Antipolitiek?

In het BBC-programma Newsnight interviewde Jeremy Paxman vorige week de populaire komiek Russell Brand. Bekijk dat gesprek eens en vergelijk het dan met het optreden van PvdA-leider Diederik Samsom afgelopen zondag in Buitenhof. Vrij snel ben je, denk ik, bij de kern van het probleem.

Eerst de antipolitiek. Paxman vs Brand bleek een sensatie. Op YouTube alleen al trok het interview zo’n negen miljoen kijkers. Aanleiding: Brand is deze maand gastredacteur voor het politieke tijdschrift The New Statesman, waarin hij hard van leer trekt tegen het Britse politieke establishment. Tijdens zijn gesprek met Paxman is de smetvrees van de laatste bijna tastbaar. De interviewer zit nadrukkelijk sceptisch te wezen tegenover een ijdele komiek die oproept tot opstand en een heel politiek systeem afschrijft – terwijl hij toegeeft nog nooit in zijn leven gestemd te hebben.

Je ziet het Paxman denken: hier hebben we de zoveelste outsider die zich uit naam van zijn grootse ideeën tegen de huidige politiek keert, terwijl hij te beroerd is zijn handen uit zijn mouwen te steken. Brand is links – dus laat de huidige politiek het volgens hem afweten wanneer het gaat over de groeiende kloof tussen arm en rijk, de roofbouw op onze planeet en de noden van de gewone man. Wanneer Brand, stelt hij, een politicus in de „West-minster-stijl” over politieke zaken hoort praten, voelt hij een „dull thud” in zijn maag. Zijn litanie is verder bekend. Men is in de politiek meer met elkaar bezig dan met grote kwesties. Men behartigt de belangen van weinigen en ten koste van die van velen. Men is niet in staat de grote kwesties aan te pakken. Ten slotte: een totaal gebrek aan visie.

In het mediatijdperk is bevlogenheid allang onderdeel van de celebritycultuur; wat telt is het gebaar, niet wat je doet. Engagement als accessoire. Dat verklaart de scepsis van Paxman, en die van de vele critici van Brand in de sociale media. Wanneer je oproept tot radicale verandering zonder dat je zelfs de moeite neemt je stem uit te brengen, doe je niets anders dan wat populistisch rechts wordt verweten. Je exploiteert emotie.

De oproep van Brand tot verandering zal volgens sceptici dan ook geen enkele verandering teweeg brengen. Het zal hoogstens de kaartverkoop stimuleren van zijn show, toepasselijk The Messiah Complex geheten (komende week in Amsterdam).

Ideeën zonder praktische invulling – bij Buitenhof was precies het omgekeerde te zien. De voormalige activist Samsom – veel van wat Brand vorige week zei, zei Samsom een paar jaar geleden ook – beantwoordt nu vrijwel geheel aan het beeld dat Brand van de huidige generatie politici schetst: volledig in beslag genomen door het politieke spel, voortdurend bezig compromissen uit te leggen, doodsbang voor uitglijders, altijd de peilingen in het achterhoofd, zijn boodschap op een fatale manier aangetast door spin.

Nederland uit deze crisis halen, Nederland uit deze crisis halen. En niet te vergeten, Nederland uit deze crisis halen.

Het werkt niet. Je ziet een manische politieke handigheid, maar je vraagt je af welk resultaat ermee wordt beoogd. Als kijker voelde ik tijdens Buitenhof dezelfde „dull thud” waar Brand het over heeft. Haalbaarheid is normaal gezien het eindpunt van politieke bevlogenheid. Bij de politicus Samsom lijkt het allang het uitgangspunt.

Je kunt dat verdedigen tegenover de celibrity agitprop van Brand. Hier is een man die tenminste niet te beroerd is om verantwoordelijkheid te nemen, die zijn vrijzwevend idealisme wel handen en voeten wil geven in een politieke werkelijkheid van processen en procedures. De verschillende akkoorden worden weliswaar steeds opnieuw aangepast, ze zijn maar wel mooi gesloten. Liever een halve centimeter vooruit, dan eeuwig geëngageerd luchtfietsen.

Het probleem is alleen dat de procedure allang voor de passie gaat – en dat de passie steeds meer gespeeld lijkt. Wat is het dat dit veroorzaakt? Wat maakt zoveel politici tegenwoordig zo wezenloos? De politieke hartstocht die de fans van een zijlijnroeper als Brand zo’n kick geeft, lijkt bij Samsom nu volledig gedomesticeerd door het Haagse bedrijf – de Nederlandse equivalent van de Westminster-stijl die door Brand zo verafschuwd wordt.

De groeiende afkeer van politiek wordt vaak gezien als een probleem van representativiteit. Wanneer gewone burgers nu maar een aandeel hebben in het politieke bedrijf, dan komt het wel goed. Eh, deels. Het voorbeeld van Brand en Samsom laat zien dat het dieper zit – de kiezer mist in de politiek vooral overtuiging. Daar heeft Russell Brand volkomen gelijk in.