Tikje wisselvallig, maar ga vooral voor de gezelligheid

De instrumenten staan nog opgesteld , de band zit aan een grote tafel te eten. De zondagmiddag-jazzsessie in eetcafé Kobalt is net op zijn einde. De tafeltjes staan nog wat op elkaar om ruimte te maken voor de versterkers en het drumstel. Het is een gezellige drukte, in het oude Amsterdamse hoekpand niet ver van het station. Het café is een hoge vierkante ruimte, met zware balken over het plafond en een prachtige donkere houten bar met spiegels en een leuk ouderwets apothekerskastje ernaast.

De kaart is eclectisch, en dat is natuurlijk helemaal prima voor een eetcafé – al staan de Thaise viskoekjes toch een beetje gek op de tapaskaart. Om de prijzen hoef je het ook niet te laten, kipsaté voor 15,50, hamburgertje voor 7,50, beetje friet ernaast voor 3,20. Boven het goederenliftje waarin het eten uit de keuken omhoog komt, hangt een bord met de dagspecialiteiten: bloemkool-currysoep (5,20), Black Angus-steak met bearnaise, roseval-aardappelen en gegrilde groenten (met 19,50 het duurste gerecht van de hele kaart) en makreel met Marokkaanse marinade, wilde spinazie en couscous (17,50). We besluiten vooraf de soep en verschillende tapas te bestellen. Als hoofdgerecht bestellen we op aanraden van Harry Slinger de inktvis met zwarte linguine (17,-) en de hamburger. De vegetariërs zijn weer veroordeeld tot geitenkaas, ditmaal als raviolivulling, maar dan wel met geelwortel-pompoensaus en sesam-filodeeg (16,50) dus die willen we ook wel proberen.

Het is zoals gezegd gezellig, maar eigenlijk net iets te druk voor twee man personeel, die ook hun prioriteiten niet helemaal op een rijtje hebben (rustig tafels uithalen terwijl wij nog niets te drinken hebben). De soep komt snel. Hij is dik, romig en een beetje flauw. Eigenlijk gewoon bloemkoolsoep met veel kerrie. Wel lekker zijn de stevige, apart geblancheerde roosjes erin. Daarna duurt het weer verschrikkelijk lang. Totdat opeens de hoofdgerechten geserveerd worden. Tegelijkertijd wordt de tafel verder volgebouwd met tapas. Er was iets misgegaan en het is nu toch allemaal tegelijk gekomen – wordt ons medegedeeld alsof er niets meer aan te veranderen is. Om ze tegemoet te komen eten we eerst de hoofdgerechten, maar moeten ze de tapas daarna maar opnieuw serveren.

De hoofdgerechten zijn plomp opgemaakte borden, de inktvis is op zich goed gegrild, maar flauw, de salade is niet aangemaakt en naar de gekonfijte citroen is het goed zoeken. De ravioli is oké, maar het filodeeg erop druipt van het vet en is bremzout. De hamburger blijkt een afgebakken kaiserbolletje met tomaat, komkommer en mayo. Op zich prima voor 7,50, en het vlees is goed gekruid. De tapas zijn wisselvallig: de gamba’s muf en droog, de champiñones al ajillo smakeloos, de bacalaokroketjes zijn oké, de Iberische vleeswaren smaken goed (vooral de bloedworst en de Serranoham). Het lekkerst zijn nog de Thaise viskoekjes, zacht en sappig.

Dan de toetjes: de chocoladeparfait is oké (al was één plak ruim voldoende geweest); de cointreau-sinaasappelsaus erbij is lekker. Het Portugese vijgentaartje is ook lekker, maar helaas is hier dan de bladerdeegbodem weer niet gaar. Het yoghurtijs dat erbij staat op de kaart wordt apart nagezonden met de mededeling dat de kok nieuw is. Dan kun je hem zo’n bolletje ijs vergeven, maar hij moet zijn eten écht beter gaan proeven voordat hij het meegeeft. Ik verwacht niets bijzonders in een eetcafé, maar alles is ofwel flauw of juist veel te zout. En eigenlijk wordt vanavond niets echt heet opgediend, hetgeen weer te denken geeft hoe lang die gerechten al achter gesloten deuren in het goederenliftje hebben gestaan.

Ga naar Kobalt. Ga aan de bar zitten. Bestel een heerlijke frisse pint Maes van de tap of een prima huiswijn (Rueda, 3,80), een soepie, viskoekjes of een hamburgertje als je echt honger hebt. Maar ga vooral voor de gezelligheid.

Elke week test onze recensent Joël Broekaert het favoriete Amsterdamse restaurant van een bekende Nederlander.