Soepel verhaal met knullige moraal

Dolf Jansen in ‘Topvorm’ Foto Martin Oudshoorn

„Wat mij betreft zijn jullie allemaal dik”, zegt Dolf Jansen tegen de zaal. Het is het soort droge constatering waarmee de tanige cabaretier graag een anekdote of redenering afsluit. In zijn nieuwe voorstelling Topvorm komen er aardig wat los, zonder dat ze allemaal even memorabel zijn.

Over dat hij net vijftig is geworden wil Jansen het hebben, en daarmee over de staat van het lichaam. Dat leidt tot anekdotes, rijmpjes en verhalen die gaan van wat we eten, via doping en schaamhaar naar wat mensen aan oneigenlijke voorwerpen in zichzelf stoppen. Het is de soepele verteltrant en de volkomen ontspannen podiumpresentatie van Jansen die de boel bij elkaar houdt.

Het zelf opgelegde thema wringt. Zo toont Jansen serieus verontwaardiging als hij spreekt over het lijf als laatste wapen voor een illegaal, bij een hongerstaking: „Dan is er niets meer om terug te sturen.” Maar hij spreekt wat tuttig zijn verbazing uit over tattoos en piercings, platgetreden onderwerpen, waar hij vaardig nog een serie lolbroekerige grappen uit weet te persen.

Hoogtepunt van het programma is een langdurige bespreking van een zogenaamd gevonden formulier met absurde instructies wat te doen bij brand of een bommelding – zoals vaststellen hoe de stem van de bommelder klinkt. Daar komt hij los en is hij creatief en verrassend.

In het begin belooft Jansen „zinnen die je niet verwacht”. Die zijn er in Topvorm te weinig. Naar het einde worden de terugblikken op zijn jeugd, die aanvankelijk baden in een nostalgische gloed, minder urgent en voorspelbaarder. Als hij ten slotte uitkomt bij de gaapverwekkende moraal dat je positief naar jezelf moet kijken, dan zakt deze nieuwe vijftiger bedenkelijk weg.