Onder begeleiding

Donderdagavond, de telefoon gaat. „Je spreekt met Gerrit”, zegt Gerrit. „Je begeleider.”

Iedere beginnende scheidsrechter krijgt eens in de zoveel tijd een praktijkbegeleider toegewezen. Vaak is dat een oude rot die door fysieke ongemakken zelf niet meer in staat is te fluiten. Het is zijn taak om voor, tijdens en na de wedstrijd te oordelen hoe een nieuweling het ervan afbrengt. Een goede praktijkbegeleider kijkt zwijgend toe hoe zijn onervaren pupil de mist in gaat, om hem vervolgens buiten het gehoor van anderen „verbeterpunten” aan te reiken. De uiteindelijke bevindingen van de begeleider verschijnen daags na de wedstrijd in een officieel rapport. Hoe beter dat rapport, hoe groter de kans dat je naar een hoger fluitniveau promoveert.

Gerrit vraagt mij door de telefoon waarom ik scheidsrechter ben geworden. Ik vertel kort over mijn blessure en lang over mijn enthousiasme voor het fluiten.

„Wat een jeugdige bezieling”, zegt Gerrit. „Daar hou ik van.”

Mooi zo, voor een promotie kunnen alle beetjes helpen. In dat kader vraag ik met overdreven interesse in mijn stem of Gerrit zelf nog actief is op de velden. Hij vertelt mij dat hij na een carrière van bijna een halve eeuw zo’n anderhalf jaar geleden van zijn elektrische fiets is gevallen. Heup gebroken, knie gebroken, arm gebroken, pols gebroken.

„Allemaal in één keer?”, vraag ik.

„Het beweegt weer hoor”, zegt Gerrit, „alleen niet zo rap meer als voorheen.”

Op de wedstrijddag parkeer ik bij het sportcomplex en wandel in de richting van de bestuurskamer, waar Gerrit en ik een uur voor aanvang van de wedstrijd hebben afgesproken. Bij binnenkomst stel ik me voor aan een vrouwelijk bestuurslid. Op dat moment richt een oudere man zich krakend op uit zijn stoel.

Gerrit draagt een ruimzittend, donkerblauw pak. Onder zijn pak zit een witte blouse tot knellens toe dichtgeknoopt, en alsof dat nog niet genoeg is lijkt een strak gestrikte, lichtgroene streepjesdas zijn laatste beetje adem weg te knijpen. Op de revers van zijn colbert prijkt een zilveren KNVB-speldje voor ik weet niet hoeveel jaren trouwe dienst.

Mijn praktijkbegeleider schudt me glimlachend de hand. Zijn aanblik treft me diep. Gerrit heeft zich voor vandaag compleet uitgedost, maar nog belangrijker: Gerrit lijkt als twee druppels water op mijn onlangs overleden opa.

De wedstrijd verloopt gemoedelijk. Het is een weinig uitdagend potje voetbal zonder al te lastige momenten. Mijn beslissingen worden over het algemeen geaccepteerd en de spelers zijn dan ook meer met elkaar dan met mij bezig. Een goed teken.

Ik ren in mijn geïnstrueerde diagonaal over het veld en gluur af en toe naar de zijkant. Daar staat hij, mijn opa. Soms schrijft hij wat in een boekje, soms kijkt hij alleen maar. Zijn oude handen steunen op een reclamebord.