Geld naar de armen helpt – maar het is niet genoeg

Het sociale programma Bolsa Família bestaat tien jaar. Het is het succesverhaal van armoedebestrijding in Brazilië. Maar kan president Dilma Rousseff het blijven betalen?

Eten voor het hele gezin en schooluniformen voor de kinderen. Zonder de maandelijkse uitkering van omgerekend 115 euro zou Sueli Jesuine dos Santos (53) honger lijden. „ Ik kan maar af en toe werken,” zegt de Braziliaanse vrouw, die behalve voor haar moeder ook zorgt voor vijf kinderen en drie kleinkinderen. Met zijn tienen leven ze van tweehonderd euro per maand.

De familie Dos Santos woont in een klein huis in Julio Antoni, een sloppenwijk in Rio de Janeiro. Ze zijn een van de 13,8 miljoen gezinnen die profiteren van het succesvolle sociale programma van Brazilië: Bolsa Família, familiebeurs.

Dat programma bestaat deze week precies tien jaar en dat viert de regerende Arbeiderspartij van president Dilma Rousseff uitbundig. Ze zijn trots: mede dankzij Bolsa Família klommen het afgelopen decennium 22 miljoen Brazilianen op uit de extreme armoede.

Maar nu een kwart van alle Brazilianen ervan afhankelijk is, rijst de vraag of het land nog zonder het hulpprogramma kan. En of het dit – ook in tijden van economische stagnatie – kan blijven betalen.

Bolsa Família geeft rechtstreeks geld aan arme gezinnen. Ontvangers van de inkomensafhankelijke beurs moeten hun kinderen laten inenten en naar school sturen. Uitbetaling gaat meestal via de vrouw. Als een kind teveel lessen mist stopt de maandelijkse toelage voor het hele gezin.

Het levert veel op. De economie wordt gestimuleerd, want de meeste ontvangers gebruiken het geld voor basisbehoeftes als eten en kleren. De volksgezondheid is verbeterd, de kindersterfte is afgenomen en het aantal schoolgaande kinderen is aanzienlijk toegenomen. Nergens groeide de middenklasse zo hard als in Brazilië.

„Ik overdrijf niet als ik zegt dat dit programma mensen letterlijk van de hongerdood heeft gered,” zegt Sergei Soares, econoom bij het onderzoeksinstituut IPEA. Soares onderzocht het programma jarenlang en adviseert de overheid. „Het gaat om kleine bedragen, maar voor echt arme mensen maakt dat een wereld van verschil. Het is vaak hun enige vaste inkomen.”

In 2003 werd Bolsa Família ingevoerd door oud-president Luis Inácio ‘Lula’ da Silva. Veel landen durfden zich lange tijd niet aan deze vorm van armoedebestrijding te wagen, maar raakten onder de indruk van de verbluffende resultaten in Brazilië.

Al gauw stonden landen in de rij om de succescombinatie van armoedebestrijding en economische groei te kopiëren. Zo bestaat in New York de variant Opportunity NYC Family Reward: een privaat project dat families centraal stelt en onderwijs als voorwaarde stelt voor het ontvangen van geld.

Het gezin van Sueli Jesuine dos Santos is door Bolsa Família niet langer straatarm. „Ik zou niet weten hoe wij zonder bolsa moeten,” zegt de vrouw. „Dan zijn we weer even arm als voorheen.” Maar haar kinderen verdienen niet genoeg om op zichzelf te wonen, ook al gingen ze naar school.

Dat is, naast internationale lof, kritiek die steeds vaker te horen is: de beurs maakt mensen afhankelijk. Zonder het geld van Bolsa Familia vallen gezinnen terug in de armoede.

Officieel houdt de toelage op bij voldoende eigen inkomen of als de kinderen groot zijn. In de praktijk verdienen veel mensen niet genoeg om zelfstandig te zijn. Econoom Soares stelt dat het een typische redenering van de rijken is dat mensen zelfstandig moeten worden. „Arme mensen zijn niet arm voor hun lol,” zegt hij. „In Brazilië hebben miljoenen mensen nauwelijks kansen.” De overheid moet volgens hem daarom betere perspectieven creëren, zoals goed onderwijs en gelijke kansen op de arbeidsmarkt. „Het is goed om kinderen naar school te sturen, maar dan moet dat onderwijs wel op niveau zijn.”

Dat is de grote uitdaging waar president Rousseff nu voor staat: het verbeteren van de sociale voorzieningen buiten Bolsa Família. Het deplorabele niveau van het onderwijs was in juni een belangrijke reden voor miljoenen mensen om de straat op te gaan. Rousseff onderkent dat. In een radio-interview begin oktober zei ze: „Goed onderwijs is dé uitgang uit Bolsa Família.” Een nieuwe wet garandeert dat toekomstige olieopbrengsten voor een groot deel naar onderwijs gaan.

Financieel kan Brazilië het programma makkelijk aan. Het kost de overheid jaarlijks een half procent van het bruto binnenlandse product en drukt daarmee niet zwaar op de begroting.

Bolsa Família zal volgens onderzoeker Soares altijd blijven bestaan. „Er zullen altijd arme mensen blijven, waarom zou je er dan mee stoppen?” vraagt hij zich af. Als voorbeeld geeft hij Nederland. „Een rijk land dat toch allerlei sociale programma’s heeft. In Brazilië geldt hetzelfde, alleen dan op grotere schaal.”