Kamer eist dat basis- en voortgezet onderwijs meer geld krijgen

Het basisonderwijs en voortgezet onderwijs krijgen volgend jaar meer geld, ten koste van het mbo, hbo en wetenschappelijk onderwijs. Dat werd gisteren duidelijk tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Onderwijs in de Tweede Kamer. De vijf partijen die betrokken waren bij het herfstakkoord, verschuiven 100 miljoen euro in de begroting van minister Bussemaker (PvdA).

Bij het herfstakkoord werd 650 miljoen euro uitgetrokken om in 2014 extra te besteden aan onderwijs. Bussemaker verdeelde dat geld in haar begroting naar rato van omvang over de verschillende delen van het onderwijs. VVD, PvdA, D66, ChristenUnie en SGP zijn echter van mening dat het basisonderwijs en voortgezet onderwijs het geld harder nodig hebben.

Bussemaker was niet blij met het geschuif in haar begroting. „ Het kan, als de Kamer het per se wil, maar ik ontraad het omdat ik het niet verstandig vind”, zei ze.

Volgens Bussemaker, die hoger onderwijs in portefeuille heeft, is de verschuiving van middelen „moeilijk uit te leggen aan de onderwijssectoren”. Maar, concludeerde ze: „Het blijft staan dat de Kamer het budgetrecht heeft, dus als de Kamer het amendeert, gaan we dat zo uitvoeren.”

D66-Kamerlid Paul van Meenen laat desgevraagd weten dat de vijf bij het herfstakkoord betrokken partijen vasthouden aan de aanpassing op de begroting. „Er zijn veel manier om hier tegenaan te kijken, maar wij kiezen ervoor om het zo te doen.”

Een aantal partijen verzocht minister Bussemaker gisteren haar wetsvoorstel over de invoering van het sociaal leenstelsel in te trekken, nu daarvoor geen steun is in de Eerste Kamer. De minister weigerde dat te doen.