Missie naar een fragiele natie waar extremisten rondzwerven

Mali is een fragiele natie. De VN-vredesmacht moet veiligheid brengen en de staat weer opbouwen in een land waar extremisten en criminelen de steun van de bevolking „kopen”.

Franse soldaten bij de plaats Bourem in Noord-Mali. Foto AFP

De Nederlandse militairen reizen af naar een fragiele natie die is verwikkeld in een strijd met islamitische extremisten. Het Franse leger verjoeg in januari de rebellen uit Noord-Mali. Maar in de roerige en ruwe regio gelden geen grenzen en velen weken uit naar Zuidwest-Libië. In Mali zelf mengden ze zich onder de plattelandsbevolking en gingen ondergronds.

Sinds de Franse inmenging bestaat er geen georganiseerd verzet meer, daarvoor ontbreekt het de extremisten aan capaciteit. De Nederlandse missie lijkt officieel geen vechtmissie te worden, maar het is heel goed mogelijk dat ze wel bij gevechten betrokken raken. Dat geldt zeker voor de commando’s, die inlichtingen moeten gaan verzamelen. De extremisten beschikken over voldoende wapens. De Fransen doodden enkele honderden van hen, maar slaagden er niet in erg veel wapens buit te maken. Die liggen begraven onder het zand of in grotten.

De extremisten beschouwen de gehele Sahara en ook de Sahel als hun speelplaats. Vele islamitische rebellen trokken na de Franse interventie naar Syrië of houden zich op onder milities in Libië. Enkelen van hen voerden acties uit in Mali’s buurland Niger. Ook zijn er aanwijzingen van samenwerking tussen aan Al-Qaeda gelieerde strijders in de Sahara en extreme groepen in Noord-Nigeria.

Mali kreeg na de staatsgreep en het militaire bewind in 2012 weer een rustig aanzien met de in augustus gekozen president Ibrahim Boubacar Keita. Op 24 november vinden er parlementsverkiezingen plaats. De hoofdwegen zijn veilig richting noorden, waar tot begin dit jaar de fundamentalisten de scepter zwaaiden. De bevolking leeft echter nog steeds in angst voor terroristische aanslagen, ook in de hoofdstad Bamako in het zuiden.

De opstandelingen hebben kennelijk het einde van het regenseizoen afgewacht alvorens hun acties te hervatten. Dat deden ze één maand gelden. Ze voerden een zelfmoordaanval uit in de noordelijke stad Timboektoe, vuurden zeven granaten af op Gao en bliezen een kleine brug op ten zuiden van deze stad. De meest opvallende actie betrof een aanval in Tessalit op een kamp van soldaten uit Tsjaad, waarbij twee Tsjadiërs werden gedood, evenals het handjevol aanvallers. Het waren geen spectaculaire gevechten, onvergelijkbaar met hun gedurfde optreden vorig jaar. Maar het maakt duidelijk dat de veiligheidssituatie nog lange tijd fragiel blijft in Mali.

De groepen Ansar ud-Din, de Beweging voor Eenheid en Jihad in West-Afrika (MUJAO) en Al-Qaeda-in-de-Islamitische-Maghreb (AQIM) leidden vorig jaar de opstand. De twee laatste bewegingen maken deel uit van een internationaal netwerk van terroristen en zij doorstonden de Franse interventie. AQIM en MUJAO slagen er in steun van de bevolking „te kopen” door samenwerking met criminelen. Door de Sahara worden hard drugs uit Latijns-Amerika, wapens en mensen gesmokkeld, een lucratieve handel die de twee groepen faciliteren. De plaatselijke bevolking pikt er een graantje van mee. Een eind maken aan die verbintenis tussen extremisten en misdadigers geldt als een van de belangrijkste uitdagingen voor de VN missie.

Frankrijk zal een hoofdrol blijven spelen in Mali. Ten minste duizend Franse militairen blijven tegen het einde van het jaar achter. De troepenmacht van de VN – voorzien voor 12.500 man – is nog niet op de helft van zijn sterkte. De Europese Unie trainde drie bataljons van het Malinese leger, dat nog steeds lijdt onder gebrek aan discipline. De Verenigde Staten leidden, tot de coup vorig jaar, het Malinese leger op, maar zonder veel succes; het werd onder de voet gelopen toen de rebellie in het noorden begon.

Waar vooral behoefte aan bestaat is het verzamelen van inlichtingen. De Fransen deelden hun informatie slechts karig met de VN-missie. De Nederlandse militairen moeten deze taak overnemen. Ze zullen Bert Koenders, het hoofd van de VN-missie, waarschijnlijk rechtstreeks van informatie voorzien. Ze gaan vermoedelijk telefoons afluisteren en rebellenbewegingen in de Sahara in kaart brengen. De vraag is hoe ze contact zullen leggen met de deels nomadische bevolking die Afrikaanse talen en Arabisch spreekt.

Veel groter dan de taak om veiligheid te creëren, is de uitdaging om van Mali weer een functionerende staat te maken. Want niet alleen het leger met ruziënde officieren en generaals, en elkaar wantrouwende onderdelen is een janboel. Ook andere staatsinstellingen zijn ingestort na de coup. In het onderwijs halen leerlingen hun einddiploma zonder dat ze het alfabet kunnen opzeggen. Regeringsapparaat en rechtbanken zijn tot op het bot door corruptie aangevreten.

De verovering van het noorden door fundamentalisten toonde dat de Malinese staat alleen nog in naam bestond. De missie van de buitenlanders in Mali behelst dus meer dan vrede stichten: ze moeten helpen de staat opnieuw op te bouwen. Op een donorconferentie in Brussel eerder dit jaar werd 3, 3 miljard dollar toegezegd voor die taak.