Kunst met een klein prijskaartje

Geen ‘tuttig sfeertje’ van kunstbeurzen En geen dikke portemonnee Want je kunt er wél werk van Damien Hirst kopen, maar de maximumprijs is 5.000 euro

Bronzen haas van Yvonne Visser, 9 cm hoog, galerie Art-Melvy, € 450,-

redacteur kunst

De kunstliefhebber met een bescheiden budget kan dit weekend in Amsterdam-Noord terecht op de Affordable Art Fair (AAF). 70 galeries uit twaalf landen brengen kunst ‘met een kleine k’, zoals sponsor ABN Amro het noemt, kunst die nadrukkelijk niet alleen bedoeld is voor mensen met een dikke portemonnee, maar ook betaalbaar is voor beginnende verzamelaars. De maximumprijs voor een kunstwerk is 5.000 euro.

Alles is erop gericht de drempel voor potentiële kunstkopers zo laag mogelijk te houden. Zo zijn kinderen welkom en voor volwassenen die geïnspireerd raken om zelf iets te maken worden er workshops georganiseerd. Wie een kunstwerk koopt, kan dat laten inpakken om het meteen mee te nemen.

Een Schot is de grondlegger van de beurs voor betaalbare kunst: Will Ramsey wilde een kunstbeurs waar iedereen zich thuis voelt, toen hij in 1999 de eerste Affordable Art Fair organiseerde in het Londense Battersea Park. Hij wilde de geslotenheid van de galeriewereld doorbreken. In 1996 had hij zijn eigen ‘Art Warehouse’ geopend, waar hij betaalbare kunst aanbood: werken van relatief onbekende kunstenaars met prijzen tot 2.500 pond (2.925 euro).

De sfeer is er wat rommeliger

Bij de kunstbeurs die drie jaar later volgde, betrok hij gelijkgestemde galeries, die net als hij op zoek waren naar een breder en jonger publiek. Jaarlijks komen er zo’n 22.000 mensen naartoe en inmiddels zijn er twaalf edities in de hele wereld. Begin april wordt er voor het eerst ook een editie in Maastricht georganiseerd.

In Amsterdam, waar jaarlijks zo’n 15.000 bezoekers komen, zijn de meeste galeries op deze achtste editie Nederlands. Zoals Henk Mellema van de Art-Melvy Gallery in het Drentse Nijlande. Hij is net terug van de AAF in Stockholm. Hij verkoopt, naast werk van drie Nederlandse schilders, bronzen beelden van zijn echtgenote Yvonne Visser. Haar dierfiguren vonden gretig aftrek in Stockholm, zegt hij. In voorgaande jaren deed hij ook goede zaken op de AAF in Brussel en die in Parijs. Hij deed voor het eerst mee in 2006, in Londen. Dat beviel beter dan de beurzen in eigen land. „Hier was alles zo ingedut, er hing overal hetzelfde tuttige sfeertje. De AAF had een wat rommeligere uitstraling, een ongedwongen sfeer, waardoor er goed werd verkocht.”

Prijs zegt niets over kwaliteit

Galeries op deze beurs zijn, anders dan op andere beurzen, verplicht goed zichtbaar prijskaartjes te hangen bij de kunstwerken. Hoewel de prijzen laag zijn, is op de AAF hier en daar ook werk van bekende kunstenaars te koop.

Vorig jaar trok Lionel Gallery uit Laren veel bekijks met houtgrafieken van Damien Hirst, die voor 2.950 euro werden aangeboden. „Daar hebben we er een stuk of acht van verkocht”, zegt galeriehoudster Kim Logchies. Ook dit jaar neemt ze weer werk van Hirst mee naar de AAF.

„Daarnaast hebben we werk van de Spaanse kunstenaar Yago Hortal. Zijn kleurrijke werk spat van het doek af. Het hangt al in musea, maar zijn kleinere doeken zijn ook voor beginnende verzamelaars nog betaalbaar.” Robbert van Ham van Jaski Art Gallery in Amsterdam vindt de AAF een prima plek om nieuwe klanten te leren kennen.

De selectie voor de AAF is minder streng dan bij andere kunstbeurzen, zeggen deelnemers. De Amsterdamse beursdirecteur Sebastiaan van Kuijk, beaamt dat, maar het doet hem wel pijn dat sommigen zijn beurs wegzetten als ‘goedkoop’.

„Betaalbaar is iets anders dan goedkoop, en de prijs zegt niets over de kwaliteit van de kunst die bij ons wordt verkocht. Mensen komen naar onze beurs om iets te kopen voor boven de bank. Is dat verkeerd?”

Affordable Art Fair in de Kromhouthal, Amsterdam-Noord, t/m zondag.