Chillen op straat is nu overlast

Recht

Folkert Jensma Bestaat er institutioneel racisme bij de politie? Waarom agenten in stereotypen denken en etnische kenmerken overschatten.

Worden zwarten en Marokkanen in Nederland op straat gecontroleerd vooral omdat ze er anders uitzien? Deze week publiceerde Amnesty International een literatuurstudie over etnische selectie bij het politiewerk op straat waarin dat aannemelijk wordt gemaakt.

Onduidelijk is alleen hoe frequent dat gebeurt. Maar dat agenten selectief kijken en huidskleur daarbij structureel een belangrijke rol speelt, is een feit. In tal van geciteerde onderzoeken spreken geïnterviewde agenten daarover vrijuit. Zoals deze Goudse politieman: „Waar de confrontatie het meest uit voorkomt, is het moment dat je gaat controleren op etniciteit, dat je regelmatig dezelfde jongeren of Marokkaanse jongeren controleert, dat ze zich heel vervelend gaan gedragen.” Die jongens, zegt deze agent letterlijk, worden gecontroleerd „op het feit dat ze Marokkaanse jongeren zijn of dat ze bij elkaar staan”. Dat lokt incidenten met de politie uit. Meestal scheldpartijen, die dan weer worden bestraft. Zo houdt men elkaar bezig.

In veel gemeenten wordt geprobeerd de etnische jeugd ronduit van straat te weren. ‘Verboden zich hier op te houden zonder redelijk doel’ zag ik laatst op een gemeentelijk verbodsbord, waarvan een foto op internet rondging. (Kijk op Twitter bij @folkertjensma). Het blijkt het standaard overlastartikel, bedoeld om zwervers weg te sturen. Maar het wordt ook tegen gekleurde jeugd gebruikt. Ik was nog zo naïef te denken dat iedere burger zelf mocht weten waarom hij of zij op straat is. Dat is niet meer zo. Net zoals er ‘veiligheidsgebieden’ zijn waar iedereen preventief mag worden gefouilleerd. Wat jongeren zelf omschrijven als chillen, een praatje maken met bekenden op straat is door de gemeenten officieel omgekat naar overlast. Het recht om in de publieke ruimte vrij aanwezig te mogen zijn is daarmee uitgehold.

Ik verbaasde me al eerder over de druk die de politie op etnische jongens legt. In de interviews die onderzoeker Jan Nap hield voor zijn dissertatie Vragen naar goed politiewerk, bekritiseerden Amsterdamse agenten vrijuit de praktijk van het ‘jagen’ op deze jongeren als contraproductief. „Die Marokkaanse jongens worden al snel bijdehand gevonden en als de politie het niet met woorden afkan, gaan ze zoeken en schrijven. De politie zal winnen.” Ze krijgen een bon ‘voor alles’. Een zwarte agent: „Je moet neutraal zijn, niet steeds controleren en denken: dat is een allochtoon in een mooie auto, dat zal wel niet deugen. Zo wordt er wel gedacht door collega’s. Natuurlijk vind je altijd wel wat als je steeds controleert, maar dat moet je niet doen”.

Toch gebeurt het. Sterker, het is standaard politiepraktijk. Net als in de VS waar er een cynische afkorting voor is verzonnen: DWB, driving while black. Vorig najaar presenteerde de antropoloog Sinan Çankaya de resultaten van anderhalf jaar meekijken met de Amsterdamse politie. Hoe taxeert, interpreteert en categoriseert een agent de omgeving? Uiterlijk, locatie, vervoermiddel, tijdstip, sekse, gedrag spelen mee bij de beslissing om iemand aan te spreken. De politie deelt de wereld in stereotypen in: van gedrag en van personen. Een blanke in een arme etnische wijk moet zich echt heel verdacht gedragen voordat hij of zij wordt aangesproken. Maar een zwarte jongen die alleen maar fietst in een rijke wijk, is verdacht genoeg om af te laten stappen. De maatstaf blijkt de vraag: ‘klopt het plaatje?’ Stemt dat overeen met de noties van sociale rangorde, van normaal gedrag, over wat er bij wie past, wie (on)gevaarlijk is en wat (on)gewoon. De normen van de sociaal dominante groep wegen dan het zwaarst: blanke middenklasse. Een jonge Marokkaan in een dure lease-Audi in een arme wijk: klopt niet. Een langzaam rijdende oudere auto in een betere wijk: inbrekers op verkenning. Het controleren leidt zelden tot aanhoudingen. Agenten zien het vooral als preventie en het verzamelen van informatie. Veel contacten leiden tot ‘mutaties’ in de politiesystemen, bekend als ‘aandachtvestigingen’. Hoe vaker je dus niet in het juiste ‘plaatje past’ hoe meer registraties in het politiesysteem. Zo ontstaan er vanzelf profielen van risicogroepen, die zichzelf weer versterken. Eenzijdig gekleurd, dat dus wel.