En ze hádden het al zo zwaar

De Chinese politie heeft vijf arrestaties verricht na de dodelijke zelfmoordaanslag maandag in Beijing Het gaat om Oeigoeren, een islamitische minderheid in China De regering voert de druk op

Correspondent China

Al jaren verkopen Ali Hasan en zijn broer in Shanghai walnoten, verse amandelen en gedroogde rozijnen. Maar nu volgens de Chinese autoriteiten Oeigoerse extremisten een terroristische aanslag in Beijing hebben uitgevoerd, denkt hij dat zijn dagen in de Chinese metropool geteld zijn. „Onze identiteitskaarten werden al iedere dag gecontroleerd en nu gebeurt dat bijna ieder uur”, vertelt hij op zijn vaste stek in de voormalige Franse Concessie. Zijn neef is al teruggestuurd naar de provincie Xinjiang, waar 80 procent van de 12 miljoen islamitische Oeigoeren woont. „Wij hebben er niets mee te maken en toch worden wij gestraft.”

Voortdurende confrontaties met de politie of met de gevreesde stadswachten zijn voor de jonge Oeigoer dagelijkse kost. Hij weet zich in rustige tijden op zijn best getolereerd.

Na de zelfmoordaanslag maandag op het Tiananmenplein, waarbij naast de drie inzittenden van de jeep met explosieven twee toeristen werden gedood en veertig gewonden vielen, weet hij zich openlijk veracht. „We worden nu ook uitgescholden en bespuugd. Niemand koopt nog iets van ons, behalve buitenlanders”, vertelt hij, zichtbaar op zijn hoede.

Hoewel de Chinese politie tien uur na de gebeurtenis vijf arrestaties heeft verricht, is de jacht op verdachten nog niet gestaakt. Over het motief van de man en de twee vrouwen die in de jeep zaten, is niets bekend. Als het waar is dat het ging om een terroristische aanslag van een radicale islamitische groep, en bijvoorbeeld niet om een wraakactie, dan is het voor het eerst dat het politieke centrum van China het toneel is van een aanslag.

Hoe dan ook, China is geschokt. Op het moment dat de jeep vlakbij het portret van Mao Zedong inreed op de menigte, waren de hoogste leiders van het land 200 meter verderop bijeen in de Grote Hal van het Volk. In de provincie Xinjiang komen zelfmoordaanslagen vaker voor, maar in Beijing was dat nog nooit gebeurd.

Het is ook bijzonder dat het om een familie lijkt te gaan, namelijk de mannelijke bestuurder (42), zijn vrouw (41) en zijn moeder (63). In de auto werden volgens de politie behalve de resten van jerrycans met benzine ook steek- en slagwapens aangetroffen.

De Oeigoerse marskramer Ali Hasan weet over de gebeurtenis vrijwel niets. Pas nadat hij dinsdag mee moest naar het politiebureau voor een ondervraging kreeg hij te horen wat er „in het symbolische hart van China” was gebeurd. En nu wacht hij op de aanzegging de stad te verlaten.

De stelselmatige discriminatie ten spijt blijven steden als Beijing, Shanghai en Guangzhou honderdduizenden jonge Oeigoeren aantrekken. Zij blijven het steeds proberen ondanks de discriminatie op de huizenmarkt, in hotels en op luchthavens. Zodra zij hun gezicht of identiteitskaarten laten zien, zijn huizen al verhuurd en zitten hotels en vliegtuigen vol.

Over het motief van de daad van de drie omgekomen Oeigoeren is niets bekend, maar hoogst waarschijnlijk is er een verband met de low-intensity-strijd die deze etnische minderheid voert tegen de Han-Chinese dominantie in Xinjiang. Oeigoeren profiteren niet of nauwelijks van de nieuwe welvaart in hun moederprovincie, waar de winning van grondstoffen een enorme vlucht neemt en waar een profijtelijke 21-ste eeuwse Zijderoute is ontstaan door de handel met de Chinese buurlanden in bloeiend Centraal-Azië.

Daarnaast wordt het culturele en religieuze leven streng gecontroleerd door de Han-Chinese autoriteiten en hun Oeigoerse handlangers. De moskeeën mogen bijvoorbeeld geen andere evenementen organiseren dan gebedsdiensten. Bijeenkomsten met meer dan vijf gelovigen buiten de moskee zijn verboden, voor grote huwelijksfeesten moet soms speciale toestemming worden gevraagd.

Al jaren vinden er daarom in Xinjiang gewapende botsingen plaats. Dit jaar alleen al zijn bij aanslagen en gevechten 56 Oeigoeren en Chinezen omgekomen. Tijdens rellen in juli 2009 in de Xinjiangse hoofdstad Urumqi liep het dodental op naar 197.

Hoewel de Chinese media gisteren en vandaag opeens wel uitvoerig mochten berichten over „de terroristische aanslag” zijn tal van vragen nog onbeantwoord. Volgens terrorisme-experts is het vreemd dat een dergelijke gebeurtenis überhaupt heeft kunnen plaatsvinden op een van de zwaarst bewaakte pleinen ter wereld.

En raadselachtig is ook dat als het werkelijk om een daad van radicale Oeigoeren gaat, de Chinese politie en inlichtingendiensten daarvan niet op de hoogte waren.