Helaas, de zoutvaatjes zijn geroofd

Het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum dreigen twee paar kostbare zilveren zoutvaatjes te verliezen Ze zouden geroofd zijn De topstukken zijn waarschijnlijk tientallen miljoenen waard

foto Amsterdam Museum

Redacteur Kunst

Het Rijksmuseum en het Amsterdam Museum dreigen beide een topstuk uit hun collectie kwijt te raken. Het gaat om de twee kostbaarste werken op de dinsdag verschenen lijst van kunst die rondom de Tweede Wereldoorlog op verdachte wijze in museaal bezit is beland: twee paar zilveren zoutvaten van de Nederlandse zilversmid Johannes Lutma de Oudere (1584-1669). Kenners spreken van „de Rembrandt van het zilver”.

Het Amsterdam Museum heeft contact gelegd met de advocaat van de erfgenamen van de oorspronkelijke eigenaar, Emma Budge. Dit bevestigt Paul Spies, directeur van het museum. Hij noemt de set zilveren zoutvaten uit 1643 „een absoluut topwerk uit onze collectie”. Spies: „De twee zoutvaten staan in het centrum van de presentatie, in de Gouden Eeuw zaal. Het verdwijnen ervan zal een gigantische aderlating zijn.”

De zoutvaten van Lutma in het Rijksmuseum, uit 1622, komen uit dezelfde collectie. Het museum heeft de erven nog niet benaderd, omdat het onderzoek naar roofkunst uit eigen collectie nog niet is afgerond.

Het is moeilijk de waarde te bepalen van de zoutvaten, omdat zeventiende-eeuws zilver zeer zeldzaam is en zelden op de markt komt. Maar wat betreft het werk van Lutma, een vriend van Rembrandt en leerling van Paulus van Vianen, spreken kenners van „tientallen miljoenen”.

Jan Rudolf de Lorm, auteur van de belangrijkste catalogus van Amsterdams zilver en goud (met Lutma’s zoutstellen op het omslag), is voorzichtig met het bedragen noemen „omdat nu Amerikaanse advocaten in het spel zijn” en hij „dolgraag wil dat deze meesterwerken in Nederland blijven”. Hij zegt dat ze in de 17de eeuw meer waard waren dan de schilderijen van Vermeer en Rembrandt. Zilverexpert Mickey de Rooij noemt het „ronduit verschrikkelijk” als de zoutvaten Nederland verlaten. „De waarde is niet te benaderen, maar je moet je realiseren dat Lutma zich heeft laten portretteren met een van de zoutstellen, om te laten zien hoe belangrijk ze voor hem zelf waren.”

Paul Spies van het Amsterdam Museum gaat „open” het gesprek met de erven aan: „Als zij dat willen, zullen we de zaak voorleggen aan de restitutiecommissie en natuurlijk zullen we de consequenties dragen van het advies van die commissie.”

Beide paren zoutvaten, die uit het Rijks en het Amsterdam Museum, zijn in maart 1960 op een veiling bij Frederik Muller voor de musea aangekocht.