Wie biedt: rijden op de echte fiets van Johnny Hoogerland

De Nederlandse wielerploeg heeft zijn laatste koers gereden. Nu is het zaak om alle fietsen en vrachtwagens te slijten

De mobiele keuken van de Vacansoleil-ploeg tijdens de tweede etappe van de Tour de France van 2012. Renner Lieuwe Westra loopt langs. Foto ANP

Op het zoldertje hangen de frames netjes in het gelid aan de muren en de wielen erboven, aan het dak. Het wegseizoen is voorbij, de renners van Vacansoleil hebben hun fietsen ingeleverd. Nu nog even alle kettingen nalopen, zegt commercieel manager Frank Kwanten. „Dan zijn ze in orde voor de verkoop.”

Vacansoleil is niet meer. Een week geleden reden Lieuwe Westra en Martijn Keizer de laatste koers voor de Nederlandse ploeg: de Chrono des Nations, een tijdrit in de Vendée. Ze werden dertiende en achttiende.

Van de 27 renners zoekt een kwart nog een nieuwe ploeg, van de dertig stafleden bijna de helft. En dan is er nog de inboedel. In januari loopt het contract af van de loods die de wielerploeg heeft gehuurd in Sprundel, een dorpje tussen Etten-Leur en Roosendaal. Nu staat ze nog vol met fietsen, fietsenrekken, wielerkleding, ploegleiderswagens, teambussen, materiaalwagens en een mobiele keuken.

Koersmanager Cees de Brouwer heeft er een dagtaak aan om de loods te ontmantelen. „Bussen en vrachtwagens leegmaken, spullen sorteren, communicatieapparatuur uit de auto’s halen, auto’s ontstickeren en schadevrij inleveren.” Dat laatste is niet vanzelfsprekend bij een ploegleiderswagen. In wielerkoersen rijden ploegleiders met doodsverachting achter het peloton aan, inhalend en toeterend. Toch zijn de wagens van Vacansoleil, „afgezien van een botsinkje met Garmin”, grotendeels nog heel.

Een deel van de spullen kan worden gesleten aan andere wielerploegen, zegt Kwanten. „Het wielrennen is een kleine markt. Dat gaat van fietsenrekken tot fietstassen en hometrainers. Zelfs de klapstoeltjes zijn gewild.” Ook de teambussen worden nog wel verkocht, denkt Kwanten. Zo rijdt Orica-GreenEdge in een oude Rabobank-bus.

In de loods staan zo’n 170 fietsen. Elk van de renners had er eentje voor thuis, eentje voor de wedstrijden, een reservefiets en een tijdritfiets. Voor koersen als de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, met kasseienstroken en ander ongemak, zijn er aparte fietsen, met een steviger frame.

De helft van de fietsen gaat terug naar de leverancier, Bianchi, en de andere helft wordt verkocht of weggegeven. Ook de fans komen aan bod: op 30 november organiseert Vacansoleil een verkoopdag. Voor toerfietsers zijn de wedstrijdfietsen niet altijd geschikt, omdat de beugels aan het stuur veel lager zitten dan gewoonlijk. Toch kan het voor supporters aanlokkelijk zijn om bijvoorbeeld op de oude fiets van Wout Poels te rijden. Kwanten: „We kunnen het beste op elke fiets een sticker plakken met de naam Johnny Hoogerland. Dan vliegen ze de deur uit.”

Het is een raar gevoel, zegt de Vlaamse mecanieker Geert Van de Meulebroecke, om afscheid te nemen van alles wat hij hoogstpersoonlijk heeft ontworpen, van de vrachtwagens tot de loods. „We hebben hier alles. Je kunt hier douchen, slapen, vergaderen en je auto desnoods wekenlang parkeren. Dat heb je lang niet overal. En het is groot zat. Zelfs een ploeg als Sky, met zestig renners en meer dan honderd stafleden, zou hier kunnen bivakkeren.”

Met een kop koffie denkt de Vlaming terug aan wat hij beschouwt als het hoogtepunt van vijf jaar Vacansoleil: Parijs-Nice in 2012. „Daar winnen we drie ritten in vijf dagen en Westra eindigt als tweede in het eindklassement, op een paar seconden van Bradley Wiggins. En die won dat jaar alles hè, inclusief de Tour.”

Maar Van de Meulebroecke was ook de man die de fiets van Wout Poels uit de greppel moest vissen nadat de Limburger in diezelfde Tour de France hard ten val was gekomen. Daarbij scheurde Poels zijn nier en milt, kneusde hij zijn longen en brak hij drie ribben.

Nog een paar weken afbouwen, dan is het gedaan met Vacansoleil. De hoofdsponsor houdt er volgens Kwanten mee op omdat het voornaamste doel, een grotere naamsbekendheid, is bereikt. „Op een vakantiebeurs in Polen kregen ze de vraag wat die wielerploeg daar deed.” Een andere reden is dat de vakantieaanbieder graag wil groeien in Duitsland, waar vanwege de dopingperikelen geen wielerkoersen meer live worden uitgezonden.

Het moeilijkst is het afscheid nemen van renners en het personeel, zegt algemeen manager Daan Luijkx. Hij spant zich in voor mensen die nog geen nieuw onderkomen hebben gevonden. „Maar er zijn zes ploegen die ermee stoppen. De arbeidsmarkt is verzadigd, voor renners en voor het personeel.” Luijkx hoopt dat hij in 2015 terug kan komen met een nieuwe ploeg.

Negentien van de 27 Vacansoleil-renners hebben voor volgend jaar een plekje gevonden bij een profteam. Van hen tekenden Rob Ruijgh en Martijn Keizer bij een continentale ploeg. Dat is het derde niveau van het wielrennen, waar vooral veredelde amateurs rondrijden. Ook andere renners zouden op dat niveau aan de slag kunnen, denkt Luijkx. „Het kan soms een investering in je carrière zijn, om jezelf op een lager niveau te bewijzen. Maar je moet bijna wel een baan ernaast hebben.”

Zelfs Johnny Hoogerland, toch de grootste blikvanger van Vacansoleil, moest lang wachten op een nieuwe ploeg. Uiteindelijk tekende hij vorige week bij de Italiaanse formatie Androni Giocattolli-Venezuela – in de eerste divisie van het wielrennen.