Ouders dachten: laat ik het toch maar doen

Het aantal kinderen dat alsnog een mazelenvaccinatie kreeg, is enorm gestegen.

Huis-aan-huis verspreide folders, advertenties in het Reformatorisch Dagblad en informatiebrochures in de christelijke bladen Terdege en Gezinsgids. Op talloze manieren hebben het RIVM en lokale GGD’s reformatorische vaccinatieweigeraars proberen te bereiken. Het advies: laat uw kind alsnog vaccineren tegen mazelen. Maar heeft het ook nut gehad?

Dit jaar hebben 1.900 kinderen meer dan vorig jaar alsnog hun mazelenvaccinatie gekregen, blijkt uit cijfers van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Sinds de uitbraak, begin mei, werden 4.600 kinderen van 3 tot 16 jaar ingeënt. Vorig jaar waren dat in dezelfde periode 2.700. Die „aanzienlijke” stijging, zegt Marina Conyn, die bij het RIVM verantwoordelijk is voor het Rijksvaccinatieprogramma, komt doordat mensen zich tijdens deze mazelenepidemie extra „bewust blijken te zijn van de risico’s”.

Komt het door reformatorische ouders die zich bedacht hebben?

Conyn: „Dat kunnen we niet zeggen, dat is niet geregistreerd. De stijging komt in ieder geval door ouders die denken: de dreiging is groot, laat ik het toch maar doen. Ze hebben hun kind niet laten inenten toen het 14 maanden oud was, ondanks herinneringen op het consultatiebureau en herinneringen van het RIVM. Dan was het toen dus een bewuste keuze om hun kind niet te laten inenten.

„Tijdens de polio-epidemie van 1992 tot ‘93 lieten weinig religieus bezwaarden hun kind alsnog vaccineren. Misschien denkt de nieuwe generatie gelovige ouders daar anders over. Dat gaan we nog onderzoeken. Als de epidemie voorbij is, gaan we alles evalueren. Dan kijken we wat het resultaat is geweest van onze maatregelen. En dus ook welke mensen zich nu alsnog hebben laten inenten.

„Deze cijfers over het aantal inentingen geven een eerste indicatie, maar wat uiteindelijk vooral telt, is de vaccinatiegraad. Of die in bepaalde gebieden gestegen is. Alleen daarmee verkleint de kans op een uitbraak.”

In 2012 werden al 2.700 kinderen van 3 tot 16 jaar ingeënt, terwijl er geen uitbraak was. Hoe kan dat?

„Dat waren vooral ouders die vaccinaties bewust uitstelden – wat vooral in antroposofische kring gebeurt – en ouders die geen principiële bezwaren hebben, maar het eerder simpelweg vergaten, ondanks de herinneringen.

„Bij 9- en 10-jarigen zie je dan ook een piek in het aantal inentingen. Dat komt doordat er weer uitnodigingen aan de ouders worden gestuurd. Gevaccineerde kinderen worden uitgenodigd voor hun tweede prik, ongevaccineerde kinderen voor hun eerste. Dat is het moment dat ouders die de vaccinatie vergeten waren, of intussen van mening zijn veranderd, hun kind alsnog kunnen laten inenten.”

Nu zijn het er 4.600. Is dat veel?

„In vergelijking met andere jaren is het een aanzienlijke stijging. Daar zijn we natuurlijk blij mee. Het is goed als mensen zich realiseren dat mazelen geen onschuldige ziekte is. En het is ook goed om te zien dat mensen het advies van het RIVM volgen door toch een prik te halen.”

Er worden weinig kinderen boven de 14 jaar ingeënt. Hoe kan dat?

„Sommige oudere kinderen hebben op natuurlijke wijze bescherming opgebouwd doordat ze al eerder mazelen gehad hebben, bijvoorbeeld tijdens de uitbraak van mazelen in de Biblebelt, van 1999 tot 2000. Maar daar komt bij dat mazelen bekend staat als een klassieke kinderziekte. Ouders van jonge kinderen zijn er alerter op. Maar ook ouders van oudere kinderen moeten alert zijn, als hun kind de ziekte nog niet heeft doorgemaakt. Het kan namelijk ernstiger worden als je ouder bent. Dat arme meisje in Zeeland, dat afgelopen zaterdag overleed, was ook 17 jaar.”