Ernst Jansen voor tuchtrechter: lees NRC-interview met de ex-neuroloog

Foto NRC/ David van Dam

Een neuroloog vertelde patiënten dat ze ernstig ziek waren, terwijl dat niet zo was. Vandaag staat hij voor het tuchtcollege, maandag voor de strafrechter. Dit is het enige interview dat hij in de aanloop daarnaartoe gaf.

Door Annette Toonen

De meest bizarre bijnamen heeft hij gekregen. De Dr. Mengele van Enschede; Dr. Frankenstein; Horrorarzt. Hij is griezeldokter en gestoord monster genoemd. De in opspraak geraakte, medicijnverslaafde ex-neuroloog Ernst Jansen – voor het eerst sinds oktober 2009 weer bereid tot één enkel interview – reageert: “Het is afschuwelijk als je zulke kreten over jezelf hoort. Zo ten onrechte. Onbewezen.”

Vrijdag (vandaag, red.) dient de tuchtzaak tegen de 68-jarige voormalige arts, maandag 4 november begint de inhoudelijke behandeling van de rechtszaak, de grootste medische strafzaak ooit in Nederland. Vijftien dagen heeft de rechtbank in Almelo er voor uitgetrokken.

Jansen staat terecht voor de schade die hij als arts in het Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede tussen 1997 en 2004 zou hebben aangericht met verkeerde diagnoses en het onnodig voorschrijven van zware medicijnen, zoals Exelon. Hij vertelde patiënten dat ze alzheimer of multiple sclerose hadden, terwijl dat niet zo was. Verder moet hij zich verantwoorden voor valsheid in geschrifte, diefstal van receptenbriefjes – waarmee hij in zijn medicijnverslaving voorzag – en verduistering.

Jansen voelt zich “gespannen en nerveus” nu de inhoudelijke zittingen dichterbij komen. Naar de voorbereidende zittingen is hij niet gegaan. “Daar was geen noodzaak toe; het ging over procedures.” Maar vanaf vrijdag zal hij erbij zijn: “Ik wil mijn gezicht laten zien, verantwoording afleggen en zelf antwoord geven op vragen die er zijn.”

De ex-neuroloog ziet op tegen de confrontatie met zijn ex-patiënten. Hoe zullen zij reageren als ze oog in oog met hem staan? Jansen: “Ik ben bang voor agressie, bang dat iemand mij iets wil aandoen. In zulke zaken kan er van alles gebeuren. Het sentiment heeft de afgelopen tijd grote proporties aangenomen, in en door de media.”

Graag had hij de slachtoffers van tevoren buiten de rechtszaal ontmoet, in alle rust, maar ze zijn niet op de schriftelijke uitnodiging via zijn advocaat, Frank van Gaal, ingegaan. Jansen: “Ik vind dat jammer. Misschien kan het in de toekomst nog.”

“Ik ben bang voor agressie, bang dat iemand mij iets wil aandoen.”

Casual gekleed – spijkerbroek, overhemd, sweater – zit hij aan tafel in het kantoor van zijn advocaat in Wijchen, een velletje met aantekening en een insteekhoes met artikelen voor zich. Hij heeft net een bespreking achter de rug met Van Gaal. Op zijn advies heeft Jansen ingestemd met een interview. “Van mij had het niet gehoeven, maar mijn advocaat zei: ‘Je moet toch wat opening geven, ook los van de strafzaak zijn er nog veel vragen te beantwoorden’.”

Foto NRC/ David van Dam

Jansen zegt te beseffen welk “gigantisch leed” hij ex-patiënten heeft aangedaan. “Er is nogal wat met deze mensen gebeurd, met hun familie en hun partners. Vanwege de diagnose zijn ze verhuisd, gestopt met werken. Hun hele leven stond op zijn kop. Als een behandeling mishandeling wordt, dan is dat niet te verkroppen.” Dat spijt hem. Hij maakt zijn excuses. Nogmaals. In 2009 bood hij ze ook al aan.

Krokodillentranen, reageerde letselschadespecialist Yme Drost toen. Hij bracht de affaire in 2005 aan het rollen. Inmiddels hebben 220 ex-patiënten of hun nabestaanden zich bij hem gemeld. Jansen over de opmerking van Drost: “Dat zou ik ook zeggen in zijn geval. Het is de rol die hij moet spelen. Het is partij en tegenpartij. Er is een periode geweest dat hij positief was over mij, toen hij mijn patiënt was.”

Jansen houdt rekening met een moeilijke rechtsgang. Er liggen negen “nogal gecompliceerde ziektegeschiedenissen” voor bij de rechtbank, waaronder één van een patiënt die zelfmoord pleegde.

Volgens zijn advocaat is het de vraag in hoeverre Jansen verwijtbaar en onzorgvuldig heeft gehandeld en of hij in zijn “woest grote praktijk”, naar zijn eigen zeggen de grootste van Twente, meer fouten heeft gemaakt dan andere artsen. Jansen: “Wij hebben veel argumenten om te zeggen dat diagnoses zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Maar die diefstal, verduistering en valsheid in geschrifte – dat wordt een zware dobber. Daarvan kan ik niet zeggen: ‘Dat is niet gebeurd’.”

Bij Lewy Body Project, een stichting die zich bezighield met neurologisch onderzoek, zou u als voorzitter ruim 88.000 euro hebben verduisterd. Wat heeft u met dat geld gedaan?

“Kleding van gekocht. Wat nog meer? Kunst? Ja, ook. Ik heb er ruim van geleefd. Maar ik schaam me nu rot. Het is jatten. Om niks. Ik had het helemaal niet nodig. Het is wezensvreemd, afwijkend gedrag, vervaging van normbesef.”

Ook de toevoeging Steur, de meisjesnaam van zijn moeder, aan zijn achternaam, in 1994, is daar een uiting van, stelt hij. In een interview in 2009 in NRC Handelsblad zei hij dat hij de naam uit liefde voor zijn moeder gebruikte.
Jansen nu: “Het is een mooie vlag, Jansen Steur. Mijn omgeving had er de pest aan. Volgens familieleden en collega’s was dat al een signaal dat er iets aan de hand was, dat het niet goed liep. Kun je zulke dingen zomaar doen? Zo leven met je eigen normen, je eigen kwaliteiten overschatten. Na mijn verslaving heb ik ingezien dat het een teken was van afwijkend normbesef. Ik gebruik de naam Steur niet meer.” Over het oordeel dat de rechtbank uiteindelijk zal vellen, heeft hij “geen optimistische gedachten”.

Houdt u rekening met celstraf?

“Ja, ik ben een beetje een pessimist. Mijn blik op de afloop van het proces en de toekomst is niet zonnig. De bak in, de petoet in; het is niet onmogelijk. In mijn geval – ik ben nu 68 jaar – is dat al snel levenslang. Maar wat er ook gebeurt, ik heb al levenslang. Ik neem dit mijn hele verdere leven met mij mee; het onherstelbare leed dat ik heb berokkend en het gevoel van diepe schaamte dat daarmee gepaard gaat.”

“De bak in, de petoet in; het is niet onmogelijk. “

Het afgelopen jaar kwamen er steeds meer bedenkelijke zaken naar boven rond Jansen. Autopsies zonder toestemming; het oneigenlijk toedienen van morfine; het mogelijk ten onrechte laten uitvoeren van hersenoperaties en -biopsieën; geëxperimenteer met medicijnen en twijfels over zijn wetenschappelijke werk.
Ondertussen bleek u ook nog steeds als arts in Duitsland aan het werk te zijn, tot ontzetting van velen.

Een reportage van TV Oost en TC Tubantia uit 2011:

Jansen: “Er is nooit sprake geweest van lijkschennis of het doodspuiten van mensen. Voor algehele obductie heb ik altijd toestemming gevraagd. Als mensen zeggen dat het niet zo is, dan hebben ze het verkeerd begrepen, naar mijn idee. Hersenbiopsieën en -operaties hebben volgens de regels der geneeskunde plaatsgehad.” Hij staat nog steeds pal voor zijn talrijke wetenschappelijke publicaties, ook al wees nader onderzoek van het ziekenhuis uit dat “voor een aantal studies geen getoetst protocol is gevonden”. Jansen reageert: “Weet u, al die zaken zijn ook helemaal niet aan de orde in de strafzaak.”

Hij voelt zich gecriminaliseerd zonder dat hij is veroordeeld, door de pers, door de letselschadespecialist die de slachtoffers vertegenwoordigt. “Zo ben ik afgeschilderd als lijkschenner en vergeleken met Mengele – een kreet van Youp van ’t Hek. Afschuwelijk. Dat heeft een enorme impact. Ik kan wel zeggen dat het niet zo is, maar het staat in alle kranten. Lijkschennis, dat onthouden de mensen. Je kunt je er niet tegen verzetten, het enige wat je kunt doen is je terugtrekken.”

Jansen leeft “ondergedoken” ergens in het midden van Duitsland. “In een kleine plaats waar ze De Telegraaf niet verkopen.” Hij wordt al achterdochtig als hij daar een auto met een Nederlands kenteken ziet rondrijden. “Ik ben ook zo min mogelijk in Nederland geweest.”

Door alles wat er het afgelopen jaar is gebeurd, verkeert hij in een “existentiële crisis”, een depressie, zoals hij het zelf zegt. Hij staat (weer) onder behandeling van een psychiater. “Ik kreeg het zelf niet meer op een rijtje.” Pillen weigert hij te slikken. Jansen wil niet opnieuw verslaafd raken. “Het leven houdt niet over aan charmes, geneugten en plezier. De toekomst is een zwarte put.”

U zei in het vorige interview dat de foute diagnoses voortkwamen uit uw verslaving in de periode van 1999 tot 2004. Maar in het dossier zitten drie zaken die ouder zijn, hoe kan dat?

“Ik had voor 1999 ook al een moeilijke periode. Ik had grote persoonlijke moeilijkheden, verkeerde in een crisis. Wat precies? Dat kan ik u niet zeggen. Daar ben ik de weg al kwijtgeraakt, zonder het zelf te beseffen. Het slikken van pillen in de jaren daarna gaf uiteindelijk tijdelijk rust.”

Dat een ernstig verkeersongeval in de herfst van 1990 en het verleden van zijn vader – hij was NSB’er – een rol hebben gespeeld, heeft hij altijd ontkend. Inmiddels is hij daar niet meer zo zeker van. “Dat zal het gedragskundige onderzoek dat ik heb ondergaan, moeten uitwijzen. Het rapport is er nog niet. Ik kan niet uitsluiten dat er een relatie ligt met het verleden van mijn vader. Zo direct na de oorlog, heeft het hebben van zo’n vader invloed op je leven, in negatieve zin.”

Hoe dan?

“Hoe reageer je op iets, hoe is je geestelijke evenwicht? Niks gunstigs, destabiliserend. Het heeft uitwerking op al je doen en laten. Laat de psychiater zich er maar over buigen.”

Dat hij begin jaren 90 ook al verslaafd was, zoals justitie beweert, weerspreekt hij. Hij kreeg toen medicijnen voorgeschreven vanwege klachten na een zware hersenschudding die hij had opgelopen bij het ongeluk.

U heeft sinds uw gedwongen vertrek uit Enschede in tenminste zeven Duitse ziekenhuizen gewerkt, ook toen u zich in 2009 uit het beroepsregister (BIG) had uitgeschreven. Waarom heeft u dat gedaan? U zei in het vorige interview dat u zich realiseerde dat u nooit meer als arts zou kunnen werken.

“Ik heb bedoeld te zeggen, in Nederland. Werken in Nederland is niet meer mogelijk. Ik heb het nooit als een beletsel gezien om zonder BIG-registratie in Duitsland te werken. Wettelijk is daar geen bezwaar tegen. Ik ben niet veroordeeld. Ik zag mijn kwaliteiten. Mijn verslaving was achter de rug. Ik kon het weer, ik werk graag, werken is mijn leven, mijn hartstocht.”

Kan ik u eigenlijk wel geloven? U heeft dingen gezegd die later niet waar bleken te zijn.

“Ik ben betrouwbaar.”

U zei de vorige keer ook dat u de tijd doodde met schrijven en bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten. Maar u was aan het werk.

“Dat kon ik toen niet zeggen.”

Foto: David van Dam. Foto NRC/ David van Dam

Werkt u nu nog ergens als arts?

“Nee, ik moet al mijn aandacht geven aan het strafproces. Werken is nu geen haalbare kaart meer. Dat ik er helemaal uit lig, veroorzaakt een gigantische leegte. Het speelt mee bij mijn depressie. Ik heb niks meer omhanden.”

Yme Drost zei begin dit jaar: “Jansen is onverbeterlijk.” Oud-senator Wolter Lemstra, die op verzoek van het Medisch Spectrum Twente tot twee keer toe onderzoek deed naar uw praktijk, stelde: “Hoe eerder in de cel, hoe beter. Die man heeft een plaat voor zijn kop. Hij trekt zich nergens iets van aan.”
„Ik kan voor mijzelf verantwoorden wat ik heb gedaan in Duitsland.”

Dat bedoelen deze mensen, u gaat door alsof er niets aan de hand is.

“Ja, misschien is dat onhandig. Misschien moet je zoiets niet doen in het licht van alles wat er speelt, maar wat weegt het zwaarst? Het werken ging goed, wist ik. Er hebben zich geen moeilijkheden voorgedaan.”

Nou, in Worms is een inmiddels overleden vrouw hulpbehoevend geraakt na een ruggeprik, beweert de advocaat van de nabestaanden.

“Dat zich bij deze vrouw complicaties hebben voorgedaan, is zeker. Maar de punctie is volgens de normen en zorgvuldig verricht. Als iemand drie jaar later overlijdt, lijkt het mij niet zo waarschijnlijk dat het door die punctie komt. Zoiets wordt er dan weer direct uitgelicht. Dat komt dan bovenop alle andere achterdocht. Mijn wens is om te werken. Ik neem kennelijk het risico dat ik word gepakt. Toen ik begin dit jaar in Heilbronn een journalist aan de lijn kreeg, wist ik wel meteen: het is klaar hier, over.”

Neuroloog Rien Vermeulen neemt het voor u op. Hij stelt dat in de neurologie vaker verkeerde diagnoses worden gesteld en geeft toe dat hij zelf ook MMSE-scores heeft vervalst om mensen met de diagnose alzheimer Exelon te kunnen voorschrijven. Wat vindt u daar van?

“Dat is een kwestie van eerlijkheid. Het is goed dat hij zich zo positief over mij uitlaat. Maar hij moet er niet zelf ook door in de moeilijkheden komen.”

Reactie letselschade-expert Yme Drost

Yme Drost, de letselschadespecialist die slachtoffers van Jansen vertegenwoordigt, verbaast zich over de ontkenning van de ex-neuroloog ten aanzien van het zonder toestemming laten uitvoeren van obducties (sectie), het oneigenlijke gebruik van morfine en het ten onrechte laten verrichten van hersenoperaties. “De feiten spreken dat tegen”, zegt hij. Drost kent meerdere zaken waarin nabestaanden aangeven dat er zonder toestemming een algehele obductie op hun dierbare is verricht. “Ik heb ook verklaringen van nabestaanden die vertellen hoe de morfinepomp aanging waarbij de hoeveelheid morfine snel flink werd opgeschroefd. Dat mag gewoon niet.” Drost gelooft niet dat Jansen echt volledige openheid van zaken zal geven. “Als ik de stukken lees in de tuchtzaak, dan is er wat hem betreft niks aan de hand. Maar hoe kan het dan dat ik tachtig dossiers heb waarin schade is vergoed? Dat gebeurt alleen bij medisch verwijtbaar handelen.” Dat Jansen veel kritiek krijgt en ‘wordt gecriminaliseerd’ heeft hij volgens Drost aan zichzelf te danken en het ziekenhuis waar hij werkte. “Alles is eerst in de doofpot gestopt, de hele zaak is zodoende maar mondjesmaat naar buiten gekomen.” Drost bestrijdt dat de wetenschappelijke prestaties van Jansen in orde zijn. Hij pleit voor onderzoek door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.