Fossiele investeringen

Een beetje wonderlijk is het wel. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) becijferde vorig jaar dat we tot 2050 nog maar ruim 880 gigaton aan CO2 de atmosfeer in kunnen pompen om een redelijke kans te houden dat de gemiddelde temperatuurstijging wereldwijd onder de 2 graden Celsius blijft. Maar als je alle reserves aan fossiele brandstoffen bij elkaar optelt, kom je nu al tot zo’n 2.800 gigaton aan CO2, die liggen te wachten om opgestookt te worden.

Waarom, vraag je je dan af, besteden de steenkool, olie- en gasindustrie toch nog miljarden aan het zoeken naar nieuwe reserves? En waarom worden er steeds weer nieuwe methodes gezocht om al die steeds moeilijker winbare fossiele brandstoffen in de komende decennia uit de grond te halen?

Het is een vraag die ook investeerders zich de laatste tijd beginnen te stellen. En dat maakt het onderwerp relevant. Zo berichtte de Financial Times onlangs over een groep van zeventig wereldwijde investeerders (met een gezamenlijk kapitaal van meer dan drie biljoen dollar) die zich zorgen maakt over hun investeringen in bedrijven als Shell, BP, Statoil, ExxonMobil en Rio Tinto.

De waarde van die bedrijven is namelijk deels gebaseerd op hun ‘bewezen reserves’ aan fossiele brandstoffen. Maar, zo is de redenering, wie zegt dat die bewezen reserves ook daadwerkelijk gebruikt kunnen worden. Volgens het IEA zal mogelijk een derde van de fossiele brandstoffen onaangeroerd moeten blijven.

In de brief vragen de investeerders om een inschatting te maken van de financiële risico’s voor verschillende klimaatscenario’s. En die cijfers, zolang de commerciële belangen er niet door worden geschaad, te publiceren. Andrew Logan van Ceres, het netwerk van investeerders dat het voortouw heeft genomen in dit verzoek, wijst erop dat veel geldschieters al eerder flink hebben verloren op hun investeringen in de kolenindustrie, door de snelle daling van de vraag in de VS als gevolg van de schaliegas en -oliekoorts.

Financieel dienstverlener HSBC becijferde begin dit jaar dat strenge afspraken over de uitstoot van broeikasgassen voor de sector wel eens een waardedaling van 40 tot 60 procent zou kunnen betekenen. Daar is het volgens een woordvoerder van CalPRES, met 265 miljard dollar aan geïnvesteerd vermogen het grootste pensioenfonds van de VS, niet meer dan normaal dat investeerders aan bedrijven vragen zo’n risico-inschatting te maken. ‘We willen niet investeren in een klimaatcatastrofe’, aldus de woordvoerder.

Desondanks hebben sommige bedrijven nu al laten weten niet op het verzoek te zullen ingaan. Andere hebben gezegd het in overweging te willen nemen en slechts een klein aantal heeft inmiddels positief gereageerd.