Koninklijk Conservatorium

Henk van der Meulen, directeur: „Wat me stoorde in de discussie was dat die ging over geld, politiek, stedenbouw en architectuur, en niet over wat dit gebouw voor de podiumkunsten, het muziekleven en de stad gaat betekenen. Onze studenten muziek en dans werken straks onder één dak met het Residentie Orkest en het NDT, aangevuld met een goede en brede culturele programmering. Dat leidt tot meer synergie, meer kruisbestuiving tussen opleiding en praktijk. En het wordt een open gebouw, zodat je ook makkelijkerer nieuw publiek trekt. In ons huidige gebouw loop je niet zomaar binnen. Dáár kun je straks zien hoe studenten experimenteren met bij voorbeeld nieuwe presentatievormen van concerten. In vierkante meters gaan we er weliswaar op achteruit, maar in gebruiksruimten is het een verbetering. En het argument dat 181 miljoen euro veel is om in tijden van kunstbezuinigingen in een gebouw te steken, klopt niet. De kosten komen uit het budget voor stadsontwikkeling, en drukken dus niet op de cultuurbegroting.”

Interviews: Mischa Spel