Anders dan Afghanistan. Of niet?

Nederland stuurt 368 militairen naar Mali om internationaal wat aanzien te verwerven Ze gaan niet om te vechten, maar kunnen dat wel Wat zijn de risico’s?

Wat gaat Nederland doen in Mali?

Nederland gaat deelnemen aan de VN-missie die met 12.000 militairen rust en veiligheid moet brengen in het West-Afrikaanse land. Met 368 man levert Nederland volgens minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie, VVD) „de ogen en oren” van die missie. Militairen die gespecialiseerd zijn in inlichtingen gaan in het noorden van Mali informatie vergaren over de handel en wandel van terroristische groeperingen, criminelen en smokkelaars die tussen de nomaden leven. Maar naast analisten gaan er ook bijna honderd special forces-commando’s mee en vier Apache-gevechtshelikopters, met ondersteunend personeel. De Nederlandse militairen zijn niet, zoals bijvoorbeeld in Srebrenica en Uruzgan, verantwoordelijk voor de veiligheid in een heel gebied. Maar ze moeten wel zichzelf beschermen en dus kunnen vechten. Het Korps Commando Troepen (KCT) is ingericht om vooral onzichtbaar op te treden, maar het kan ook zelfstandig hard in het offensief gaan.

Waarom gaan ‘we’ naar Mali?

Europese landen hebben direct last van de migratie die oorlog en onrust daar op gang brengt. De Verenigde Staten voelen zich er bovendien veel minder verantwoordelijk voor. Na de bezetting van het noorden van Mali door islamitische extremisten en een daaropvolgende militaire coup, greep het Franse leger begin vorig jaar in. Het is nu aan de Verenigde Naties om het land, zoals dat heet, te stabiliseren.

Hoewel minister Frans Timmermans (Buitenlandse Zaken, PvdA) het gisteren tegensprak, wil vooral zijn partij graag een bijdrage leveren in Afrika. Bovendien staat de missie onder leiding van partijgenoot Bert Koenders, oud-minister van Ontwikkelingssamenwerking.

De VVD loopt minder warm voor Afrika en is al helemaal geen fan van VN-missies. Maar door onenigheid tussen de coalitiepartners lukte het eerder niet om mee te doen aan de EU-trainingsmissie voor het Malinese leger. De partij heeft het dus aan zichzelf te danken dat het nu toch tot een VN-missie komt.

Status speelt ook een belangrijke rol. Toen Nederland een forse troepenmacht naar Uruzgan stuurde, mocht het opeens aanschuiven bij de G20-top. De politietrainingsmissie in Kunduz werd internationaal veel minder gewaardeerd. Deze missie kan het internationale aanzien weer een beetje opvijzelen. En zo wellicht de kans vergroten op de (tijdelijke) VN-zetel waar Nederland op aast.

Er lijkt weinig politieke discussie over deze missie. Is die niet gevaarlijk?

Hoewel Nederland met gevechtstroepen uitrukt, is het géén vechtmissie, benadrukten ministers gisteren. Het gaat om de stabiliteit en de veiligheid. Dat werd ook gezegd toen Nederlandse militairen in 2006 naar Uruzgan gingen, waar veel gevochten werd en dodelijke slachtoffers vielen. Volgens minister Hennis „is het dreigingsrisico matig” en is Mali niet met Afghanistan te vergelijken.

Nu de coalitiepartners het eens zijn over de missie, zal de Tweede Kamer erover discussiëren. De SP en PVV vinden sowieso dat Nederland niets in Mali te zoeken heeft. GroenLinks wil geen puur militaire missie. Andere partijen hebben zich nog niet uitgesproken, maar lijken wel geneigd de missie te steunen. Bovendien kan het kabinet ook zonder de oppositie.

Wat heeft de krijgsmacht van voorgaande missies geleerd?

Zoals alle militairen ondervonden die onder NAVO-paraplu deelnamen aan operaties tegen lastig te vinden opstandelingen, is absoluut „winnen” een illusoir doel. Je moet de bevolking voor je weten te winnen en dan krijg je relatieve stabiliteit. En dat is ook de reden dat het verzamelen van inlichtingen zo belangrijk is: je wil precies weten wat de tegenstander van plan is, doet en waar hij zich verschuilt.

Eén van de lessen was ook: de Mercedes-jeeps waarin onder andere de commando’s rondrijden, zijn te licht bepantserd, niet bestand tegen bermbommen. Daarom zijn vijftig nieuwe voertuigen, de zogeheten Air Transportable Tactical Vehicles, besteld. Maar die komen pas in 2015 in dienst.

Wat gaan die Apache-gevechtshelikopters doen?

Ondanks dat ze ooit zijn ontwikkeld om met anti-tankraketten golven Sovjettanks tegen te houden, bleken ze in Irak en Afghanistan ook goed inzetbaar. Ze kunnen met sensoren in de neus overdag en ‘s nacht mensen en voertuigen in de gaten houden. Ze kunnen dat bovendien van zo’n afstand dat degenen die worden bespied dat niet doorhebben. Mochten er bijvoorbeeld leggers van bermbommen in het vizier komen dan kunnen de Apaches die beschieten met het 30 millimeter kanon onder de kin of met geleide raketten.

En Marco Kroon mag ook weer meedoen?

Marco Kroon, de jongste drager van de militaire Willemsorde en nog beroemder omdat hij verdacht werd van cocaïnegebruik, is Nederlands bekendste commando. Voor zijn optreden in gevechten in Afghanistan, kreeg hij de hoogste militaire onderscheiding. Kroon werd vorig jaar compagniescommandant van een pantserinfanteriebataljon, maar keert nu weer terug bij de commando’s en kan daarom worden uitgezonden naar Mali.