Bert Habets, de baas van RTL Nederland, stookte dit vuurtje verder op door te stellen dat hij driekwart van het programma-aanbod van de publieke omroep zonder meer over zou kunnen nemen. Ik vind echter dat het verschil, met name waar het gaat om innovatie en maatschappelijke relevantie, nog nooit zo groot is geweest als dit tv-seizoen. De onderscheidende programma’s van dit moment zijn live (nieuws, sport) en/of lokaal geproduceerd (Nederlandstalig drama, documentaires, evenementen). Van dat soort programma’s hebben RTL en SBS er niet veel. Maar in feite is dit gesteggel al bijna een achterhaalde discussie. Het vertroebelt het zicht op aanzienlijk meer ingrijpende ontwikkelingen, die binnen enkele jaren grote gevolgen gaan hebben voor de wijze waarop wij media gebruiken.

Mijn stelling is dat niet de publieke, maar juist de commerciële omroep het einde van zijn levenscyclus nadert. Ik heb het dan over de commerciële omroep zoals wij die nu kennen, met een lineaire, zendergestuurde programmering en een voornamelijk op reclamespots gebaseerd businessmodel. Net als krantenuitgevers de focus langzaam maar zeker verleggen van papiernaar online producten, zullen audiovisuele mediabedrijven hun bedrijfsvoering minder en minder concentreren rond traditionele zenders. Financiering zal straks komen van distributeurs zoals kabelbedrijven, uit andere vormen van reclame-inkomsten (sponsoring, product placement) en zeker ook uit video on demand. In de context van de commerciële omroep betekent dit overal ter wereld: pay per view. Oftewel: boter bij de vis. De recente overname van Videoland door RTL past in deze strategie.

Op een wereldwijde schaal zien we de opkomst van agressief opererende mediapartijen als Fox en Al-Jazeera, die de uitzendrechten van aantrekkelijke programma’s en evenementen voor meerdere territoria opkopen – ook voor landen waarin ze niet actief zijn – en aldus de functies van zender en rechtenmakelaar combineren. Op deze manier worden zelfs van oudsher belangrijke spelers als de EBU, de overkoepelende organisatie van Europese publieke omroepen, buitenspel gezet. De aanzienlijke investeringen moeten worden terugverdiend via betaal-tv en pay per view. De trend is onmiskenbaar: langzaam maar zeker verdwijnen populaire programma’s van publieke én commerciële omroep naar betaaltelevisie. Daarbij kan Fox met een tot dusverre ongekende flexibiliteit haar aanbod heen en weer schuiven tussen open en gesloten netten. Nederland lijkt een proeftuin voor veel andere Europese landen.

Van publieke omroepen die tot en met de jaren tachtig het rijk voor zich alleen hadden, via kapitaalkrachtige commerciële partijen die met publieke zenders om de gunst van de kijkers en de reclamegelden vochten, zijn er nu globale spelers die stuk voor stuk streven naar multimediale wereldheerschappij.

Nergens is deze strijd duidelijker zichtbaar dan op het terrein van de sport. Op diverse Europese markten heeft Fox praktisch al een monopoliepositie in het voetbal. Ook in Nederland is deze ambitie overduidelijk. De gigantische kapitaalinjectie waarmee het bedrijf een meerderheidsaandeel in de exploitatiemaatschappij van de Eredivisie heeft verworven, moet worden terugverdiend met betaaltelevisie, en wel door de uitzendingen van Fox Sports duurder en exclusiever te maken.

Tegelijkertijd fungeert de gestaag liberaliserende gokmarkt als een cruciale financieringsbron voor de ambities van sportorganisaties en mediabedrijven. Wedkantoren verdienen grof geld aan voetbal, tennis en vechtsporten; zij gebruiken de sport en de live-uitzendingen om hun activiteiten te promoten. In deze nieuwe wereldorde is sport niet langer een doel, maar een middel. De risico’s voor de integriteit van sporters en officials zijn evident.

Feitelijk is de publieke omroep in Nederland een laatste nationaal bastion tussen commerciële partijen die stuk voor stuk in buitenlandse handen zijn. Wellicht zal het klassieke model van een lineair programmerende zender in een publiek gefinancierde context langer overleven dan in een commerciële omgeving. En ik beloof u dat de NOS de sport altijd als doel zal blijven beschouwen – als een maatschappelijk fenomeen dat serieuze journalistieke aandacht verdient – en niet als middel om geld te verdienen, al is onze financiële armslag beperkt.

Het is een illusie om te denken dat we met z’n allen goedkoper uit zijn als we de publieke omroep minimaliseren en zoveel mogelijk sport en andere programma’s voor een breed publiek aan de commercie overlaten. Bij de commerciële omroep nieuwe stijl zullen de krenten uit de pap duur betaald gaan worden, in veel gevallen per keer. Wedden?